Wenskaart Vrienden van Den Haag
 Lettergrootte: normaal

14 maart 2008

Hoge woontorens: niet wenselijk en niet nodig.


De enorme hoeveelheid nieuwbouwplannen, deels met hoge woontorens, lijkt ons geen goede reactie op het dreigende teruglopende inwonertal. Ten eerste omdat het niet helpt en ten tweede omdat het aangename woonklimaat van Den Haag erdoor wordt vernietigd. Er moeten betere methodes zijn om het inwonertal op peil te houden.

In de Structuurvisie (2005) stelde het Haagse gemeentebestuur dat de stad moest groeien naar ruim 515.000 inwoners. Inmiddels blijkt die groeidoelstelling verlaten. Diverse wethouders zeggen nu dat de enorme stroom bouwplannen nodig is om het huidige inwonertal te handhaven. De gemiddelde woningbezetting neemt namelijk af. En omdat de gemeentelijke inkomsten deels gebaseerd zijn op het aantal inwoners, zouden die mogelijk kunnen gaan dalen. Dit argument overtuigt ons niet (men kan immers ook de tering naar de nering zetten). Daarentegen, als het doel zou zijn het aantal inwoners op peil te houden ten behoeve van het draagvlak van de voorzieningen, zouden wij dat zeker legitiem achten, en ons daar graag bij aansluiten. Mits daar in één adem bij genoemd wordt: het op peil houden van de kwaliteit en aantrekkelijkheid van de stad.
Volgens het gemeentebestuur moeten er om het aantal inwoners op peil te houden 35.000 woningen bijgebouwd worden. Vooral in de vorm van “stedelijk wonen” – dit is in de Haagse politiek een eufemisme voor hoge hoogbouw. Het gemeentebestuur meent dat hoogbouw belangrijk is voor het gewenste stedelijk imago. Wij menen dat het goede stedelijke imago vooral te danken is aan de levendigheid, het groen, de prettige openbare ruimte en de goede voorzieningen.
Bovendien is het de vraag of het bijbouwen van tienduizenden woningen de enige oplossing is. Heeft het gemeentebestuur andere mogelijkheden onderzocht? Volgens ons leidt het opofferen van sportvelden en volkstuintjes, het volbouwen van open ruimtes tot een drastische verslechtering van het nu zo gewaardeerde Haagse woonklimaat. De stad redden door haar te vernietigen – kan het cynischer?

Het gemeentebestuur suggereert dat hoogbouw nodig is omdat dit de meeste woningen oplevert. Dat klinkt logisch. Maar: hoger bouwen eist (vanwege lucht en lichtinval, vereiste groen in de directe omgeving) grotere afstanden tussen de bouwblokken, waardoor het nog maar de vraag is of dit echt aanmerkelijk meer woningen per hectare oplevert. Bovendien heeft hoogbouw in woonwijken allerlei andere nadelen: windhinder (op de grond, maar ook op dat namaak-balkonnetje op de 23ste verdieping), geen contact meer met de mensen op straat, visuele en windhinder voor de mensen die ernaast wonen. Bij zonnig weer blijken woontorens vaak broeikassen te zijn, waardoor airconditioning nodig is. En is wel eens onderzocht wat de invloed van die vervreemdende woonsituatie is op kinderen? Kiezen mensen vrijwillig voor het wonen in hoge woontorens of slechts bij gebrek aan beter? Het lijkt ons veelzeggend dat voor de appartementen in Ypenburg week na week ronkende advertenties in de krant stonden – zonder resultaat. Wél zeer geliefd is de middelhoge bouw (5 á 6 bouwlagen, met een enkel accent tot 8 lagen). Bekend is dat een middelhoog gebouw als Couperusduin een zeer hoge woningdichtheid oplevert. Ook de Willemsparkflat en het Monchyplein zijn op aangename wijze in de omgeving ingepast.
Het gemeentebestuur beroept zich vaak op het grote aantal woningzoekenden. Maar is er wel een woningtekort? Het berekende tekort is volgens het onderzoeksbureau ABF (dat deze cijfers jaarlijks aan het CBS levert) gebaseerd op het aantal starters dat een huis zoekt. Daar doen ze gemiddeld een jaar over. Dan trekken ze – omdat ze het ideale huis niet kunnen betalen – in een wél beschikbaar, wél betaalbaar huis.
De gemeente stelt ook dat men wil bouwen voor de middengroepen, of voor de doorstroming zodat de goedkoopste woningen vrij komen voor de starters. Maar wat voor huis aspireren die doorstromers? Heeft de gemeente dat onderzocht? Is onze indruk juist dat de potentiële doorstromers voornamelijk op zoek zijn naar een huis op de grond, met een tuin en speelgelegenheid voor de kinderen in de buurt? Bouwt de gemeente daar woontorens voor? “Gemeenten en projectontwikkelaars bouwen woningen waar de consument niet om vraagt”, concludeerde NRC-Handelsblad (17/11/07) in een uitgebreid artikel puttend uit informatie van de VROM-raad, de vereniging van bouwbedrijven, de Vereniging Eigen Huis en makelaars.
Diverse gemeenteraadsfracties menen dat er te weinig goedkope woningen zijn. Waarom zien we dan, bijvoorbeeld in Rustenburg/Oostbroek, zoveel goedkope huizen langdurig te koop staan? Zou het voor die wijk niet veel beter zijn als jonge mensen zich weer in zo’n wijk vestigen, en niet in de continu uit de grond gestampte nieuwbouw? Heeft het college onderzocht hoe de bestaande voorraad gebruikt wordt? Uit gemeentelijke rapporten (‘Diagnose van de Haagse Woningmarkt’, ‘Armoedemonitor 2005’) is af te lezen dat 71% van alle woningen in de categorie goedkoop valt, en dat 23% van alle Haagse huishoudens een laag inkomen heeft. Op zijn minst roept dit vraagtekens op bij de stelling dat er meer goedkope woningen gebouwd moeten worden.

In de discussie over Scheveningen werd wel duidelijk dat de bewoners de enorme verdichting en – vooral – die hoge woontorens niet zien zitten. De projectontwikkelaars willen echter graag dure flatgebouwen ontwikkelen. Maar worden daar wel nieuwe bewoners voor Den Haag mee aangetrokken? Onze indruk is dat de recent gebouwde appartementencomplexen slechts voor een deel bewoond worden. Veel kopers zien zo’n appartement als geldbelegging, gaan het verhuren, vooral aan buitenlanders, die het als pied-à-terre gebruiken. Mensen die een flat alleen als pied-à-terre gebruiken tellen niet mee als inwoner (hiermee haalt de gemeente haar eigen doelstelling dus niet!). En ze dragen zeker niet bij aan het economisch draagvlak. De stad is niet gebaat bij vluchtige bewoners in hoge gebouwen die geen contact maken met de omgeving en geen bijdrage leveren aan het functioneren van de stad.

Geen woontorens dus. Er moeten betere methodes zijn om het inwonertal op peil te houden. Er zullen zeker locaties zijn waar verdichting mogelijk is zonder het woonklimaat aan te tasten. Wanneer daar gekozen wordt voor hetzij laagbouw, hetzij middelhoge bouw is dat alleszins aanvaardbaar. Daarnaast zou de gemeente veel inventiever kunnen zijn in het bevorderen van doorstroming, en van een toename van de gemiddelde woningbezetting. Een kleine maatregel als het verbod op individuele verhuur in nieuwbouwcomplexen kan al veel extra inwoners opleveren. Hetzelfde geldt voor een verbod op leegstand. Zo ook wanneer het “wonen boven winkels” serieus wordt aangepakt. En denk eens aan het bouwen van appartementenhotels voor degenen die alleen een pied-à-terre zoeken.
Maar vooral: laat de gemeente beginnen met een echte analyse van de huidige woonmarkt en de huidige woonwensen. En laat de gemeenteraad het op peil houden van de kwaliteit en aantrekkelijkheid van de stad voorop stellen!

door Roel van der Wal en Eveline Blitz
Vereniging Vrienden van Den Haag

Artikel geplaatst in Den Haag Centraal van 14 maart 2008

Ook in Den Haag Centraal gepubliceerd:





terug TERUG terug