Wenskaart Vrienden van Den Haag
 Lettergrootte: normaal

5 juni 2009

Aandacht voor inspraak in Den Haag Centraal, 5 juni 2009

Gemeentebestuur vergroot kloof tussen burger en politiek


Ons huidige gemeentebestuur schrijft beslist mooie nota’s over inspraak, maar toch lijkt het wel of ze de invloed van burgers op het beleid willen marginaliseren.

De laatste tijd is daar weer een nieuwe tactiek aan toegevoegd: insprekers worden in een kwaad daglicht gesteld – bijvoorbeeld door hen opinies in de schoenen te schuiven die ze nooit gehad hebben, zodat hun mening er in de ogen van raadsleden of journalisten niet meer toe doet.
Dit is een aloude debattruc: je beschuldigt je tegenstander dat hij (bijvoorbeeld) vrouwvijandig is, en vervolgens ga je met veel aplomb betogen dat het volstrekt abject is om vrouwvijandig te zijn. We zetten enkele verwijten op een rij.

1. De Vrienden van Den Haag en veel andere insprekers plaatsten kanttekeningen bij nieuwe plannen omdat ze deze te massaal vonden. In diverse kranteninterviews drukte de wethouder hen in de hoek van ‘mensen die niks willen veranderen’, die ‘de stad op slot willen doen’. De Vrienden van Den Haag vinden dit een beschuldiging die kant noch wal raakt. Juist wij hebben bepleit dat een levendige stad altijd in ontwikkeling is en moet blijven. Een stad is nooit ‘af’, zie ons vorig jaar verschenen visiedocument Haags Peil. Wij geven graag bijval aan ontwikkelingen die het karakter en de kwaliteiten van Den Haag versterken. Maar niet elke ontwikkeling is een ontwikkeling ten goede – dan verheffen wij onze stem. Wie ons dan wegzet als mensen die niks willen veranderen, is gewoon te kwader trouw.

2. Na één van onze inspraak-bijdragen over woontorens, wist de wethouder te melden dat de insprekers geen steun onder de Haagse burgers hadden. Als de Haagse burgers echt geen hoge woontorens wilden, had de publieke tribune wel stampvol gezeten, en er zaten maar drie mensen. Er zaten inderdaad slechts een paar mensen, maar die vertegenwoordigden wel grote verenigingen en belangengroepen, zoals de Vrienden van Den Haag en de Algemene Vereniging voor Natuurbescherming, die meer dan twee keer zoveel leden hebben als alle collegepartijen bij elkaar. Bovendien: burgers komen pas in het geweer wanneer het concreet wordt. Weet de wethouder nog hoe de zaal uit zijn voegen barstte toen Kijkduin en Scheveningen Haven aan de orde waren?

3. Bij enige tegenwind roept het gemeentebestuur dat ze ambities hebben, dat niemand toch terugwil naar de jaren ‘80 toen er niks gebouwd werd, toen Den Haag onder een kaasstolp zat. Vreemd. In onze herinnering werden de jaren ‘80 gekenmerkt door de grootschalige aanpak van de stadsvernieuwingswijken. In de jaren ‘80 wist het gemeentebestuur de diaspora van ministeries een halt toe te roepen; ze keerden terug naar het centrum van Den Haag (met het Ministerie van VROM als eerste). Als iéts een enorme impuls was voor de werkgelegenheid in Den Haag, dan was dat dit. In de jaren ‘80 werd de Stadhuisbeslissing genomen. Wat weer leidde tot de totale aanpak van het centrum, om te beginnen met De Resident. En niet te vergeten de Haagse Hogeschool in de gereconstrueerde Laakhavens. Wie heeft het over een kaasstolp?

4. Kritiek op verdichtingsplannen wordt door het gemeentebestuur weggewimpeld door te suggereren dat veranderingen nu eenmaal moeilijk zijn voor oudere mensen. En door te beklemtonen dat verdichten nieuw is en onvermijdelijk, vanwege gebrek aan uitbreidingsgebieden. Tjonge. Den Haag heeft alle 760 jaar van zijn bestaan een continue afwisseling gekend van uitbreiden, verdichten, annexeren, en dan weer uitbreiden, verdichten, en annexeren. In de jaren ’60 en ’70 waren Mariahoeve aan de noordkant en Houtwijk aan de zuidkant de laatste uitbreidingslocaties. In de jaren ‘80 werd het verdichten weer ter hand genomen. (bijv. Neherkade). Daarna weer een periode met uitbreiding (Ypenburg, etcetera). En nu weer verdichting. Dat is niet nieuw. Dat zal steeds weer zo zijn. Het enige waar wij en vele andere burgers over willen meepraten is of het wel mooie, zorgvuldige inpassingen zijn.

5. Na kritische geluiden van burgers over de massaliteit van plannen antwoordt het gemeentebestuur dikwijls dat het absoluut noodzakelijk is de ambities van ‘Den Haag, internationale stad van vrede en recht’ overeind te houden. Alsof die burgers dat hebben betwist. Ook wij hebben altijd de lof gezongen van het karakter van Den Haag als internationale stad met een prachtig woonmilieu. Den Haag speelt al sinds de Haagse vredesconferenties (1899 en 1907), en de oprichting van het Hof van Arbitrage in het Vredespaleis een prominente rol op het wereldtoneel. Die belangrijke en eervolle rol als internationale stad van recht en vrede blijft niet vanzelf intact, die dient continu onderhouden te worden. Dat staat buiten kijf. Maar dat betekent niet dat we daarom detonerende gebouwen, of aantasting van het groene woonmilieu moeten tolereren. Ons mooie, groene woonmilieu opofferen ter wille van de internationale ambities is in feite de stad redden door haar te vernietigen. Het wordt tijd dat de gemeente organisaties als de Vrienden van Den Haag en de AVN ziet als partners in het mooi houden van de stad, in plaats van als tegenstanders.

door Eveline Blitz en René Vlaanderen
Vereniging Vrienden van Den Haag



terug TERUG terug