De tien gouden regels
De tien gouden regels omschrijven hoe een historische stad in deze tijd optimaal kan functioneren. De regels zijn geschreven vanuit de betrokkenheid van gewone Haagse burgers die de stad een warm hart toedragen. Ze zijn opgenomen in Haags Peil, een visie van de vereniging Vrienden van Den Haag, gepubliceerd naar aanleiding van het 35-jarig bestaan.
1. Koester de eigen identiteit
De lokale identiteit is dat wat een stad van andere
steden onderscheidt, fysiek en sociaal.
Den Haag wordt gekenmerkt door de ligging aan
zee, een uitstekend woonklimaat, en de functie van
schrijftafel van Nederland. De ruimtelijke kwaliteit
staat onder druk van overspannen bouwplannen.
2. Zorg voor veelzijdigheid in harmonie
De ideale historische stad is veelzijdig en evenwichtig,
kent differentiatie op elk gebied. Den Haag biedt
een scala van mogelijkheden. In de binnenstad dreigt
onbalans door teveel verkeer en winkelketens en door
te weinig woningen.
3. De stad heeft een menselijke maat
De stad dient primair ingesteld te zijn op lopen, zitten
en kijken, op de voetganger, het kind, de bejaarde, de
gehandicapte. Dat bevordert ook de veiligheid.
Den Haag scoort goed op dit gebied. Bij hoogbouw
komt de menselijke maat soms in de verdrukking.
4. Er is harmonie tussen stedenbouw en architectuur
In de ideale stad sluiten architectuur en stedenbouw
op elkaar aan, versterken elkaar. In Den Haag zijn op
dit gebied vele prachtige (terecht beschermde) stadsgezichten,
maar zijn ook gruwelijke wanverhoudingen
te zien.
5. Het nieuwe sluit aan op het bestaande
De essentie van de historische stad is de afleesbaarheid
van de geschiedenis. Oud en nieuw moeten op
elkaar reageren en elkaar versterken.
In Den Haag ging het vaak goed, maar soms worden
dramatische vergissingen gemaakt (zoals Europol).
6. De ideale stad kent een levendig openbaar leven
Een levendige stad is uitnodigend voor mensen die er
komen – voor een breed palet aan activiteiten en voor
elkaar.
In Den Haag zijn talloze prachtige pleinen, straten en
terrassen die stedelijkheid uitstralen. Maar Spuiplein
en Palaceplein zijn helaas mislukt.
7. Bij de publieke zaak geldt: de burger voorop
De ideale stad kent een actief, betrokken burgerschap.
Het stadsbestuur streeft naar een breed maatschappelijk
draagvlak.
Deze traditie staat in Den Haag onder druk.
8. Burgers en bestuur gedragen zich als goede rentmeesters
In een historisch waardevolle stad wordt, ook in geval
van vernieuwing, behouden wat waardevol is. Ook
wordt gezorgd voor toekomstwaarde: duurzaamheid
van materialen, van beheer.
De nieuwe plannen in Den Haag lijken op dit gebied
in gebreke te blijven.
9. Verkeer is een middel, geen doel
In de stad mag het verkeer niet overheersend zijn.
Ruim baan voor voetganger, fietser en openbaar
vervoer. Auto’s zijn onmisbaar, maar belasten het
verblijfsklimaat te veel.
In Den Haag zijn diverse wijken met succes aangepakt.
Het straatparkeren zou nog meer moeten
verschuiven naar garages. En delen van de doorgaande
wegen moeten worden ondertunneld.
10. Aandacht voor stadsverfraaiing
Bij stadsverfraaiing gaat het om een ‘extra’ in de
inrichting van de openbare ruimte en de aankleding
van gebouwen.
Stadsverfraaiing begint met zorgvuldigheid.
Den Haag is rijk aan ornamentele gevels, zorgvuldige
straatprofielen, mooie lantaarnpalen, maar op veel
plaatsen dreigt verrommeling.