1 september 2005
Rapport Adviescommissie Scheveningen Havens
Aan het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Den Haag
Postbus 12600
2500 DJ DEN HAAG
Geacht College,
Sinds de bekendmaking in de media van het vertrek van het containerbedrijf Norfolkline uit de Derde Haven van Scheveningen in 2006 volgt de vereniging Vrienden van Den Haag de ontwikkelingen die dit bericht tot nu toe tot gevolg heeft gehad. Zo ook namen de Vrienden van Den Haag met belangstelling kennis van bovengenoemd rapport, het resultaat van een door uw College opgestelde projectopdracht aan de Adviescommissie Scheveningen Havens onder voorzitterschap van prof. A. van der Zwan.
De Vrienden van Den Haag onderschrijven de noodzaak de toekomst van de gehele haven onder de loep te nemen, juist nu de havengelden van de grootste gebruiker van de Scheveningse haven, de Norfolkline, binnenkort zullen wegvallen en er tevens sprake is van verminderde visserij-activiteiten.
De drie door de commissie uitgewerkte varianten (havengebonden bedrijf, uitbreiding en verplaatsing van de visserij, woonfunctie gecombineerd met recreatieve functies) geven een goed inzicht in mogelijke invullingen van het terrein en de haven, die vrijkomen na het vertrek van het containerbedrijf. Het is terecht dat in de analyse niet alleen is gekeken naar de gevolgen van invulling voor het Norfolkline-terrein zelf, maar ook naar de gevolgen voor de landtong tussen zee en Eerste Haven (in het rapport aangeduid met ‘het Noordelijk Havenhoofd’) en dat de effecten op de Eerste Haven (visserijhaven) en de Tweede Haven (recreatie/jachthaven) daarbij zijn betrokken, evenals de eeuwenoude karakteristiek van Scheveningen als badplaats én vissersdorp.
De voorkeur van de Vrienden van Den Haag gaat (net als die van de commissie) uit naar de beleidsoptie waarbij de visserij nieuwe kansen krijgt door herpositionering en uitbreiding in de Derde Haven en waarbij oog is voor het unique selling point van Scheveningen als badplaats én vissersdorp.
De teloorgang van de visserij – het doemscenario, indien de visserij geen nieuwe impuls krijgt – zou inderdaad niet alleen afbreuk doen aan de (toeristische) betekenis en aantrekkelijkheid van de haven maar ook aan die van de badplaats. Verder zien ook de Vrienden van Den Haag het bijkomende (financieel noodzakelijke) voordeel dat door de verplaatsing van de visserij er nieuwe bebouwing kan komen rondom de Eerste Haven en op de landtong ernaast. Een doorgetrokken boulevard die op natuurlijke wijze de badplaats met de haven verbindt, biedt ook onzes inziens nieuwe kansen voor het unique selling point.
Terwijl de Vrienden van Den Haag de essentiële betekenis van de visserij- en jachthavenfunctie voor heel Scheveningen onderschrijven, achten zij het verstandig de variant met volledige bebouwing van het Norfolkline-terrein achter de hand te houden om daarmee de rederijen te verleiden tot vrijwillige medewerking.
Een Cruise Terminal als extra havenfunctie heeft de commissie buiten beschouwing gelaten omdat de Derde Haven, evenals de Eerste en de Tweede, voor deze schepen te klein is. Hoewel verder onderzoek hiernaar buiten de reikwijdte van haar opdracht viel, zijn de Vrienden van Den Haag van mening dat deze mogelijk niet bij voorbaat hoeft te worden uitgesloten. Het in de Buitenhaven of zelfs buitengaats voor anker leggen van zulke schepen en het met kleinere boten de bezoekers aan wal brengen gebeurt ook elders. Zo’n terminal zal voor een nieuwe golf toeristen kunnen zorgen en het imago van Den Haag als Wéreldstad aan Zee kunnen benadrukken. De Vrienden beseffen wel dat het in de markt zetten ervan veel tijd, geld en uithoudingsvermogen kost. Wellicht worden de kansen ervoor groter als de planontwikkeling voor herindeling van de haven zelf vlot verloopt.
De Derde Haven zal zo ingericht moeten worden dat deze een aantrekkelijker aanblik krijgt voor de directe omgeving, zowel aan de kant van Duindorp als aan de kant van de Tweede Haven. Of woningbouw tussen Duindorp en de kop van de Tweede Haven een positief effect heeft op zijn omgeving valt sterk te betwijfelen. De woningbouw zal ruimtelijk gezien niet horen bij de Tweede Haven, niet bij de Derde Haven en ook geen onderdeel worden van Duindorp. Een overtuigend plan kan de Vrienden van Den Haag wellicht op andere gedachten brengen. Vooralsnog lijkt het beter hier de natuurlijke grens tussen de verschillende sferen te handhaven en middels bijvoorbeeld een duinpark de overgangen vloeiend te laten verlopen.
Aan de ‘zee’kant zouden de koelloodsen deels onderin zo’n duin kunnen worden opgenomen; aan de ‘stads’kant kan een grote (onder het duinpark verstopte) parkeergarage de extra toestroom van strand-, boulevard- en havengasten, als gevolg van de gunstige ontwikkeling aan deze zijde van Scheveningen, kunnen opvangen.
Op dit moment is het deel van het afvoerkanaal nabij de haven niet bevaarbaar.
Een (recreatief) bevaarbare waterverbinding tussen Den Haag en Scheveningen zal naar de stellige overtuiging van de Vrienden de betekenis van de haven voor de stad en het achterland vergroten en daarmee de visie van Wéreldstad aan Zee helpen uitdragen en versterken.
De Vrienden van Den Haag pleiten nadrukkelijk voor behoud van enkele gebouwen met betekenis in en rond de haven, ook al hebben sommige hun oorspronkelijke functie verloren. Met name de Visafslag, gebouwd in de vijftiger jaren van de vorige eeuw, is sfeerbepalend voor de Eerste Haven. Het pand is enig in zijn soort en heeft typische kenmerken van de architectuur uit die tijd. Met de status van wederopbouwmonument en een nieuwe functie zal het gebouw een doorstart kunnen maken naar een volwaardig tweede leven. In de kop bijvoorbeeld een restaurant met schitterend uitzicht op de havens, in de staart een ‘versfoodmarkt’, zoals eerder al door anderen geopperd is. Ook het seinhuis, de Semafoor, verdient aandacht; evenals het bakstenen gebouwtje met stalen ramen van de N. & Z. HOLLANDSCHE REDDING-MIJ, dat bovenop een duin staat. Als ze worden opgenomen in het nieuwbouwplan blijft een bepaalde authenticiteit op deze landtong behouden.
Wanneer er woningen worden toegevoegd, is het van belang dat er in verschillende prijsklassen wordt gebouwd en dat er een goede aansluiting komt met Scheveningen Dorp. De strook tussen haven en dorp is versleten en is toe aan een grondige ‘onderhoudsbeurt’. Wellicht is het mogelijk dit deel te betrekken bij de plannen. Hopelijk houdt u van begin af aan rekening met mogelijke milieu- en stankproblemen, hoewel toekomstige bewoners zich naar de mening van de Vrienden van Den Haag moeten realiseren dat het wonen bij de haven ook betekent dat je de haven hoort en ruikt.
De vereniging Vrienden van Den Haag vindt de visie in het rapport een solide basis voor verdere plannen. De kneep zit ‘m in het feit hoe men dit rapport dan zal aanwenden. De verbeelding van de plannenmakers speelt daarbij een belangrijke rol. Zo is de wens om in de nieuwbouw een visueel opvallend kenmerk op te nemen heel begrijpelijk. Daarbij ligt de genoemde vergelijking met een icoon minder voor de hand, omdat deze vooral bedoeld zou zijn voor identificatie met heel Den Haag. En heeft Den Haag niet reeds een dergelijk icoon met het Vredespaleis? Het is passender te streven naar een baken om daarmee Scheveningen Haven zelf te markeren.
De Vrienden van Den Haag hebben begrepen dat de door de commissie Van der Zwan uitgesproken voorkeursvariant thans op zijn financiële merites en op uitvoerbaarheid wordt beoordeeld, terwijl ondertussen uw ambtenaren drukdoende zijn om met de gehele visserijsector tot een gezamenlijk gedeelde visie te komen.
De vereniging Vrienden van Den Haag wenst u hierbij succes toe en hoopt dat de hierboven gemaakte opmerkingen een bijdrage zijn aan dit proces van afstemming.
Met veel interesse zullen de Vrienden van Den Haag het verdere verloop blijven volgen.
Namens het bestuur van de vereniging Vrienden van Den Haag verblijf ik met vriendelijke groet,
R.J.F. van der Wal,
voorzitter
cc.: Leden van de Haagse Gemeenteraad
- Haagsche Courant
- De Posthoorn
- Radio-TV West
Den Haag, 1 september 2005