Hoorzitting inzake vastgestelde bestemmingsplan “Reigersbergen 1964, 1e partiële herziening (Nationaal Automobielmuseum)”

9 december 2005

Hoorzitting inzake vastgesteld bestemmingsplan Reigersbergen



Het tamelijk recent vastgestelde Streekplan Zuid-Holland West moet worden herzien om de goedkeuring van het onderhavige bestemmingsplan van de gemeente Den Haag mogelijk te maken. Niet alleen het streekplan, maar ook het Stadsgewestelijk structuurplan van Haaglanden en het leisurebeleid van het stadsgewest verzetten zich in ongewijzigde staat tegen de vestiging van het museum op de beoogde locatie. Het gebied bevindt zich buiten de rode contour, is aangewezen als Belvederegebied en geniet bescherming als beschermd stadsgezicht.

Inspreektekst Hoorzitting 9 december 2005
door Hans Creman namens de Vrienden van Den Haag

Op onze vraag, waarom de kwekerijlocatie niet als onderdeel van het thans in procedure genomen voorontwerp bestemmingsplan Marlot-Reigersbergen kan worden meegenomen, is een onbevredigend antwoord gekomen Het gebied voor het automobielmuseum viel eveneens onder de conserverende bestemming van het bestemmingsplan Reigersbergen 1964.
Een reductie van het plan met ongeveer 10 % van de aanvankelijk geplande oppervlakte kan nauwelijks worden aangemerkt als kleinschaliger. Het te bouwen museumcomplex blijft ook na de reductie veel te grootschalig voor een landgoederenzone en het gebouw zal in verband met de te vervullen functie achter een voorgevel, die de illusie van een landhuis moet oproepen, een tentoonstellingshal moeten omvatten. Deze hal zal, zoals eerder door ons is opgemerkt, een grote mate van geslotenheid moeten hebben in verband met het te tonen expositiemateriaal.

Dat de Rijksdienst voor de Monumentenzorg geen bedenkingen tegen het plan heeft ingebracht, mag ons inziens niet leiden tot de conclusie dat het plan voldoende rekening houdt met de status van Belvederegebied. Deze status wordt toegekend na uitgebreide afweging van verschillende belangen en reikt verder dan het beleid van de Rijksdienst voor de Monumentenzorg.

De aanvankelijke bestemming van de kwekerijlocatie was “Park en Plantsoen”. Het wekt verbazing, dat deze bestemming moet worden gewijzigd omdat de gemeente niet over de middelen beschikt om deze bestemming inhoud te geven. Als dan toevallig een gefortuneerde
verzamelaar langs komt en op de betreffende locatie een museum wil vestigen en tevens middelen wil inzetten om de omgeving aan te passen, gaat de gemeente hierin mee om zo van een financiële verplichting te worden verlost. Wat is de betekenis van de ruimtelijke ordening als de verantwoordelijke overheid de door haar zelf vastgestelde bestemming financiëel niet kan of wil waarmaken en de gemeente en de provincie zó gemakkelijk bereid zijn af te stappen van een herhaaldelijk bevestigd onderdeel van het ruimtelijk beleid? Een betrouwbare overheid kan zich geen wispelturig of opportunistisch gedrag permitteren.

Het onderzoek naar alternatieve locaties was al bij voorbaat mislukt, omdat de initiatiefnemer van het museum, de heer Louwman, niet bereid was over andere locaties na te denken. Er zijn wel degelijk alternatieven te vinden, al dan niet binnen het grondgebied van de gemeente Den Haag. Wordt er op provinciaal niveau niet gesproken over nieuwe landgoederen? Hier ligt bij uitstek de kans voor een nieuw landgoed .
Bij de keuze van een andere locatie kan aan het leisurebeleid van het stadsgewest beter worden voldaan dan bij de huidige locatiekeuze door aansluiting te zoeken bij andere vrijetijdsbestemmingen.

Formeel hoeft geen rekening te worden gehouden met de eventuele komst van de Amerikaanse ambassade naar een naburig gebied. Het moge weliswaar duidelijk zijn, dat een claim van de Amerikanen op één van de in discussie zijnde locaties niet eenvoudig valt af te wijzen, maar het tegengaan van de aantasting van Marlot-Reigersbergen door het automobielmuseum behoort wèl tot de mogelijkheden. Het behoud van groen met cultuurhistorische waarde is voor Den Haag als internationale groene stad aan zee voor de leefbaarheid van wezenlijk belang. De thans gevolgde salamitactiek in het gebied van de landgoederenzone Den Haag-Wassenaar valt daar niet mee te rijmen.

Onze mening, dat een congresfunctie zich niet verdraagt met de bij het plan gevoegde Horeca-vergunning, is niet weerlegd.

Uit het voorgaande moge blijken, dat wij onze bezwaren tegen vestiging van het automobielmuseum op Reigersbergen handhaven.

Ik dank u voor uw aandacht.

’-Gravenhage, 9 december 2005
H. Creman
E-mail: hansmimicreman@zonnet.nl



terug TERUG terug