18 januari 2006
3e Partiële herziening streekplan Zuid-Holland West.
Hans Creman namens de Vrienden van Den Haag
Het College van Gedeputeerde Staten reageert op vele ingebrachte zienswijzen met de opmerking, dat die zienswijzen geen aanleiding geven om de streekplanherziening aan te passen en dat veelal zonder nadere onderbouwing. De Vrienden van Den Haag zijn het daar niet mee eens. In onze reactie houden wij zoveel mogelijk de door G.S. gevolgde volgorde uit de Nota van Beantwoording aan.
Bij de voorgestelde wijziging in het streekplan van de bestemming van de kwekerijlocatie van ‘openluchtrecreatie en stedelijk groen’ in een ‘rode contour’ wordt uitsluitend ingegaan op ingebrachte bezwaren tegen aantasting van de provinciale ecologische structuur. De bestemmingswijziging wordt niet onderbouwd. In vele ruimtelijke plannen en andere wettelijke maatregelen is de bestemming ‘groen’ al sinds 1964 – na het doorlopen van de geldende (inspraak)procedures – vastgelegd. Financiële onmacht van de gemeente en de ambities van een vermogend particulier blijken voldoende te zijn om de zorgvuldig tot stand gekomen bestemming te wijzigen. Het betreft wel een open gebied tussen Den Haag en Wassenaar met vele landgoederen en natuurwaarden. Een gebied, dat voor Den Haag als stad van recht en vrede voor de leefbaarheid van de inwoners van onschatbare waarde is. Gezien onze doelstellingen zetten wij ons in voor het behoud van die waarden.
De wijze waarop het College van Gedeputeerde Staten gebruik denkt te maken van de bevoegdheid tot het wijzigen van de rode contour ten behoeve van de bouw van het automobielmuseum op het landgoed Reigersbergen is in strijd met de Wet op de Ruimtelijke Ordening. Niet alleen naar de mening van de Vrienden van Den Haag, maar ook naar de
mening van de organisaties waarmee de vrienden samenwerken en die zich eveneens verzetten tegen de komst van het museum naar Reigersbergen.
De procedure wordt in omgekeerde volgorde doorlopen. Eerst wijzigt de gemeente een bestaand bestemmingsplan en vervolgens is G.S. bereid de rode contour zodanig aan te passen, dat de uitvoering van het gemeentelijk plan mogelijk wordt gemaakt. Sprake is van volgend beleid en niet van het vooraf vaststellen van provinciaal beleid, waarbinnen gemeentelijke invulling kan plaatsvinden. De bouw van het museum kan niet als een verstedelijkingsopgave worden aangemerkt, die voor 2015 moet worden gerealiseerd.
Het is de vraag of een tuincentrum had moeten worden aangemerkt als ‘ glastuinbouw ‘ . Een tuincentrum had wel degelijk binnen de bestemming ‘ openluchtrecreatie en stedelijk groen ‘ kunnen vallen. De verwaarloosde toestand van de locatie vloeide niet voort uit de bestemming, maar is het gevolg van een tekortschietend gemeentelijk toezichthoudend beleid. Verwaarlozing en het ontbreken van financiële middelen kunnen geen argumenten vormen voor wijziging van de bestaande bestemming.
De afweging van tien locaties heeft plaats gevonden zonder enige vorm van betrokkenheid van belanghebbenden. Eerst na lang aandringen heeft de gemeenteraad inzage gekregen in de op die afweging betrekking hebbende stukken, die zeer summier van aard zijn. Het belangrijkste argument voor de locatiekeuze is, dat de initiatiefnemer niet bereid was andere locaties in overweging te nemen. Deze weigering, de financiële mogelijkheden van de initiatiefnemer en het feit, dat de gemeente op eigen kracht de geldende bestemming niet kon realiseren zijn de eigenlijke overwegingen voor de bestemmingswijziging. Op deze wijze worden de uitgangspunten van het ruimtelijk beleid ondergraven.
Over de omvang en de aard van het museumgebouw wordt simpel heen gelopen. De 7000 m2, die het gebouw zal gaan beslaan, is in omvang te vergelijken met 10 x de oppervlakte van het landhuis Clingendael. U moet u voorstellen, wat de invloed is van een dergelijk gebouw op deze kwetsbare omgeving.
Dat het museum in het landschap wordt ingepast, klinkt ongeloofwaardig. Het karakter van het gebouw, op de voorgevel na een gesloten volume, maakt camoufleren noodzakelijk. Een landhuis kan in een kwetsbare zone wellicht worden ingepast, maar een industriehal leent zich daar niet voor.
De plannen gaan uit van een te verwachten bescheiden bezoekersaantal, met als uiterste grens 50.000 personen per jaar. G.S. verwijzen naar de praktijk op de huidige locatie in Raamsdonkveer. Het zal bekend zijn, dat het museum eerder gevestigd was in Leidschendam op een locatie, die zich beter voor vergelijking leent, en dat daar het aantal van 50.000 bezoekers ver werd overschreden.
De opmerking van G.S. over de warmoezierstuin en de kweek van groenten om te koken blijven ons inziens steken onder het niveau, dat van een serieus bestuur mag worden verwacht.
Hetzelfde geldt voor de opmerking over de mogelijke vestiging van de Amerikaanse ambassade in de directe omgeving. Als op provinciaal niveau hieromtrent niets bekend is, heb ik dientengevolge voor u een nieuwtje! Alle publiciteit rond de mogelijke vestiging van het omvangrijke ambassadegebouw in de overgangszone tussen Den Haag en Wassenaar is kennelijk niet tot buiten de gemeente Den Haag doorgedrongen!
Na de aantasting van het weidegebied van het landgoed Oosterbeek ten behoeve van een verpleeghuis en serviceflats dreigt de landgoederenzone Den Haag – Wassenaar nu het slachtoffer te worden van vestigingen van het automobielmuseum en de Amerikaanse ambassade. Over salamitactiek gesproken!
De bij de partiële herziening van het gemeentelijke bestemmingsplan gevoegde Horeca-vergunning laat geen congresfunctie toe. Zeker geen congressen en bijeenkomsten, die geen relatie hebben met de collectie van het museum.
De Vereniging Vrienden van Den Haag en de samenwerkende organisaties, die zich tegen de vestiging van het museum op Reigersbergen verzetten, handhaven hun bezwaren tegen wijziging van het streekplan en de goedkeuring van het gemeentelijke bestemmingsplan.
Wij hopen, dat u de impact ziet van de dreigende aantasting van de landgoederenzone voor de leefbaarheid van Den Haag als stad van recht en vrede.
Ik dank u voor uw aandacht.
H. Creman