inspraaktekst Automobielmuseum bij de Raad van State
2 juni 2006
PLEITNOTA voor de Raad van State, zaaknummer 200602267/2/R1.
Voorlopige voorziening Bestemmingsplan Reigersbergen 1964, 1e Partiële herziening ( Nationaal Automobielmuseum ).
Gedeputeerde Staten hebben ten onrechte goedkeuring verleend aan de Voorlopige voorziening Bestemmingsplan Reigersbergen 1964, omdat het plangebied is gelegen buiten de bestaande bebouwingscontour. Het verleggen van die contour louter en alleen om aan het plan-Louwman mee te werken is in strijd met de Wet op de Ruimtelijke Ordening (artikel 4a).
Woensdag 2 Juni
door Hans Creman namens de Vrienden van Den Haag
Voorzitter,
Als woordvoerder van de Algemene Vereniging voor Natuurbescherming voor ’s-Gravenhage en omstreken ( AVN ) en de organisaties, die de AVN in deze zaak hebben gemachtigd, wil ik kort, in aanvulling op de schriftelijk ingediende stukken, het volgende onder uw aandacht brengen.
Strijdigheid met de Wet op de Ruimtelijke Ordening
In de eerste plaats zijn wij van mening dat G.S. ten onrechte goedkeuring hebben verleend aan het plan, omdat het plangebied is gelegen buiten de bestaande bebouwingscontour. Het verleggen van die contour louter en alleen om aan het plan-Louwman mee te werken is in strijd met de Wet op de Ruimtelijke Ordening ( artikel 4a ). Het provinciale beleid, waarin het contouren-instrument bedoeld is om op hoofdlijnen van de ruimtelijke ordening te sturen, mag niet uitsluitend gebruikt worden voor een concreet gemeentelijk plan. Het onderhavige plan is vooruitlopend op het gewijzigde streekplan vastgesteld en kan dientengevolge niet voortvloeien uit hoofdlijnen van het provinciale beleid. Bovendien steunt het plan slechts op de wens van de initiatiefnemer en ontbeert het draagvlak in de samenleving.
Gemeente gaat verder vooruitlopend op uitspraken in procedures bij Raad van State
Het verzoek om in deze zaak tot een voorlopige voorziening te komen blijkt terecht, nu uit een brief van de Dienst Stedelijke Ontwikkeling van 23 mei j.l is gebleken, dat de Welstands- en Monumentencommissie van de gemeente Den Haag op 7 juni a.s. zal vergaderen over het gewijzigde beginselplan voor het Automobielmuseum aan de Leidsestraatweg 57. Dit kan gezien worden als een aanloop tot de procedure ter verlening van de bouwvergunning.
Locatiekeuze
Met betrekking tot de locatiekeuze voor de vestiging van het Automobielmuseum hebben B. en W. van Den Haag in een zeer laat stadium in april 2005 een document aan de gemeenteraad gezonden: Quick scan locaties leisure-initiatief, Dienst Stedelijke Ontwikkeling, 20 februari 2002. Uit de titel van het document blijkt reeds, dat de locatiekeuze onzorgvuldig heeft plaatsgevonden en dat niet alle mogelijke locaties in het document uit 2002 worden genoemd. De uiteindelijke locatiekeuze is niet gebaseerd op de resultaten van de Quick scan, maar uitsluitend op de voorkeur van de initiatiefnemer, die niet bereid was om over andere locaties te onderhandelen. Na vaststelling van het plan is gebleken dat naar alle waarschijnlijkheid de Amerikaanse ambassade op een steenworp afstand in het groene open gebied zal worden gevestigd.
Als argument voor de afwijzing van het merendeel van de in het document genoemde locaties wordt strijdigheid met de geldende regelgeving genoemd. Dat de zgn. Kwekerijlocatie van het landgoed Reigersbergen strijdig is met tal van geldende regels, die na uitgebreide samenspraak en inspraak tot stand zijn gekomen, vormde echter voor B. en W. geen bezwaar een partiële herziening van het vigerend bestemmingsplan in procedure te brengen. Waarom dat voor één of meerdere van de andere locaties niet had gekund, wordt niet uit de doeken gedaan.
Locatie onderdeel van groter geheel
Op het moment van besluitvorming over de 1e Partiële herziening van het Bestemmngsplan Marlot-Reigersbergen 1964 in de gemeenteraad van Den Haag kondigden B. en W. de voorbereiding aan van de herziening van het Bestemmingsplan Marlot-Reigersbergen met uitzondering van de Kwekerijlocatie. Het is niet duidelijk, waarom de procedure m.b.t. de Kwekerijlocatie niet heeft kunnen wachten tot het moment van de algehele herziening van het Bestemmingsplan Marlot-Reigersbergen. Door de AVN en de andere in deze zaak betrokken organisaties is regelmatig aangedrongen op afweging van de Kwekerijlocatie in een groter verband. Het relatief kleine gebied van de Kwekerijlocatie heeft tal van relaties met een ruime omgeving. De door de gemeente Den Haag gemaakte afwegingen hebben zich beperkt tot het gebied van de Kwekerijlocatie, zoals de inventarisatie van de flora en fauna en het onderzoek naar eventuele strijdigheid met de bepalingen van de Flora- en Faunawet. In de
‘ Inventarisatie beschermde flora en fauna – Van der Goes en De Groot ‘, is niet gekeken naar de gevolgen in een bredere context. Een onderzoek naar broedvogels ontbreekt ( blz. 13 van genoemd onderzoek ), waardoor niet is geïnventariseerd op de aanwezigheid van permanente broedgelegenheid, zoals nestholtes. Wel is bij het onderzoek een aantal holenbroeders gesignaleerd, dat gemakkelijk een broedplaats in de oude houtopslag van de voormalige kwekerij kan hebben. Dit zijn: Bonte specht, Grote bonte specht, Halsbandparkiet, Holenduif, Boomklever en Boomkruiper. Het uitblijven van een broedvogelinventarisatie moet als omissie in het onderzoek worden gezien, waardoor een eventueel conflict met artikel 11 van de Flora- en fauna-wet niet kan worden aangetoond.
Het opnemen van de Kwekerijlocatie in de herziening van het Bestemmingsplan Marlot-Reigersbergen had tot een evenwichtiger afweging van belangen in een breder kader kunnen leiden.
Welstandsbeleid
De gemeentelijke Welstandsnota regelt in het beheersbeleid het toetsingskader voor alle bouwwerken in de bestaande stedelijke omgeving. Bij grotere ingrepen in de bestaande stad of bij ontwikkeling van nieuwe gebieden kan de gemeenteraad, op basis van stedenbouwkundige ideeën en visies, een zogenaamd ontwikkelingskader vaststellen. Dit ontwikkelingskader dient, na vaststelling door de gemeenteraad, als vervanging van het in het gebied geldende beheerskader en wordt daarmee een nieuw beoordelingskader. De Welstands- en Monumentencommissie heeft tot twee keer toe op verzoek van B. en W. een advies uitgebracht nog voordat de gemeenteraad de voorstellen van B. en W. tot aanpassing van het toetsingskader voor welstand voor de Kwekerijlocatie had aanvaard. Het voorstel tot aanpassing van het toetsingskader is vooruitlopende op de 1e Partiële herziening van het desbetreffende bestemmingsplan door B. en W. aan de Welstands- en Monumentencommissie voorgelegd. Op het moment van advisering door de Welstandscommissie ontbrak zowel een door de gemeenteraad goedgekeurd ontwikkelingskader als een voor de locatie goedgekeurd bestemmingsplan. Op basis van de tot dat moment geldende toetsingscriteria voor het groen had de commissie geen positief advies kunnen uitbrengen. Bovendien dient de vraag te worden gesteld of het gebied van de Kwekerijlocatie zich leent voor het vaststellen van een ontwikkelingskader, zoals in de Welstandsnota is omschreven. Zo geen sprake is van strijdigheid met de nota dan is zeker sprake van strijdigheid met de geest van die nota.
Schade aan omgeving
De bouw van het museum zal tot onomkeerbare schade leiden aan een terrein, dat niet zozeer uit rommelige bebouwingsresten bestaat, maar vooral uit het groen van de voormalige kwekerij en historische tuinmuren van de warmoezerij van Reigersbergen. Bovendien zal de schade zich niet beperken tot het te bebouwen terrein, maar zich tevens uitstrekken tot een ruime omgeving.
Ik dank u voor uw aandacht. `
Hans Creman
’-Gravenhage, 2 juni 2006
H. Creman
E-mail: hansmimicreman@zonnet.nl