7 juni 2006

Gewijzigd beginselplan voor het Automobielmuseum


Inspreektekst voor de vergadering van de Welstands- en Monumentencommissie.

7 juni 2006
Hans Creman namens de Vrienden van Den Haag

Het late tijdstip, waarop de tekeningen van het Automobielmuseum - gistermiddag na 14.00 uur ? ter inzage lagen hebben het ons - de Vereniging Vrienden van Den Haag en de met de vereniging samenwerkende organisaties in deze zaak - vrijwel onmogelijk gemaakt om met een weloverwogen reactie op de plannen te komen. Wij tekenen ernstig bezwaar aan tegen de gang van zaken. Desalniettemin willen wij een aantal kanttekeningen bij de plannen plaatsen.

Ondanks het feit, dat inmiddels zowel gemeente als provincie hun ruimtelijke plannen hebben aangepast om de bouw van het museum mogelijk te maken ? onzerzijds loopt nog een beroep tegen deze besluiten bij de Raad van State ? blijven wij van mening dat het gebouw ook na de aanpassingen te massaal en te omvangrijk is voor de groene omgeving met de aanwezige natuur-, milieu- en cultuurhistorische waarden.
De concessies, die zijn gedaan ? het terugdringen van het te bebouwen oppervlak en het ondergronds brengen van het parkeren ? zijn van onvoldoende gewicht om aan onze bezwaren tegemoet te komen. De veranderingen aan de uiterlijke vormgeving hebben slechts tot gevolg, dat het gebouw minder massaal oogt en dat een grotere openheid naar het omringende landschap ontstaat.

Het aantal parkeerplaatsen in de ondergrondse garage is inderdaad groter dan dat van het aanvankelijk geplande bovengrondse terrein, maar telt niet de ruim 200 plaatsen, waarvan sprake was tijdens de beslissende beraadslagingen in de gemeenteraad.

Ondanks alle veranderingen roept het uiterlijk van het museum geenszins een vergelijking met een landhuis uit de landgoederenzone Den Haag-Wassenaar op. De visie van het bureau van Michael Graves op hetgeen passend is in een typisch Nederlandse landgoederenzone wordt door ons niet gedeeld. De langgerekte vorm van de voorgevel en de poging door middel van het lange schuine dak visueel een verlagend effect op te roepen, verdragen zich niet met de vormgeving van de belangrijkste landhuizen in de onderhavige zone. De landhuizen hebben over het algemeen een rechthoekige plattegrond en bestaan uit minstens twee woonlagen met een schuin dak.

De grotere openheid naar de omgeving kan in conflict komen met de behoefte aan rust, ruimte en duisternis van de omringende groengebieden als geen passende maatregelen worden genomen. Uitstraling van licht en geluid uit de zijgevels en de achtergevel zal een negatieve invloed hebben op de aangrenzende natuur. De beplantingen op het museumterrein zullen moeten bestaan uit inheemse soorten.

De tuinmuren, die van cultuurhistorisch belang zijn, kunnen wij, voorzover ze binnen het museumterrein liggen, niet op het landschapsplan terugvinden. Die tuinmuren dienen ongewijzigd te blijven staan.

De functie van de beplanting aan weerszijden van de voorgevel is onduidelijk. Wordt hier geknipoogd naar traditionele vormen van tuinaanleg?

De ter inzage gelegde stukken geven geen inzicht in de keuze van de toe te passen bouwmaterialen. Wat dat betreft wachten we nadere gegevens af.

Ik dank u voor uw aandacht.

Hans Creman

De samenwerkende organisaties zijn:
Algemene Vereniging voor Natuurbescherming voor ’s-Gravenhage en Omstreken
Wijkvereniging Marlot,
Wijkberaad Mariahoeve, Haagse Vogelbescherming
Koninklijke Nederlandse Natuurhistorische Vereniging
Vereniging Vrienden van Den Haag
Stichting Bewonersbelangen Reigersbergen-Marlot
Haags Milieucentrum.


terug TERUG terug