9 januari 2007
Bezwaren van zes organisaties *) tegen de goedkeuring door het college van Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland
Pleitnotitie
RvS zaak 200602267, Den Haag Bp "Reigersbergen 1964, 1e partiële herziening"
Deze pleitnotitie is niet noodzakelijkerwijs de letterlijke weergave van de uitgesproken tekst.
Mijnheer de voorzitter, dames en heren,
Ik spreek hier namens een groep van zes belanghebbende organisaties *) die bezwaar maakt tegen de vestiging van het Nationaal Automobielmuseum op het landgoed Reigersbergen omdat daardoor de belangen die wij vertegenwoordigen ernstig zouden worden geschaad.
De vestiging van het museum op een andere locatie, waarvoor onze bezwaren niet zouden gelden, zouden wij ondersteunen.
Wij beseffen dat in een dichtbevolkt en intensief gebruikt gebied als Den Haag en omstreken een project als dit strijdige belangen raakt die tegen elkaar afgewogen moeten worden. Die afwegingen zijn in dit geval naar onze overtuiging niet correct uitgevoerd.
De partiële herziening van het betreffende bestemmingsplan die uit die afwegingen resulteerde achten wij daarom onaanvaardbaar, en derhalve vechten wij het besluit tot goedkeuring van die herziening door het college van Gedeputeerde Staten aan.
Bovendien namen Gedeputeerde Staten dat besluit voordat door Provinciale Staten tot de vereiste herziening van het provinciale streekplan was besloten. Het zeer onlangs door de provincie ingediende aanvullende stuk bevestigt deze gang van zaken.
Het besluit van Gedeputeerde Staten is derhalve niet rechtsgeldig.
Overigens hebben wij ook beroep ingesteld tegen het inmiddels door Provinciale Staten genomen besluit inzake de herziening van het streekplan, dat in de zitting van hedenmiddag aan de orde zal komen.
*) zie onderaan
Ik geef een kort overzicht van de belangen die hier spelen en besluit met enkele opmerkingen over de afwegingen van die belangen. In de correspondentie van de afgelopen jaren, die ik in Uw bezit mag veronderstellen, wordt hier in detail op ingegaan.
De belangen die wij vertegenwoordigen betreffen waarden van natuur en milieu, leefbaarheid, stadsschoon en cultuurhistorie. Op de locatie Reigersbergen zijn al lange tijd een achttal beschermende beleidsplannen van toepassing - waaronder het gemeentelijk bestemmingsplan en provinciaal streekplan - die alle de instandhouding en verbetering van die waarden tot doel hebben. Die waarden worden dus in brede kring erkend. Bovendien breekt landelijk steeds meer het besef door dat landschappelijk groen aan de randen van stedelijke agglomeraties van onvervangbaar belang is voor de leefbaarheid en dat alles in het werk gesteld dient te worden om dit te behouden en te koesteren, in het bijzonder in de Randstad. Het landgoed Reigersbergen is daarvan bij uitstek een voorbeeld.
De gemeente Den Haag geeft voor betrokkenheid te voelen met die gedachtegang door te stellen dat het landgoedkarakter van Reigersbergen grotendeels behouden, ja zelfs versterkt zal worden door de vestiging van het automobielmuseum. Dit is echter volledig misleidend. Het landgoedkarakter zal geheel verdwijnen door het museumgebouw. Dat gebouw is kolossaal. Het is bijna tienmaal zo groot is als het Huis Clingendael - in het Haagse landgoed van die naam - dat al geldt als een fors exemplaar in zijn soort. In de documentatie van het project lijkt het museumgebouw door perspectivische vertekening veel minder massaal dan op grond van de maten verwacht mag worden. Daarop aangesproken zei de landschapsarchitect namens de gemeente Den Haag "dat men niet de werkelijkheid moet weergeven, maar de beleving " . Maar in die werkelijkheid zal het museum een mastodont blijken die op geen enkele manier met een landgoed in verband te brengen valt en het landgoedkarakter en de cultuurhistorische waarden van het gebied ernstig zal aantasten, zo niet geheel verloren zal doen gaan.
Hetzelfde geldt voor de natuurwaarden. Het gebouw met het omliggende terrein - dat ondanks de later ingevoegde parkeergarage gebruikt zal worden voor autobussen, leveranciers en dergelijke -ligt midden in twee kwetsbare ecologische corridors. De ene is de landgoederenzone tussen Den Haag en Leiden en de andere de loodrecht daarop staande verbinding tussen de duinen en de veenweidegebieden. Het is goed te beseffen dat het landgoed Reigersbergen aansluit op het Haagse Bos dat al meer dan vierhonderd jaar tegen ingrepen beschermd wordt met de door Willem van Oranje getekende Akte van Redemptie. Als die zou gelden tot de grens met Wassenaar hadden we hier nu niet gestaan.
Ook ten aanzien van de natuur beweert Den Haag dat het museum een positieve invloed zal hebben ten opzichte van de bestaande situatie. Ook dit is misleidend. De bestaande situatie is een voormalige kwekerij die door de gemeente alleen werd gedoogd, in strijd met het bestemmingsplan. Nu is het een rommelige plek, maar met meer potentiële natuurwaarde dan een museum dat slechts ruimte laat voor een strookje natuur dat te smal is om als een volwaardige ecologische verbinding te worden aangemerkt.
Onze belangen samenvattend: het grote belang van de natuurlijke, landschappelijke, en cultuurhistorische waarden van het gebied is algemeen erkend, en de beschermende maatregelen die daar voor zijn genomen dienen in stand te blijven.
De belangen die de gemeente aanvoert zijn:
Het museum zal de aantrekkelijkheid en de uitstraling van Den Haag vergroten.
Dat onderschrijven wij, maar daarvoor hoeft het museum niet op het landgoed Reigersbergen te worden gevestigd.
De locatie is goed bereikbaar voor bezoekers van buiten de stad.
Ook dat is waar. Maar dat geldt ook voor vele andere locaties in en bij Den Haag. En de verbinding van Reigersbergen met de stad zelf is matig. Dit zal ook leiden tot een aanzuigende werking van andere activiteiten in het gebied, zoals reeds is gebleken.
De toegevoegde waarde van het gebied wordt groter.
Men bedoelt natuur en landschap, maar die toename gaat uit van de bestaande foute situatie met kwekerij en dat geeft, zoals hierboven al aangegeven, een verkeerd beeld.
De bezoekers van het museum zullen een flinke bijdrage aan de locale economie geven.
De raming van de gemeente hiervoor is aantoonbaar minstens vijfmaal te hoog, en dan gaat het om een zeer bescheiden bedrag.
Tot zover de belangen van de gemeente.
De provincie heeft geen rechtstreekse belangen bij het project. Het wordt ontwikkeld door de gemeente Den Haag met een particuliere initiatiefnemer en is geen onderdeel van het provinciaal beleid.
Over de belangen van de initiatiefnemer is nimmer iets bekend gemaakt. De locatie Reigersbergen "heeft zijn voorkeur". Waarom is niet bekend. Wij nemen aan dat hij het een fraaie plek vindt, en dat zijn wij roerend met hem eens, anders waren wij hier niet.
Ik heb in kort verband getracht te schetsen welke belangen tegen elkaar zijn afgewogen. Enerzijds een hele reeks van bindende beleidsplannen, beheersnota’s en toekomstvisies die volgens wettelijke procedures op gemeentelijk, regionaal, provinciaal en nationaal niveau zijn vastgesteld en die allemaal het behoud en de verbetering van het groene landgoedkarakter van het gebied vorderen. Anderzijds het belang dat de gemeente Den Haag hecht aan de vestiging van het museum op het landgoed Reigersbergen, midden in dat beschermde gebied. Maar van de gemeentelijke argumenten om het museum juist op diè plaats te vestigen blijkt uiteindelijk bedroevend weinig over te blijven. De gemeente zèlf verklaart - en ik citeer -
"Bij de locatiekeuze heeft uiteindelijk de nadrukkelijke voorkeur van de initiatiefnemer c.q. particuliere investeerder de doorslag gegeven."
En alleen die voorkeur, die op geen enkele wijze toegelicht, laat staan onderbouwd is, heeft de gemeente zwaarder laten wegen dan heel het pakket wettelijke beschermingsmaatregelen. Bovendien is nooit duidelijk geworden waarom de gemeente zóveel haast met het project heeft dat niet op de integrale herziening van het bestemmingsplan gewacht kon worden, die al in procedure was genomen nog voor de vaststelling van de partiële herziening.
Het is dan ook niet verwonderlijk dat de gemeente haar toevlucht heeft genomen tot een jarenlange tactiek van manipulatie en misleiding om het plan politiek aanvaard te krijgen.
De gemeente heeft – ondanks onze herhaaldelijke verzoeken - consequent geweigerd om de locatiekeuze ter discussie te stellen.
Wij vinden het onbegrijpelijk en betreurenswaardig dat het college van Gedeputeerde Staten met de goedkeuring van de herziening van het bestemmingsplan een project sanctioneert dat strijdig is met alles wat dit land aan wettelijke bescherming van de ruimtelijke ordening te bieden heeft, uitsluitend ten faveure van de persoonlijke voorkeur van één individu.
Wij verzoeken U dit goedkeuringsbesluit van het college van Gedeputeerde Staten, gedateerd 31 januari 2006,te vernietigen.
*) vertegenwoordigde verenigingen
Algemene Vereniging voor Natuurbescherming voor ’s Gravenhage en omstreken (AVN)
De Koninklijke Nederlandse Natuurhistorische Vereniging (KNNV)
Het Haags Milieu Centrum
Stichting Bewonersbelangen Reigersbergen-Marlot
De Vereniging Vrienden van Den Haag
De Vereniging Marlot