9 januari 2007
Bezwaren van zes organisaties *)tegen de vaststelling door Provinciale Staten van Zuid-Holland van de 3e herziening van het Streekplan Zuid-Holland-West
Pleitnotitie
RvS zaak 200601946/1, Zuid-Holland ‘derde partiële herziening streekplan Zuid-Holland West 2003, Alkemade c.a.’
Deze pleitnotitie is niet noodzakelijkerwijs de letterlijke weergave van de uitgesproken tekst.
Mijnheer de voorzitter, dames en heren,
Ik spreek hier namens een groep van zes belanghebbende organisaties *) die bezwaar maakt tegen de vestiging van het Nationaal Automobielmuseum op het landgoed Reigersbergen omdat de belangen die wij vertegenwoordigen daardoor ernstig zouden worden geschaad.
De vestiging van het museum op een andere locatie, waarvoor onze bezwaren niet zouden gelden, zouden wij ondersteunen.
Provinciale Staten van Zuid-Holland nam op 1 februari 2006 het besluit om het streekplan Zuid-Holland West 2003 te herzien om de bouw van het museum op het Landgoed Reigersbergen mogelijk te maken.
Onze inhoudelijke bezwaren tegen die bouw, en dus tegen de herziening van het streekplan, hebben wij per brief in detail kenbaar gemaakt aan Provinciale Staten en wederom aan U in ons beroepschrift, en het belangrijkste ervan hebben wij hedenmorgen herhaald in een zitting van deze Ruimtelijke ordening unit 1. Ik hoop dat U mij toestaat mij te beperken tot een verwijzing naar die bronnen en hier slechts enkele aspecten te belichten.
*) zie onderaan
Strijdigheid met de WRO
Het besluit van Provinciale Staten tot de betreffende contourwijziging is in strijd met artikel 4a, eerste lid en artikel 1 van de WRO.
Provinciale Staten hebben immers uitsluitend de bevoegdheid de hoofdlijnen van het provinciale ruimtelijke beleid te bepalen; weliswaar zijn zij bevoegd een concrete beleidsbeslissing te nemen maar ook die is beperkt tot provinciaal beleid op hoofdlijnen. Daarvan is hier geen sprake; het is de gemeente Den Haag die de contourverlegging voor een louter Haags project heeft geëntameerd; Provinciale Staten hebben in hun besluit niet gesteld, laat staan onderbouwd, dat hier enig provinciaal beleid op hoofdlijnen aan ten grondslag ligt. Provinciale Staten gaan er, in strijd met artikel 4a eerste lid, en artikel 1 van de WRO, vanuit dat louter de duiding als concrete beleidsbeslissing zonder achterliggende provinciale beleidsuitgangspunten in het kader van een goede ruimtelijke ordening volstaat en het recht geeft om een ernstige inbreuk te maken op een pas 3 jaar oude bebouwingscontour. De concrete beleidsbeslissing is echter louter genomen met het oog op een concreet Haags bouwplan.
Strijdigheid met de Woningwet en de WRO
Het besluit van Provinciale Staten is tevens in strijd met artikel 12a van de woningwet en artikel 10 van de WRO. De streekplanherziening steunt immers op de aangepaste welstandsnota van de gemeente. Die aangepaste nota is alleen opgesteld om het automobielmuseum op Reigersbergen mogelijk te maken; de gebruikte criteria zijn geen welstandscriteria maar ruimtelijke ordenings criteria. Die horen niet in een Welstandsnota thuis maar uitsluitend in een bestemmingsplan of streekplan. In dit opzicht is het besluit van Provinciale Staten in strijd met de wet.
Provinciale Planologische Commissie
In de aanloop van de herziening van het streekplan (eind 2004) bracht de Commissie voor Advisering over Ruimtelijke Plannen aan de PPC een prae-advies uit. Daaruit citeer ik: "De invloed van de zeer forse bebouwing op de omgeving en de wijze waarop met de negatieve effecten op onder andere de natuurwaarden wordt omgegaan zijn evenwel onvoldoende in beeld gebracht om tot een definitief oordeel te komen. Voorshands kan derhalve geen positief oordeel worden gegeven met betrekking tot het realiseren van het automobielmuseum op deze locatie. Het in gang zetten van een streekplanherziening is daarmee thans niet te rechtvaardigen."
Sindsdien produceerde de gemeente Den Haag allerlei aanvullende nota’s, waarin de gesignaleerde bezwaren echter niet werden weggenomen. Dat zou ook niet mogelijk zijn geweest.
Echter, toen Provinciale Staten het ontwerp van de herziening van het streekplan openbaar maakten was daarin niets meer over de gesignaleerde negatieve effecten te lezen, maar wel dat de kwekerij een desolate enclave was die opgeknapt zou moeten worden, maar dat daarvoor geen geld was. Met deze omgekeerde redenering werd de verschuiving van de rode contour onderbouwd.
Wij hebben vanmorgen al aangevoerd, en doen dat nu hier weer, dat de argumentatie van de gemeente Den Haag voor dit project uiteindelijk niet meer behelst dan een verwijzing naar de persoonlijke voorkeur van een enkel individu. Dat is strijdig met zo ongeveer alles wat dit land aan wettelijke bescherming van de ruimtelijke ordening te bieden heeft.
Wij vinden het onbegrijpelijk en betreurenswaardig dat Provinciale Staten met het besluit om het streekplan te herzien dit sanctioneert.
Wij verzoeken U dit besluit van Provinciale Staten, gedateerd 1 februari 2006,te vernietigen.
*) vertegenwoordigde verenigingen
Algemene Vereniging voor Natuurbescherming voor ’s Gravenhage en omstreken (AVN)
De Koninklijke Nederlandse Natuurhistorische Vereniging (KNNV)
Het Haags Milieu Centrum
Stichting Bewonersbelangen Reigersbergen-Marlot
De Vereniging Vrienden van Den Haag
De Vereniging Marlot