17 december 2008
Werkvergadering cie. SRO 17-12-2008
Inleiding Vrienden van Den Haag
Dit is een voorlopig commentaar. De discussie in eigen kring en met andere organisaties loopt nog. In de loop van januari hoort u meer.
Over het pakket nota’s (Agenda Verdichting, Woonvisie, Appartementenbouw, Demografische ontwikkelingen, Vergroenen & Verdichten) zijn positieve opmerkingen te maken. Maar vandaag beperken wij ons tot enkele kritische kanttekeningen.
1. gegoochel met cijfers en redeneringen
Het gegoochel met cijfers en redeneringen over bevolkingsprognose, woningbehoefte, woningtekort, groeipotentie e.d. is aanvechtbaar en riskant.
- het is allemaal geen autonoom gegeven, geen onafwendbaar natuurverschijnsel, maar een politieke keus. De gemeente houdt een dubieuze kip – ei cirkelredenering: ‘de prognose is dat de bevolking groeit, dus zijn meer woningen nodig, daardoor groeit de bevolking’.
- het is mogelijk in 2025 de door de gemeente gewenste bevolkingsomvang van 506.000 inwoners te halen zonder de bouwopgave van de Structuurvisie, indien de woningbezetting op peil blijft. Zet daar dan op in! (vgl. NIDI: Demografie is maakbaar; woningbezetting is afhankelijk van het soort aangeboden woningen.)
- het argument ‘groei is nodig voor gezonde gemeentefinanciën’ is bedrieglijk. Juist Den Haag laat zien dat een gemeente met 470.000 inwoners financieel kerngezond kan zijn.
- en dan het argument ‘groei is nodig i.v.m. het draagvlak voor het voorzieningenniveau’. Welke voorzieningen lopen gevaar als we er geen 30.000 inwoners bij krijgen? Dit is ongefundeerde bangmakerij.
2. aanslag op stadsbeeld en stadsgroen
De verdichtingsagenda en de focus op torenflats zijn een revolutie voor en een aanslag op het stadsbeeld en het stadsgroen.
- in grote delen van de stad zal verdichting tot 50 m komen, met incidenteel nog hogere hoogbouw.
- 50 m héét misschien geen hoogbouw, maar het is wel een torenflat van 16 verdiepingen. Vgl. de Sirtemaflat in het Westeinde; die is ‘maar’ 10 verdiepingen, maar hij manifesteert zich in z’n omgeving als een mastodont.
- het is riskant: voor 1350 flats per jaar is geen markt, zeker niet in hoogbouw, en nog minder als het economisch tij tegen zit. Zelfs in het bewierookte Strijkijzer is de vrije sector nauwelijks te verhuren.
- gezinnen laten zich niet stapelen. Het is onduidelijk wat we ons bij de voorgestelde ‘kindvriendelijke appartementen’ moeten voorstellen.
- op enkele plekken zijn torenflats een goed idee, maar op de meeste plekken gedragen flats van meer dan 6 à 8 lagen (18 à 24 m) zich op een onprettige manier als torens:
- - weinig contact van de bewoners met elkaar en met de straat
- - schaduw, wind, fluittonen
- - parkeerproblemen
- - slechte aansluiting bij de bestaande omgeving
- - slechte invulling van de begane grond.
- torenflats sparen meestal geen groen. En bouw nooit in de rand van groenvoorziening. De suggestie dat bouwen in het groen direct of indirect goed is voor het groen, is een kletsargument.
- torenflats parasiteren op de omgeving, maar geven meestal bitter weinig terug.
- het is zeer de vraag of een stad vol torenflats het beoogde concurrentievoordeel met andere Nederlandse en buitenlandse steden oplevert. Meer concurrentievoordeel dan de charmante lage groene stad die Den Haag nu is?
3. adviezen & alternatieven
Neem niet in één decennium de halve stad op de schop.
- begin op de beste plekken.
- doe ervaring op met nieuwe woningtypen en goede voorbeelden.
- geen hijgerig halfdoordacht haastwerk, maar ‘slow city’ maatwerk, ‘horlogemakersstedenbouw’. Geef de stad de kans organisch te groeien en zich aan te passen.
- kijk naar San Fransisco, Amsterdam, New York, naar de Jordaan, de Pijp, Soho: oude wijken die zichzelf transformeren. Hoge dichtheid, heel vernieuwend, heel creatief, hartstikke stedelijk, maar zonder grootschalige nieuwbouw van torenflats.
- beschouw een veel groter gebied – Leiden t/m Delft – als ‘onze stad’ waar we iets moois van willen maken. Behandel op z’n minst de gemeenten binnen díe regio als je partner.
- Kijk veel serieuzer naar de bewezen alternatieven van woontorens (en nieuwbouw in het algemeen). Deze alternatieven kunnen passende woonruimte creëren voor duizenden mensen. Daarmee kan verdichting worden bereikt, niet door de open ruimte steeds verder vol te bouwen, maar door de bestaande bebouwing beter te gebruiken.
- bij brede wegen en kruispunten: Monchyplein-achtige en Couperusduin-achtige gebouwen van 5 à 8 lagen.
- dakopbouwen, waardoor kleine huisjes weer aantrekkelijk worden voor gezinnen.
- te kleine flatjes samenvoegen tot een grotere, waardoor idem.
- ondertunnelen en overbouwen (vgl. Sijtwende).
- wonen boven winkels.
- eigentijdse versie van de beroemde en geliefde Haagse woonhotels.
- splitsing van zeer grote huizen en villa’s.
- hoge dichtheid bij knooppunten van openbaar vervoer (dus geen brandweergarage bij station Moerwijk).
- verbouw incourante kantoren e.d. tot woningen.
- bestrijd leegstand.
- bewijs zowel starters als oudere stadswijken à la Rustenburg-Oostbroek een dienst door het royale betaalbare aanbod aldaar te ondersteunen met vertrouwen in de toekomst van die wijken (woonomgeving, sociale opbouw). De gemeente heeft meer instrumenten dan alleen nieuwbouw.
- onderzoek onder welke voorwaarden alleenstaande bejaarden hun grote herenhuis willen verruilen voor iets kleiners.
door René Vlaanderen en Eveline Blitz