21 oktober 2005
Zienswijze tegen Ontwerp derde partiële streekplanherziening Zuid-Holland West 2003, landgoed Reigersbergen
Aan het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland
Kamer A 250
Postbus 90602
2509 LP Den Haag
Geacht college,
Onze bedenkingen tegen de goedkeuring door uw college van de 1e partiële herziening van het bestemmingsplan Marlot-Reigersbergen 1964 hebben wij vastgelegd in onze brief van 1 augustus 2005. De in die brief aangevoerde argumenten gelden evenzeer tegen de door u voorgestelde partiële herziening van het streekplan Zuid-Holland West 2003.
Daarenboven steunen wij de argumenten – in het bijzonder die met betrekking tot de wijze, waarop de voorgeschreven wettelijke procedures zijn gevolgd - , zoals die zijn vastgelegd in de zienswijze van de Algemene Vereniging voor Natuurbescherming voor ’s-Gravenhage en Omstreken, die u onlangs heeft ontvangen.
Met betrekking tot de locatiekeuze merken wij bovendien op, dat van een aan inspraak onderworpen keuze geen sprake is geweest en dat de keuze uitsluitend is bepaald door het feit, dat over de andere locaties met de heer Louwman niet te praten viel.
Een aantal van de andere locaties zou uit een oogpunt van exploitatie van het museum een gunstiger perspectief hebben geboden, mede door de samenhang met andere vrijetijdsvoorzieningen in de directe omgeving. Te weten: locaties gelegen in gebieden uit het leisurebeleid van het stadsgewest Haaglanden. Die gebieden waren echter voor de initiatiefnemer, de heer Louwman, niet aanvaardbaar. De invloed van een vermogend particulier op het ruimtelijk beleid van de overheid is in dit geval
onevenredig groot.
Op blz. 10 van het ontwerp derde partiële herziening van het streekplan Zuid-Holland West 2003 maakt u melding van het feit, dat het gebied van de kwekerijlocatie in de ongewijzigde situatie deel uitmaakt van een gebied met de bestemming Openlucht-recreatie en stedelijk groen en Beschermd stads- en dorpsgezicht. De locatie bevindt zich in de landgoederenzone, die bestaat uit Clingendael, Oosterbeek, Oostduin, Arendsdorp, Marlot en Reigersbergen.
De wijziging van de rode contour, die wordt voorgesteld, voldoet niet aan de door u zelf aangegeven criteria, dat over het algemeen voor wijzigingen van het streekplan een ondergrens van 5 ha wordt aangehouden, wil een wijziging van het streekplan ter hand worden genomen. In het onderhavige geval betreft het een locatie van slechts 3,2 ha. Het voorstel voorziet niet in het verleggen van de rode contour, maar zal bij aanvaarding van uw voorstel leiden tot een kleine rode enclave in een overigens groene omgeving.
In voorgaande stukken van gemeente, stadsgewest en provincie wordt gesproken over een eenmalige aanpassing van de bestaande bestemming in de landgoederenzone. Dit laat onverlet, dat in het direct aangrenzende groene gebied aan de overzijde van de Leidsestraatweg opnieuw een eenmalige aanpassing van de geldende bestemming dreigt ten behoeve van de vestiging van de Amerikaanse ambassade. Op deze wijze wordt door een salamitactiek het groen in de Haagse agglomeratie aangetast. Groen dat voor de leefbaarheid van de internationale stad van recht en vrede van wezenlijk belang is.
Op blz. 11 stelt u, dat het gebied aan kwaliteit zou winnen bij uitvoering van het automobielmuseum. De Vrienden van Den Haag delen die mening niet. Wij menen, dat bij de eventuele bouw van het museum onaanvaardbare schade wordt toegebracht aan het overwegend groene gebied van Marlot-Reigersbergen en in ruime zin aan de landgoederenzone Den Haag-Wassenaar. De kwaliteit van het gebied kan echter op andere wijze worden verbeterd en wel in de sfeer van de aanvankelijke invulling van het gebied als warmoezerij van het landgoed Reigersbergen.
Als de financiële middelen voor deze invulling zouden ontbreken, kunnen vraagtekens worden gezet bij vele bestemmingen, die na zorgvuldige afweging via democratische procedures in ruimtelijke plannen zijn vastgelegd. Wat is dan nog de betekenis van deze ruimtelijke bestemmingen?
De Vereniging Vrienden van Den Haag wil met deze zienswijze haar bezwaren tegen uw voorstel tot wijziging van het streekplan voor het landgoed Reigersbergen vastleggen.
Namens het bestuur,
F.J.J. van Maarseveen,
vice-voorzitter
Den Haag, 21 oktober 2005