Ons Den Haag | MEI/JUNI  
lijntje
niets

In de Haagsche Courant is een discussie geopend over de Norfolklocatie die hier met zijn omgeving in de kaart is gebracht.
Illustratie: HC/Hans Fresen

Scheveningen: van vele ideeën
voor locatie Norfolkline komt
nog niet één echt boven drijven


Het bedenken van een nieuwe invulling voor de 3de binnenhaven en het terrein eromheen spreekt bij velen tot de verbeelding. Maar is er een voor Scheveningen goede oplossing mogelijk zonder aanpassingen elders? Gwen Maclaine Pont, lid van de werkgroep Stad en Groen van De Vrienden, levert een persoonlijke bijdrage aan de discussie. Zij gaat daarbij o.a. in op de vraag welk plan het meeste zicht biedt op een welvarende haven.

door Gwen Maclaine Pont

Den Haag is die mooie stad achter de duinen; Scheveningen is dat geïsoleerde dorp aan zee. Zo was het vele eeuwen. De verbintenis tussen die twee bestond lange tijd uit los zand, een prachtig duinlandschap. Pas zo’n honderd jaar geleden waren de hofstad en het vissersdorp aan elkaar gegroeid, gemetseld ook wel; nadat er wegen en spoorlijnen waren aangelegd, kanalen en ook de havens waren gegraven.
Den Haag is uniek; Scheveningen is dat ook. Ze hebben beide een andere karakteristiek. Dat zit in de genen van de plek; een onveranderlijk en tijdloos aspect van de identiteit; iets dat je moet koesteren. Respect over en weer voor dat verschil is in beider belang; in beider economisch belang.

Zeelui en kadevolk

Voor de Scheveningers maken de visserij, (andere) scheepvaart en handel in en rond de haven een essentieel onderdeel uit van hun identiteit. Voor de bewoners en bezoekers van Den Haag is Scheveningen vooral de badplaats met de zee en het strand en – sinds enkele decennia – ook de haven met de sportvisserij en de pleziervaart. Scheveningen ligt, langgerekt, aan en achter de boulevard. Vanaf het Zwarte Pad richting Rode Vuurtoren heb je eerst de badplaats, dan het dorp en uiteindelijk de havens. Het is leuk om helemaal naar de havenhoofden te wandelen. Van daar uit doorlopen tot aan de binnenste haven is wel een flink stuk verder. Als je op de boulevard staat en je kijkt landinwaarts de Vissershavenweg af, dan zie je niet dat daar nog wat te beleven is. Dat zou moeten verbeteren. Velen besluiten nu hier om te keren zonder te weten wat ze missen. Er is wel eens gedacht aan een tram evenwijdig aan maar achter de kust; dat scheelt de helft. Dan is het goed te doen met kinderen. En ook leuk. Want de sfeer rond de haven – als je er eenmaal bent – is heel anders gezellig dan die rond het Kurhaus of de Keizerstraat.


Gezien vanaf de eerste haven. Rechts de visafslag. In het midden een Norfolkschip dat uitvaart.
Foto: Gwen Maclaine Pont
Scheveningen omarmt de zee met 3 havens en 2 hoofden. Aan een echte pier valt veel meer te beleven dan aan zo’n dooie die geen dienst doet. Zeker omdat het er twee zijn. Dat maakt het spannend omdat de overkant zo dichtbij lijkt terwijl er een zee tussen zit. En 3 havens van waar de schepen uitvaren en binnenlopen. Een strategische plek is het trefpunt van ex-zeelui onder de semafoor, ‘het Palmhuisje’. Daar waar het zoete water het zilte nat ontmoet, daar ontmoeten zij elkaar, elke dag een paar. De zee zit deze autochtone dorpelingen in hart en nieren.

Vloedgolf van ideeën

Terwijl een commissie onder leiding van A. van der Zwan bezig is een advies op te stellen in opdracht van Burgemeester en Wethouders van Den Haag vindt er een uitgebreide gedachtewisseling plaats in en op initiatief van de Haagsche Courant. Naast interviews met betrokkenen schreef de krant een ideeënprijsvraag uit waarop zeventig reacties kwamen. “Hoewel de verscheidenheid aan voorstellen enorm was en er inzendingen van amateurs en professionals waren, ontbrak het volgens de jury aan een visionair idee”, aldus HC. De meesten geven met hun keuze wel aan hoe ze denken over Scheveningen. En dat is heel divers. Dat er meer nodig is dan alleen een invulling als aanvulling op het bestaande blijkt uit meerdere reacties. Toch is de opdracht aan de commissie van der Zwan beperkt, want zij dient uit te gaan van het eerder vastgestelde beleid. Wel dienen “nieuwe activiteiten op de Norfolk-locatie de bestaande te respecteren en de functionaliteit van de haven duurzaam te versterken”.
Enkele ideeën betreffen andere delen van het havengebied maar lijken toch goed aan te sluiten bij dit aspect.

De havens

De 1ste binnenhaven ligt vlak achter de kust. Aan één kade staan metalen koelhuizen. Daar straalt geen warme activiteit van af. Het lijkt beter deze te verplaatsen naar de verste haven, de 3de. “Veel havengebonden ondernemers zouden behoefte hebben aan meer bedrijfsruimte ”schrijft de Haagsche Courant.” De komende jaren zou het Norfolkline-terrein moeten kunnen blijven functioneren als overloopgebied voor dit soort uitbreidingen.” Dat maakt ruimte voor kleinschalige havenfuncties met meer levendigheid in deze haven.


De jachthaven, een doodse plek.
Foto: Gwen Maclaine Pont
De Visafslag aan de overkant, die serie betonnen loodsen uit de jaren ’50, zijn indrukwekkend met hun golvende sheddaken. Maar er is weinig te beleven. Een enkel schip ligt aan de steiger. ’s Ochtends vroeg wordt in het kopgebouw de verse vis afgeslagen.”Vroeger was het de gewoonte om de vangst, voor het veilen, op de grond van de schouwruimte uit te stallen voor inspectie. Met de komst van kratten veranderde dit, maar nog lang mochten deze niet gestapeld worden. Dan kon je beter schouwen. Vandaar dat de afslag zo’n reusachtig oppervlakte heeft”, zegt de locatiemanager. Voor een groot deel staat het gebouw nu leeg. Een goede exploitatie lijkt niet haalbaar. Sommigen zijn daarom voor sloop. Terwijl de spiegeling van het silhouet in het havenwater monumentaal is! Anderen zien nog wel toekomst voor de kleinschalige visserij, gericht op allochtonen, die nog weten hoe ze een vis moeten klaarmaken. Daarnaast moet het mogelijk zijn om de hallen geschikt te maken voor het aanschouwen en/of verhandelen van andere zaken. Het idee van een ‘versfoodmarkt’ waar je vis en groente uitgestald ziet past helemaal in de belevingseconomie van vandaag. Wellicht kan het verkrijgen van de status van ‘wederopbouwmonument’ meehelpen om in dit prachtige gebouw nieuw leven te blazen. “Jachthaven een van de meest dode plaatsen die je je kunt voorstellen”


Gezien vanaf het Afvoerkanaal. Aan de zeekant zou een nieuw duin gevormd kunnen worden.
Foto: Gwen Maclaine Pont
Aan de binnenste haven, de 2de, is het meest veranderd de laatste tijd. Er liggen veel boten, van rijke recreanten. Ook een museumschip. Met restaurants, terrassen, winkels en woonblokken rondom aan de kades. Er is een nautisch centrum in aanbouw. De sfeer is gezellig maar het kan beter. De een verwijst naar de Chicago Navy Pier, de ander naar the Waterfront in Kaapstad als geslaagde havens met uitstraling. Een derde naar Barcelona. Maar in hoeverre werkt het klimaat ons hier tegen? Een vierde verwijst naar het nautisch centrum in Rotterdam, Entrepot, “dat een stille dood gestorven” is. “Een jachthaven is geen levendig gebied, het zijn de meest dode plaatsen die je je voor kunt stellen.” Verankering in het achterland lijkt heel wezenlijk om deze mooiweer-activiteit te mengen met alledaagse bedrijvigheid en wonen. Zo is de buurt tussen haven en dorp toe aan verbetering. “Willen de plannenmakers rekening houden met Scheveningers die nu in afbraakgebied wonen? Zorg ervoor dat daar betaalbare huizen komen en laat Scheveningen niet zijn dorpskarakter verliezen”, aldus Jeanne Visser.

De 3de binnenhaven ligt apart, dichtbij zee en is moeilijk bereikbaar over land. Dat zou verbeterd moeten worden. Hier kun je alles opnieuw inrichten voor de grootschalige visserij, havengebonden bedrijvigheid en scheepvaart. Het bijbehorende terrein dezelfde functie geven als voorheen geeft de minste overlast. Velen willen dat er een passagiersferry naar Engeland en Scandinavië komt. Er is ruimte genoeg voor een park & sail of park & surf.

Ook grote cruiseschepen zouden wellicht in de 3de binnenhaven kunnen aanmeren of anders in de buitenhaven ter plaatse van een havenhoofd. De passagiers kunnen in kleinere boten aan wal worden gezet, vanwaar ze verder kunnen worden vervoerd naar bijvoorbeeld het Haagse centrum. Een nieuwe golf toeristen uit onverwachte hoek! En de vorm? Een hoog duin aan het eind van het afvoerkanaal kan onderin de koelhuizen en de parkeergarage herbergen. Met bovenin een cafe/restaurant met zicht op zee en haven. En ook een loge met zicht op Den Haag. Er bovenop het nieuwste type windmolen met verticale as, geruisloos en altijd in de wind: een schoonheid van een luchtklopper ten opzichte van de bekende scherpe driewieker. Eromheen een duinpark voor de buurt. Het vrijkomen van de 3de binnenhaven gaat voor al Scheveningen aan. Het is een kans om de eigen identiteit en economie sterker te maken. Die zorgen voor een aantrekkelijke sfeer en verbreden het aanbod voor bezoekers. En dat is ook goed voor Den Haag.



terug TERUG terug