Ons Den Haag
|
SEPTEMBER/
De ‘kotterkant’ van de Eerste Haven met Visafslag
Foto: Gwen Maclaine Pont
September/oktober 2005
Helder zicht op water en wal van de Scheveningse Haven.
Na het vertrek van de Norfolkline in 2006 zien sommigen mogelijkheden voor een toeristisch cultureel pretpark, al of niet met een enorm bouwwerk als icoon voor de stad. Anderen dromen van een woonresort aan zee, weer anderen van een overdekt waterpark. Scheveningers zien vooral toekomst in een levensvatbare visserij. De commissie van der Zwan weet wonderwel af te koersen op een voor velen bevredigend doel in hun visie op de toekomst van de Derde Haven en het Norfolkline terrein.
door Gwen Maclaine Pont
De beste stuurlui
Burgemeester en Wethouders deden er goed aan een commissie onder leiding van oud-Vendex -topman Van der Zwan onderzoek te laten doen naar het reilen en zeilen van de hele Scheveningse Haven. Het door deze commissie geproduceerde adviesrapport over invulling van het negen voetbalvelden grote terrein rondom de Derde Haven is gericht op nieuwe activiteiten die de functionaliteit van de hele haven en het gebied eromheen versterken, voor nu en de verre toekomst.
Door een terugval in de visserij-activiteiten zit de Scheveningse haven in een dal; een dal dat dieper lijkt te worden door het wegvallen van havengelden van de grootste gebruiker, de Norfolkline.
Een volwaardige opvolger in de vorm van eenzelfde havengebonden bedrijf is er niet. Vandaar dat het nu hoog tijd is te zoeken naar een integrale oplossing voor de hele haven.

De Semafoor met erachter een schip van de Norfolkline in de Derde Haven
|
De havens nu
In de huidige situatie bestaat Scheveningen Haven uit een visserijhaven (Eerste Haven), een recreatiehaven (Tweede Haven) en een containerhaven (Derde Haven).
De Tweede Haven is de meest voortvarende. Hier wordt het Nautisch Centrum gebouwd en de jachthaven uitgebreid; deze verdere invulling staat garant voor een levendige toekomst van dit deel.
De visserij in de Eerste Haven bestaat uit een kottersector (verse vis) en een trawlersector (diepgevroren vis). Aan de ‘kotterkant’ staat het karakteristieke gebouw van de Visafslag, helaas nu voor een groot deel leeg. Aan de overkant ervan staan de koelhuizen op een te krappe kade. Plannen voor noodzakelijke uitbreiding zijn tot op heden vastgelopen.
De Derde Haven is een typische logistieke haven, efficiënt ingericht, zonder meer. Een hoogspanningshek bakent het grote containerparkeerterrein af. Iedere gedachte dat je als verstekeling kans maakt op een vrije overtocht wordt zo ontmoedigd. De kades zijn volledig afgeschermd.

In deze tweede haven zijn de bouw van een Nautisch Centrum en de uitbreiding van de jachthaven in voorbereidingFoto: Gwen Maclaine Pont
|
Het onderzoek
De commissie van der Zwan heeft ervoor gekozen om aan de hand van een variantenstudie tot meer inzicht te komen in verschillende mogelijkheden voor de invulling van het Norfolkline terrein.
Drie varianten zijn beoordeeld op financiën, werkgelegenheid, milieubelasting, beleving en kansen voor de toekomst. In de analyse is niet alleen gekeken naar de gevolgen van invulling voor het Norfolkline terrein zelf, maar ook naar de gevolgen voor de landtong tussen zee en Eerste Haven. Dit is de kuststrook waar - naast de Visafslag - nog een aantal andere loodsen en gebouwen staan.
De variant, waarbij het Norfolkline terrein volledig wordt bebouwd (woonfunctie gecombineerd met recreatieve functies), is zowel financieel als wat betreft werkgelegenheid het meest positief. De variant, waarbij dit een bedrijventerrein blijft, scoort op alle aspecten het meest negatief. De variant waarbij de visserij wordt verplaatst, scoort positief voor wat betreft de beleving, werkgelegenheid en de kans op groei in de toekomst. Financieel gezien is deze variant echter minder positief dan een invulling met woningbouw.
Overige opties
Invullingen die buiten de reikwijdte van eerder genoemde varianten vallen, worden door de commissie niet geschikt of haalbaar geacht. De ligging van de locatie is bijvoorbeeld niet gunstig voor een grootschalige attractie à la het Opera House in Sidney, waar sommigen aan denken. Een Cruise Terminal - die gedachte is vaker geopperd - zou wel een toevoeging aan de toeristische functie van Scheveningen Haven kunnen zijn, maar de concurrentie met andere terminals wordt dan groot. Als er hier al markt voor zou zijn, is alleen de buitenhaven geschikt om deze omvangrijke cruiseschepen te herbergen. In dit rapport is deze mogelijkheid buiten beschouwing gelaten, omdat het geen invulling van het Norfolkline terrein zal betreffen.

Dit gebouwtje op de kuststrook naast de Eerste Haven verdient het om behouden te blijven!Foto: Gwen Maclaine Pont
|
De uitkomst
Scheveningen wordt sinds jaar en dag gekenmerkt als vissersdorp en badplaats.
Dat was al het geval voordat het over een haven kon beschikken. De Eerste Haven stamt uit 1904 en is toen gegraven om de vissers een veilige landingsplaats te bieden. Die signatuur, de combinatie van vissersdorp en badplaats, ziet de commissie als een unique selling point. De teloorgang van de visserij zou niet alleen afbreuk doen aan de betekenis van de haven maar ook aan die van de badplaats.
Behoud van de visserij in Scheveningen is mogelijk als die visserij een nieuwe impuls krijgt. Zo’n impuls heeft naast een economische ook psychologische betekenis. Het doemdenken moet doorbroken worden. Dat kan alleen door de visserij in de havens te herpositioneren. Er is geen reden om aan te nemen dat zowel de kotter- als de trawlersector zich dan niet zal weten te handhaven. Want de vissershaven heeft een paar strategische troeven: de ligging met directe toegang tot open zee en een goede situering ten opzichte van het afzetgebied, het achterland.
Het grote bijkomende voordeel is dat door de verplaatsing van de visserij er nieuwe bebouwing kan komen rondom de Eerste Haven en op de landtong ernaast. Samen met een doorgetrokken boulevard kan zo op natuurlijke wijze de badplaats met de haven verbonden worden. Dat biedt nieuwe kansen voor het unique selling point.

De ‘kotterkant’ van de Eerste Haven met links de VisafslagFoto: Gwen Maclaine Pont
|
Een goede ruil
Alle betrokken visserijbedrijven zullen mee moeten doen met deze ‘locatieruil’. Alleen de visdetailhandel, die afhankelijk is van verkoop aan particulieren, zal kunnen blijven of kunnen terugkomen in de Eerste Haven. De commissie van der Zwan heeft poolshoogte genomen om te bezien of er draagvlak is voor zo’n ruil. Dat draagvlak blijkt opvallend groot te zijn.
Rondom de Derde Haven kunnen de visverwerkende bedrijven zonodig de dubbele omvang krijgen, iets dat elders in Scheveningen onmogelijk is gebleken. Alleen als ze allemaal meedoen - en ze willen graag bij elkaar blijven zitten - is het haalbaar. Ook de Visafslag zal mee moeten verhuizen.
Om economische redenen moeten sommige visafslagen in Nederland verdwijnen. In een nieuw gebouw, waar alles up-to-date is, heeft de Scheveningse Visafslag de grootste kans te overleven.
Op het Norfolkline terrein blijft dan nog ruimte over, zo’n vijf voetbalvelden. Het idee is ontstaan om fruitbedrijven te interesseren voor de extra ruimte in de nieuwe koel-vriescellen.
Een deel van de locatie, dat ligt tussen de kop van de Tweede Haven en Duindorp, is te bebouwen met woningbouw. Er is uitgegaan van 200 woningen met gebouwde parkeervoorziening.
De inrichtingskosten van de Derde Haven zullen fors zijn. Met de opbrengsten van de ontwikkeling op de landtong en rondom de Eerste Haven zullen die kosten verrekend moeten worden.

De Eerste Haven met rechts het kopgebouw van de VisafslagFoto: Gwen Maclaine Pont
|
Pompen of verzuipen
Wat te doen als toch niet alle betrokken visbedrijven willen meewerken, zo zal de commissie gedacht hebben. Want zonder afbreuk te willen doen aan hun eerste advies bevelen zij de gemeente vervolgens een terugvalpositie aan. Als de reders de hakken in het zand zetten, kan de gemeente ook kiezen voor de bestemmingsvariant Woonfunctie gecombineerd met recreatieve functies. Dit is een volwaardig alternatief. Het belang van de woningbouwvariant zit niet alleen in de uitbreiding van het Haagse woningbestand, met name in de prijs- en huurklasse waarin het gemeentebestuur uitbreiding zoekt, maar ook in de combinatie van woningbouw en recreatie die doet denken aan wat Kijkduin te bieden heeft. Kortom, de Scheveningse vissers stevenen af op een solide toekomst, mits ze nu meewerken. Als ze wachten totdat de gemeente met een schip met geld langs komt, missen ze wellicht de boot.
De werkgroep Stadsbeeld & Stadsgroen
De leden van deze werkgroep van de Vrienden kunnen zich in grote lijnen vinden in de visie van de commissie van der Zwan. Het sluit aan bij een eerdere, door de schrijver van dit artikel, bepleite ontwikkeling. De werkgroep onderschrijft de essentiële betekenis van de visserij- en jachthavenfunctie voor heel Scheveningen. Het is verstandig een alternatief achter de hand te houden om daarmee de rederijen te verleiden tot vrijwillige medewerking.
De Cruise Terminal hoeft niet bij voorbaat te worden uitgesloten. Het is duidelijk dat het in de markt zetten ervan veel tijd, geld en uithoudingsvermogen kost. Wellicht worden de kansen ervoor groter als de planontwikkeling voor herindeling van de haven zelf vlot verloopt.

De Buitenhaven met rechts de Semafoor en de VisafslagFoto: Gwen Maclaine Pont
|
De Derde Haven zal zo ingericht moeten worden dat deze een aantrekkelijker aanblik krijgt voor de directe omgeving, zowel aan de kant van Duindorp als aan de kant van de Tweede Haven. Of woningbouw tussen Duindorp en de kop van de Tweede Haven bijdraagt aan een positief effect op zijn omgeving valt te betwijfelen. De woningbouw zal ruimtelijk gezien niet horen bij de Tweede Haven, niet bij de Derde Haven en ook geen onderdeel worden van Duindorp. Een overtuigend plan kan de leden van de werkgroep wellicht op andere gedachten brengen. Vooralsnog lijkt het beter hier de natuurlijke grens tussen de twee sferen te handhaven, hetzij met een duinpark, hetzij met een iets verder open gegraven afvoerkanaal.
De werkgroep pleit voor behoud van enkele gebouwen met betekenis, ook al hebben deze hun oorspronkelijke functie verloren. Met name de Visafslag, gebouwd in de vijftiger jaren van de vorige eeuw, is sfeerbepalend voor de Eerste Haven. Het pand is enig in zijn soort, heeft typische kenmerken van de architectuur uit die tijd. Met de status van wederopbouwmonument en een nieuwe functie zal het gebouw een volwaardig tweede leven kunnen gaan leiden. In de kop bijvoorbeeld een restaurant met schitterend uitzicht op de havens, in de staart een‘versfoodmarkt’.
Ook het seinhuis, de Semafoor, verdient aandacht; evenals het bakstenen gebouwtje met stalen ramen van de N. & Z. HOLLANDSCHE REDDING-MIJ, dat bovenop een duin staat. Als ze worden opgenomen tussenin de nieuwbouw blijft een bepaalde authenticiteit op deze landtong behouden.
Wanneer er woningen worden toegevoegd is het van belang dat er in verschillende prijsklassen wordt gebouwd en dat er een goede aansluiting komt met Scheveningen Dorp. De strook tussen haven en dorp is versleten en is toe aan een grondige ‘onderhoudsbeurt’. Wellicht is het mogelijk dit deel te betrekken bij de plannen. Hopelijk houdt de gemeente van begin af aan rekening met mogelijke milieu- en stankproblemen. Aan de andere kant moeten toekomstige bewoners zich realiseren dat bij de haven wonen ook betekent dat je de haven hoort en ruikt.
De werkgroep vindt de visie in het rapport een solide basis voor verdere plannen. De kneep zit ‘m in het feit hoe men dit rapport zal aanwenden. De verbeelding van de plannenmakers speelt daarbij een belangrijke rol. Zo is de wens om in de nieuwbouw een visueel opvallend kenmerk op te nemen heel begrijpelijk. Daarbij ligt de genoemde vergelijking met een icoon minder voor de hand, omdat deze vooral bedoeld zou zijn voor identificatie met heel Den Haag. Het is passender te streven naar een baken om daarmee Scheveningen Haven zelf te markeren.