November/december 2005
Ons Den Haag
|
NOVEMBER/DECEMBER
Drie zusjes
Foto: Fotocollectie Hannie Kraakman-Ter Braake
Het Belgisch Park te boek
Via de wijkvereniging ‘Noordelijk Scheveningen’ heeft de redactie van ‘Ons Den Haag’ mij benaderd om een artikel over het Belgisch Park te schrijven. Een onmogelijke opgave als je slechts twee A4-tjes tot je beschikking hebt. Gaat u er maar eens een uurtje wandelen, en u zult merken dat er wel een boek over te schrijven valt. Maar ik heb goed nieuws: dat boek komt er ook.
door Jan van Pesch
Het gaat goed ...
De geschiedschrijving van Scheveningen doet het zo slecht nog niet. Wie kent niet de boeken van Piet Spaans over het dorp, over stoere vissers en hun schuiten, over vissersvrouwen en hun mooitooi? En in de bibliotheek zien de bundels van Adama Zijlstra, vol anekdotes over de ‘gouden eeuw’ van het Kurhaus, er niet naar uit dat ze te klagen hebben over gebrek aan belangstelling. Ook over het Van Stolkpark en Klattepark zijn een aantal jaren terug prachtige uitgaven verschenen, rijk voorzien van informatie en fraaie foto’s. Maar het mooie en interessante gebied daartussen, zo’n beetje het gebied tussen strand, duinen, Pompstationsweg en Kanaal, hoe staat het daar eigenlijk mee?

Tussen Scheveningen en Rotterdam Hofplein liep ooit een spoorweg. Deze oude reclameposter, o.a. te koop in het Spoorwegmuseum te Utrecht, getuigt daarvan. |
Foto: Jan van Pesch
... maar niet overal.
Niet zo best, helaas. U zult er in de bibliotheek één documentatiemap over vinden. Meer niet. En bij het surfen in het bestand van het Gemeentearchief is er eigenlijk maar één ‘hit’ die enigszins in de buurt komt: het gemeentelijke ‘Bestemmingsplan Belgisch Park’ van november 1978. Een heel bijzonder project was dat wel: het initiatief kwam van de bewoners, en zij stelden dat plan ook zelf op, waarna de gemeente het vrijwel onveranderd overnam. De ontstaansgeschiedenis van de wijk wordt daarin op ruim één pagina beschreven. Geen echt geschiedkundig onderzoek dus, maar daar was het bestemmingsplan ook niet voor bedoeld.

SlagerijFoto: Fotocollectie Jan Scholtes
|
Wat er wèl al gedaan is.
Is er dan nooit interesse geweest voor de geschiedenis van deze wijken? Zeker wel! Al vanaf september 1976 zijn in de ‘Parkgazet’ (in 2000 tot ‘Scheveningen Bad Gazet’ omgedoopt) artikelen verschenen over de geschiedenis van de tram, de bijzondere huizen, over ‘oude mensen, dingen die voorbij gaan’. Maar wijkbladen vormen toch een vluchtig medium. Ze belanden al snel op die stapel tijdschriften, verhuizen naar de krantenbak, en worden dan onherroepelijk gerecycled. Gevolg is wel, dat ook bepaalde historische onderwerpen met een zekere regelmaat terugkeren. Reïncarnatie bestaat dus, gelukkig. Het probleem is echter dat je na reïncarnatie niet altijd in dezelfde vorm terugkomt. Voor geschiedkundigen nogal lastig.
Een nuttige ontmoeting
Nadat ik al jaren door buurtgenoten aan mijn kop was gezeurd om toch eens iets met al die losse verhalen van de Gazet te doen, had ik het geluk om Paul Crefçoeur te ontmoeten. Geschiedenis in het algemeen, en die van het Belgisch Park in het bijzonder, is voor hem een nogal uit de hand gelopen liefhebberij. Jarenlang had hij archieven doorgespit, niet alleen in Den Haag of elders in Nederland, maar ook in België. Hij toonde mappen vol kaarten en handgeschreven aantekeningen, en ontvouwde zijn bevindingen. Hij was blij een goede aanleiding te hebben om alles eens geordend op papier te zetten. Er eens wat mee te doen.
Een werkgroep was snel gevormd. Ernst Laddé, vroeger hoogleraar bouwkunde in Delft, zou de architectuur voor zijn rekening nemen. David Vriesendorp wilde als ‘createur des idees’ of als ‘devil’s advocate’ optreden en zijn uitgebreide netwerk aanspreken. Kort geleden is de groep nog verdere versterkt met Lydia Linskens, ervaren met redactiewerk en bovendien maakster van naïeve aquarellen en schilderijen.
Wanneer komt het boek uit?
U kent vast het boegbeeld van het Belgisch Park, het ‘Huis met de Leeuwen’ op de hoek van de Antwerpse en Luiksestraat. Deze villa, vroeger ‘Vista Rambla’ geheten, is in 1883 door Th. Coppieters gebouwd. Het is het oudste huis van het Belgisch Park, en in 2008 staat het er 125 jaar. Het Belgisch Park gaat in dat jaar dus ook een jubileum vieren. Een prachtige aanleiding voor een boek.

VoetballersFoto: Fotocollectie Hannie Kraakman-Ter Braake
|
De aanpak
Hoe we het gaan aanpakken? Het klinkt nogal ambtelijk, maar toch: we volgen een tweesporenbeleid. Aan de ene kant wordt er gewerkt aan een beschrijving van de ontstaansgeschiedenis van de wijk. Daarnaast willen we verhalen van, en over, mensen vastleggen.
De beschrijving van de ontstaansgeschiedenis van de wijk, en van de architectuur, moet nu eens serieus gedaan worden. Wat betreft het ontstaan kunt u zich alvast voorbereiden op verrassingen. Al lang gaat het verhaal dat de Hoge Heren van de Belgisch Trammaatschappij een villawijk wilden bouwen om verzekerd te zijn van voldoende klandizie voor hun tram. Dit verhaal wordt vermeld in het bestemmingsplan, en wordt ook in veel andere bronnen aangehaald. Het lijkt waarschijnlijk dat dit een – mooie – fabel is die iedereen elkaar navertelt. Maar u hoeft niet bang te zijn dat een mooie droom ruw verstoord wordt: de werkelijke aanleiding is zeker zo kleurrijk. De ontwikkeling wordt bovendien in een breder decor geplaatst. Zo heeft het Van Stolkpark een zekere voorbeeldfunctie vervuld, en ook de verwikkelingen rondom de trams en het Kanaal zijn van invloed geweest. Tenslotte zijn er parallellen te vinden tussen architectuur en gebruiken in de Vlaamse badplaatsen en die in dit deel van Scheveningen.
Het tweede spoor zijn de mensen en hun verhalen. Oudere bewoners worden geïnterviewd. Dit gaat mondeling als dat mogelijk is, of via post of e-mail als het niet anders kan. Veel vroegere bewoners zijn immers naar het buitenland verhuisd, maar ook zij blijken vaak zeer gemotiveerd om hun herinneringen te delen. Verhalen worden opgetekend, privé-foto’s en documenten worden verzameld. Dit werk heeft een zekere urgentie. Vooral de bewoners die herinneringen hebben van vóór de 2e wereldoorlog zijn dun gezaaid, en hun geheugen gaat er vaak niet op vooruit.
Wie ons (kunnen) helpen
Het Haagse Gemeentearchief is zeer geïnteresseerd in de geschiedschrijving van deze wijken. Die interesse blijkt niet alleen uit de hulp bij het archiefonderzoek, maar ook uit het gratis beschikbaar stellen van kaarten en foto’s die onder haar beheer zijn. Via de eerste geïnterviewden zijn veel nieuwe contacten opgedaan, en ook via de internetsite schoolbank.nl worden oud-bewoners benaderd. Ook u, lezer van dit blad, wordt uitgenodigd om bij te dragen als u kunt. Aan uw belangstelling voor de geschiedenis van Den Haag hoef ik in ieder geval niet te twijfelen.
Waarnaar zijn we op zoek?
Het is opvallend hoe vaak de geïnterviewden vertellen over winkeliers en scholen. Die herinneringen zijn blijkbaar het beste bestand tegen de tand des tijds. Toch zijn hier nog tal van leemtes, zoals wat betreft de lagere scholen aan de Haagse- en Deventersestraat, en het kleuterschooltje van juffrouw Meijer. Andere onderwerpen die aan bod zullen komen zijn de vele musici die in deze buurten gewoond en gewerkt hebben (Louis Davids, Sandor Vidak, vader en zoon Serban om er maar een paar te noemen), de schilders, scheepsmodellenmakers en andere ambachtslieden. Ook naar relevante verhalen over publieke figuren zoals Troelstra wordt verder gezocht. Van de invloed op de wijk van de (ook Oost-Europese) joden is nog te weinig bekend. Belangrijke perioden zoals de ontruiming tijdens de oorlog en de democratiseringstijd van de jaren zeventig kunnen nog verder ingevuld worden.
En ten slotte - maar niet in de laatste plaats – staan geschiedkundige documenten en kaarten waarvan u weet dat ze niet in andere archieven aanwezig zijn, hoog op ons verlanglijstje.
Kortom, een scala aan onderwerpen. Als u kunt bijdragen, dan horen wij graag van u.
Jan van Pesch
P.P.L. Crefcoeur, Luiksestraat 15, 2587AK, tel. 355 7957,
crefcoeur@email.com
A.J. van Pesch, Leuvensestraat 81, 2587GD, tel. 350 2423,
janvanpesch@planet.nl