Ons Den Haag | NOVEMBER/DECEMBER  
lijntje
niets


Een beeldje zoals dat ter plekke wordt aangetroffen
Foto: Paul van Laere

november/december 2006

’Als de brokken maar heel blijven’


Cruisend door het centrum van Den Haag geef ik mijn ogen altijd goed de kost voor wat niet in de haak is of niet klopt. Op de fiets zie je dan zoveel meer dan in de auto. Als automobilist had ik niet gezien hoe een man met een klein beiteltje het enorme voetstuk van het standbeeld van Willem van Oranje aan het bewerken is. Een collega van hem is op een hoger niveau bezig met de inscriptie van het beeld. Ik cirkel eerst nog wat om hen heen op de fiets, maak daarbij wat foto’s, alvorens ik met hem aan de praat raak.

Een bijzonder beroep oefent hij uit als ik dat zo hoor. Hij is steenbeeldhouwer en restaurateur. De combinatie van die twee vakken maakt hem zo geschikt voor het werk waar hij mee bezig is: het restaureren van beelden in de openbare ruimte.Uiterst dunne barstjes zo fijn als haarlijnen impregneert hij met een bepaalde substantie waardoor er geen regenwater in het steen kan komen. Als ik hem vertel dat beelden – en juist niet de grote – onze aandacht hebben in Ons Den Haag is hij geïnteresseerd. Hij vertelt dat de dienst Onderwijs, Cultuur en Welzijn van de gemeente Den Haag met een ronde bezig is, om de beschadigingen en achterstallig onderhoud van door de gemeente beheerde beelden te herstellen. Als het gaat om steenachtige materialen wordt hij daar vaak bij betrokken. Ik wil dan altijd wat van mijn kennis kwijt. Dus ik vertel hem van de Jugendstilpanden bij mij aan de overkant van de Laan van Meerdervoort, dat deze er zo slecht uitzien. En ik vertel hem dat die stenen afkomstig zijn van de voormalige steenfabriek die aan het Verversingskanaal stond. Hij valt mij daarbij in de rede met de opmerking dat het geen stenen zijn die zo fraai gevormd zijn maar in die vorm gegoten mortel. Er worden plannen gemaakt om deze danig aangetaste gevel te herstellen, juist nu de vormen nog vaag aanwezig zijn. Maar dan roept het werk weer en we maken een vage afspraak voor een bezoek aan zijn atelier. Ik krijg zijn kaartje waarop staat Paul van Laere, steenbeeldhouwer, atelier … Laan van Meerdervoort!

Atelier


In de poort van Sunny Court is de ingang van het atelier van Paul van Laere. De grote schuifdeuren die zijn atelier ontsluiten wijzen erop dat hier ook grote stukken naar binnen kunnen. De stilte is opvallend zo dicht tegen de Laan van Meerdervoort. Kale planken vloeren en lichte muurtinten maken de werkruimte zeer licht. Een grote houten tafel ligt bezaaid met foto’s. Van Laere had me al verteld dat hij wat plaatjes voor mij zou uitzoeken. Dus dit is de werkplaats van een beeldhouwer. Máxima – een smakelijke versnapering van bakker Segaar - houdt ons gezelschap bij de koffie. Als we wat ingepraat hebben, vraag ik hem: ‘Heb je een advies voor de gemeente met betrekking tot het beeldenbeheer in Den Haag? Want in de afgelopen uitgaven van Ons Den Haag, het ledenbericht van de Vrienden van Den Haag, heb je kunnen zien dat er best wat achterstallig onderhoud is.’ Dat heeft hij wel degelijk.


Voorbeeld van een moedwillig beschadigd beeldje met brokken
Foto: Paul van Laere

Bijna enthousiast begint hij te vertellen: ‘Bij de dienst OCW zijn ze begonnen met alle beelden groot en klein in kaart te brengen. Het is de verdienste van de heer Sprinkhuizen dat dit archief inmiddels bijna compleet is. Naast de algemene gegevens over de kunstwerken noteert hij ook materiaal gegevens, onderhoud gegevens, restaurateurs die er aan gewerkt hebben, etc. Uitgaande van dit archief worden regelmatig prioriteitenlijsten gemaakt voor onderhoud. Vandaar dat de kleinere, vaak verwaarloosde beelden nu aan bod komen. Zo’n archief is ook van belang opdat bij wisseling van gemeentepersoneel de opgedane kennis en ervaring niet verloren gaan. Daarbij hoort ook de lijst met aannemers en restaurateurs die bewezen hebben vakkundig werk af te leveren.’ Dan vertelt Van Laere hoe hij met dit werk bezig is. ‘Ik noteer altijd met welke materialen ik restaureer. Bijvoorbeeld, de soort verf die ik gebruik, de kleurnummers maar ook welke restauratiemortels ik gebruik. Vooral het gebruik van de juiste restauratiemortels is van belang omdat deze zoveel mogelijk moeten lijken op de te restaureren steen. Ik werk veel samen met een Duits mortelbedrijf dat niet alleen let op kleur maar ook op hardheid, waterdoorlaatbaarheid, structuur, etc. Alleen als dit soort gegevens kloppen zal een restauratie er nooit afvriezen of anders oud worden dan het origineel.’


Het beeldje na reparatie door Paul van Laere
Foto: Foto’s Paul van Laere

‘Er zijn natuurlijk ook beelden die de kunstenaar zelf veel beter kan herstellen. Zoals ‘Het gesprek’ van Berry Holslag in het Westbroekpark dat al 27 jaar oud is. Geglazuurd keramiek is erg kwetsbaar in de openbare ruimte. Beschadigingen zijn al gauw erg storend waardoor het niet op een mooie manier veroudert. Het beeld van Berry Holslag wordt daarom gedeeltelijk opnieuw gemaakt. En hij vervolgt: ‘Ons erfgoed krijgt het steeds moeilijker nu de vervuiling in de lucht toeneemt. En vlak ook de zure regen niet uit. En wat denk je van het vandalisme? Ik zeg dan altijd, als de brokken maar heel blijven!’
‘Meestal liggen na zo’n nutteloze actie van vernieling de brokken nog wel in de buurt. Zoals bij het beeld op de Carnegielaan van de gebroeders Maris voor het Vredespaleis waar ik ook de inscriptie opfriste ‘Kunstenaars, het land van Rembrandt waardig’. Als de delen van de kapotte arm verdwenen waren dan was het erg moeilijk geweest het te herstellen.’
NtH



terug TERUG terug