Ons Den Haag | JANUARI/FEBRUARI  
lijntje
niets

Dissonante bouw in de Sumatrastraat
Foto: foto: Gwen MacLaine Pont

januari/februari 2007

Wandelen met de wethouder


Marnix Norder, wethouder van Ruimtelijke Ordening , Stedelijke Ontwikkeling en Wonen, is een wethouder die de publiciteit zoekt met zijn mening over architectuur. Naar aanleiding van verschillende van zijn uitspraken in diverse krantenartikelen nodigde de Vereniging Vrienden van Den Haag de wethouder uit om tijdens een wandeling zijn ideeën over architectuur aan de hand van voorbeelden toe te lichten. Henk Ambachtsheer, hoofd van de gemeentelijke Monumentenzorg, heeft een route uitgestippeld.

door Gwen MacLaine Pont
Lid Werkgroep Stadsbeeld & Stadsgroen

Op donderdagmiddag 23 november j.l. is het zover. Enkele bestuurs- en werkgroepleden van onze Vereniging lopen samen met Marnix Norder en Henk Ambachtsheer een rondje vanaf het Stadhuis richting Archipelbuurt en weer terug, passend bij de beperkte tijd van de wethouder.
Vooral de oudere, typisch Haagse wijken gaan de heer Norder aan het hart. Daar wil hij voorkomen dat nieuwbouw het historisch ensemble geweld aan doet. Als voorbeeld daarvan staan we eerst stil bij de in aanbouw zijnde behuizing voor Het Nationaal Toneel achter de Koninklijke Schouwburg in de Schouwburgstraat én vervolgens bij een stalen skelet in de Sumatrastraat (zie foto). Beide projecten doen vermoeden dat het eindresultaat zeker geen bescheiden positie in de straatwand zal innemen. Dit soort plannen, zo vertelt de heer Ambachtsheer, zijn voor de gemeente aanleiding geweest de regels verder aan te scherpen.


Historiserend bouwen aan de Koninginnegracht. V.l.n.r. René Vlaanderen, Marlies Terstegge, Henk Ambachtsheer, Marnix Norder, Hans Creman, Roel van der Wal.
Foto: foto: Gwen Maclaine Pont

Eigentijdse gebouwen die uit de toon vallen in hun historische omgeving: Norder’s antwoord op dit probleem is ‘historiserend bouwen’. Daarvan zijn zeker goede voorbeelden te vinden, zoals de nieuwbouw van het Rijkskantoor aan de Nieuwe Uitleg hoek Kanonstraat, dat naadloos past bij zijn omgeving.

We zijn het ook eens met de wethouder als we voor een ander geslaagd voorbeeld van nieuwbouw in een beschermd stadsgezicht staan: de woningen in de Paramaribostraat. Maar het is toch wel betreurenswaardig dat daarvoor een prachtig (leegstaand) schoolgebouw met schitterend, kunstig metselwerk tegen de vlakte moest. Het bleek duurder de school om te bouwen tot woningen dan te slopen. Was geld (over) geweest voor verbouw, dan was dat resultaat toch interessanter geworden.

De Gedachtewisseling

Hoe komt het dat eigentijds bouwen vaak zo weinig waardering krijgt van de burger? De wethouder noemt zichzelf een geïnteresseerde leek, die veel heeft bijgeleerd de afgelopen jaren. Hij identificeert zich meer met die burger, dan met de bouwer/architect. Zijn uitspraak, dat architecten meer naar de bevolking moeten luisteren en minder hun eigen ‘beroepsgroepvisie’ moeten volgen, roept bij velen vragen op. Die uitspraak is te absoluut en te eenzijdig om verschillende redenen, die tijdens de wandeling op wisselende momenten aan bod komen.
-Een architect werkt niet autonoom, maar is afhankelijk van opdrachten uit de samenleving. De visie van de opdrachtgever is minstens evenzeer bepalend voor het resultaat. Of het nu gaat om een particulier dan wel om een projectontwikkelaar of een investeerder: de opdrachtgever is de geldverstrekker die een architect kiest om zijn idee vorm te geven. Hij neemt het risico en hem staat een bepaald beeld voor ogen, dat past bij zijn wens of doel. Dat kan zijn: prettig wonen op een bijzondere plek, snelle bouw en verkoop voor optimale winstmarge of goede kwaliteit voor investering op lange termijn. Architect en opdrachtgever bepalen samen zo het beeld en de uitstraling van een gebouw.
-In weinig landen is een bouwproject – en daarmee de architect – zo gebonden aan (bouw-)regels van overheidswege, als in Nederland. Elk ontwerp wordt vervolgens nog eens getoetst aan de inzichten van de Welstandcommissie en zonodig ook aan die van de Monumentencommissie. Ook zij hebben invloed op het gebouwde resultaat. Soms sluiten deze adviezen evenmin aan op de beleving van de burger.
-De burger heeft in dit bouwproces op verschillende momenten de mogelijkheid – zelfs het recht – te reageren en zijn of haar mening kenbaar te maken. Zoals bekend maakt onze Vereniging daar regelmatig gebruik van, vaak met enig succes. Er is dus vrijwel altijd sprake van een maatschappelijke toets. Als het resultaat niet bevalt – als een nieuw gebouw uit de toon valt volgens het merendeel van de bevolking en bestuurders – dan is dat te wijten aan het gehele mechanisme van onze samenleving, hoe wij als gemeenschap zijn omgegaan met onze bouwactiviteiten in de afgelopen jaren. De vorige wethouder is hieraan net zo goed debet als de toenmalige commissieleden, de betrokken architect en de opdrachtgever.

Wethouder Norder geeft toe, dat zijn uitspraak wel nuancering behoeft. Je kunt de architecten niet alles verwijten. Norder is zeker niet tegen eigentijdse bouwkunst. Hij noemt de Haagse Hogeschool met name en het gebied rondom het complex als een geslaagd voorbeeld daarvan. Maar de wethouder vraagt aandacht voor die aspecten van bouwen, die het welbevinden van elke burger respecteren. Architectuur uit de meer ambachtelijke bouwperiodes van ons stadsverleden lijken beter aan te sluiten bij die positieve belevingsaspecten van de bevolking dan veel van de architectuur van nu. En met zo’n grote bouwopgave voor de boeg, als de structuurvisie aangeeft, is het van belang goed op dat aspect te letten. Juist daar ligt voor architecten een taak.


Behuizing Het Nationale Toneel in aanbouw in de Schouwburgstraat
Foto: foto: René Vlaanderen

De Zoektocht

De wandeling heeft ons duidelijk gemaakt, dat we een wethouder hebben die bereid is het gesprek aan te gaan. Eén die zich sterk maakt voor samenhang van zowel oude, nieuwe als toekomstige stadsdelen. En één die op zoek is naar meer middelen om dat te bereiken.
Allemaal zaken die onze Vereniging ook bezighouden. Onze wandeling zien we dan ook als het begin van een gezamenlijke zoektocht naar antwoorden op de vraag hoe een groter wordend Den Haag er in de toekomst uit moet zien.

door Gwen Maclaine Pont
Lid werkgroep Stadsbeeld & Stadsgroen



terug TERUG terug