Ons Den Haag | MAART/APRIL  
lijntje
niets

Doopsgezinde kerk, Paleisstraat, ook voor verhuur geschikt
Foto: foto: Frank van Maarseveen

maart/april 2007

Noodklok voor onze kerkgebouwen! (2)


Vele kerkbesturen (kerkenraden of parochiebesturen) komen momenteel voor een moeilijke beslissing te staan: wat te doen met het kerkgebouw, want bij het teruglopende kerkbezoek zijn zij niet meer in staat om het gebouw te onderhouden. Handhaven met aanvullende maatregelen, sluiten en hergebruiken of sluiten en afstoten. De Vrienden slaan alarm.


door Frank van Maarseveen

Vele kerkbesturen (kerkenraden of parochiebesturen) komen momenteel voor een moeilijke beslissing te staan: wat te doen met het kerkgebouw, want bij het teruglopende kerkbezoek zijn zij niet meer in staat om het gebouw te onderhouden. Dan komt een periode van onzekerheid, van wikken en wegen, waarbij er meestal drie fases doorlopen worden:

Fase 1: handhaven van gebruik als kerk met aanvullende maatregelen.

Daarbij zijn dan weer drie opties te onderscheiden
-Het kerkgebouw blijft beschikbaar voor kerkdiensten maar zal tevens worden gebruikt (verhuurd!) als ruimte voor tentoonstellingen, muziekuitvoeringen, vergaderingen, trouwpartijen, enz. Het kerkgebouw krijgt een uitgebreidere functie in de wijken; extra inkomsten moeten het tekort gaan financieren.
Voorbeelden hiervan zijn de Evangelisch-Lutherse kerk aan de Lutherse Burgwal (hoeveel koren hebben die kerk al gebruikt voor hun concerten?) en de Doopsgezinde kerk aan de Paleissstraat, heel geschikt voor (kamermuziek)concerten en vergaderingen; het bestuur van die kerk heeft de naastgelegen ruimten aangepast en geschikt gemaakt voor garderobe en koffieruimte.


Mirtekerk, Vierheemskinderenstraat, overgedragen
Foto: foto: Frank van Maarseveen

Een heel ander voorbeeld is de Christus Triomfatorkerk aan de Juliana van Stolberglaan. Daar is men zeer actief met lunchconcerten en tentoonstellingen, maar ook met het bieden van rust: de kerk is elke werkdag open van 12 tot 2 uur voor passante en er is ook een stiltecentrum. Zo krijgt de kerk een dubbelfunctie: voor liturgievieringen en als ontmoetingscentrum.
Probleem bij de katholieke kerken is, dat zij gewijd zijn en dus altijd een gewijde ruimte zijn, waardoor de mogelijkheden voor ander gebruik beperkter zijn. De protestante kerken daarentegen zijn alleen tijdens de kerkdienst een gewijde ruimte.

-Er wordt een andere kerkbestemming voor het kerkgebouw gezocht.
Gedacht kan worden aan het overdragen van het kerkgebouw aan een andere (christelijke!) geloofsrichting. Voorbeelden hiervan zijn de Ichtuskerk (vroeger in gebruik bij de Hervormde Kerk in Scheveningen, nu bij de Gereformeerde Kerk Vrijgemaakt) en de Mirtekerk (vroeger in gebruik bij de Gereformeerden, nu bij de Baptisten). Maar ook de Bethelkerk aan de Jurriaan Kokstraat, die nu gezamenlijk gebruikt wordt door de Hervormde Kerk en de Gereformeerde Kerk Scheveningen.

-Het kerkgebouw wordt gesplitst in meerdere delen waarbij een deel beschikbaar blijft voor de eredienst en een deel beschikbaar komt voor andere activiteiten, zoals vergaderruimte, (medisch) wijkcentrum, enz. Dat moet dan extra inkomsten gaan opleveren. Een voorbeeld hiervan is de Anthonius en Lodewijk-kerk aan de Leyweg,

Fase 2: Sluiting en hergebruik: de kerk krijgt een andere bestemming en wordt daarvoor (ook bouwkundig) geschikt gemaakt.

Daarbij zijn vele mogelijkheden, die ook al in het verleden werden toegepast, zoals bestemming als concertzaal (De Nieuwe Kerk aan het Spui) en multifunctioneel gebruik (De Grote Kerk als ruimte voor concerten, tentoonstellingen, vergaderingen, presentaties, enz,).
Maar er zijn ook andere mogelijkheden, zoals een hotel/restaurant (zie het Kruisherencomplex in Maastricht dat onlangs is geopend), een boekhandel (binnenkort ook in Maastricht!), woningen (o.a. twee kerken in Utrecht), kantoor- en bedrijfsruimten (de Julianakerk in Den Haag in combinatie met een wijkcentrum) en de Pius X kerk (Zonneoord in Den Haag) met een zorgcentrum met medische praktijken.


Ichtuskerk, Duinkerksestraat; overgedragen
Foto: foto: Frank van Maarseveen

Wel past enige voorzichtigheid met de keuze van een nieuwe bestemming: een carterbaan of achtbaan in een kerk (Amsterdam) is ook niet alles! Dat geldt ook voor een grote zaak met babykleding, wiegjes en kinderwagens op twee verdiepingen in een voormalige kerk (Middelburg). Maar ook bestemmingen als een discotheek of (als ander uiterste) een moskee roepen vragen op.

Een sociale en/of culturele bestemming heeft duidelijk de voorkeur.
Verder maakt het natuurlijk een groot verschil of een kerkgebouw een monumentenstatus heeft of niet. Daar komt nog bij, dat een kerkgebouw meestal niet alleen aan de buitenzijde monumentaal is en dus geen grote ingrepen verdraagt, maar vaak ook een monumentaal interieur heeft, dat bij splitsing of grote ingrepen natuurlijk verloren gaat.

Fase 3: Sluiting en afstoten van het kerkgebouw: verkoop, wat kan leiden tot sloop.

Het grote gevaar van verkoop is, dat men in de toekomst de regie uit handen geeft. Wat gebeurt er bij (meerdere malen!) doorverkoop?
Maar men zal zich ook moeten realiseren, dat in de toekomst niet elk kerkgebouw behouden zal kunnen worden. Men zal op een goede manier selectief te werk moeten gaan.
Bovendien zal wellicht de opbrengst van (de verkoop van) de ene kerk nodig zijn om een andere kerk in stand te kunnen houden.
Belangrijk is, dat daarbij vooral de tijd genomen wordt voor een goed doordachte beslissing: men mag zich niet laten (ver)leiden tot een snelle, ogenschijnlijk voordelige oplossing.
Ook hiervan is de Julianakerk een goed voorbeeld: er is heel wat plannen maken en verwerpen, discussiëren en vergaderen vooraf gegaan aan de uiteindelijke renovatie.


Dominicanerkerk in Maastricht als boekhandel
Foto: foto: Frank van Maarseveen

Bij al deze problemen moet men zich goed realiseren, dat men ook te maken heeft met emoties, want voor velen betekent de kerk het gebouw waar men samen kwam voor de viering van feestdagen, maar ook voor dopen, trouwen en begraven.
Maar ook vele niet-kerkelijken hebben iets met een kerkgebouw: het is een markant punt in de omgeving. Iemand zei ooit: wie een kerk sloopt, ontneemt de wijk zijn ziel.
En – niet te vergeten – er is een morele en historische verplichting: vorige generaties hebben kerken gebouwd en in stand gehouden, soms met grote financiële offers. Daaraan mogen wij niet zo maar voorbij gaan.

Een ander punt is, dat kerkbesturen (kerkenraden, parochiebesturen) primair tot taak hebben een kerkgebouw in stand te houden voor de eredienst; zij zijn geen vervangende monumentenzorg. Is zo’n kerkgebouw een belangrijk monument, dan mogen de lasten niet alleen maar gelegd worden op de schouders van die besturen: ook de gemeenschap heeft een verantwoordelijkheid.
Na vele jaren vechten om het behoud van fabrieken en bedrijfsgebouwen vindt iedereen het heel gewoon om te praten over ons “Industrieel Erfgoed” .
Het wordt tijd dat wij ook eens gaan praten en nadenken over het in stand houden van ons “Kerkelijk Erfgoed”!
Wanneer komt dit probleem nu echt op de politieke agenda te staan?

door Frank van Maarseveen



terug TERUG terug