Ons Den Haag | SEPTEMBER/  
lijntje
niets

De parel van nabij gezien

september/oktober 2007

Scheveningen-Haven verdient betere bebouwing


Scheveningen-Haven is dé plek waar de nieuwe identiteit van Den Haag als ‘Wéreldstad aan Zee’ gestalte kan krijgen. Zo denkt het college van B en W van Den Haag er over. In juni presenteerde wethouder Norder de gemeentelijke Visie op de ontwikkeling van de Scheveningen-Haven. De vraag is echter of deze “Parel aan Zee” de stad wel de gewenste glans zal geven.

door Gwen Maclaine Pont
Lid werkgroep Stadsbeeld & Stadsgroen

De visie richt zich op versterking en uitbreiding van de visserijsector, meer toerisme rondom de havens en wonen op het Norfolkterrein. Een nieuwe buitenhaven voor cruiseschepen is onderdeel van het plan. Deze verrassende mix moet het gebied levendig en aantrekkelijk maken. Een congrescentrum en een museum voorzien in het culturele aspect. Via een voetgangersbrug over de havenmond kun je straks - zonder omhaal - je strandwandeling vervolgen. Hoge gebouwen markeren de ingang van de haven. ‘Een gebied waar je prima kunt verblijven’, aldus Norder.

Deze “Parel aan Zee” is deels geïnspireerd op eerdere visies van onder andere vier marktpartijen, die door de gemeente waren uitgenodigd een plan te maken. Een vijfde marktpartij nam zelf het initiatief en pleitte voor een cruise terminal. Ook de visserijsector, de Politieke Partij Scheveningen, bewoners en ondernemers hebben hun ideeën kenbaar gemaakt. Geen van deze plannen zijn rechtstreeks overgenomen; wel delen ervan. De gemeente bestudeerde alles en koos vervolgens een eigen koers. Daarbij stonden vier kernaspecten uit het Scheveningse verleden centraal: wonen, visserij, toerisme en het gevecht met de zee. Alle vier hebben hun plek in de nieuwe plannen.


De parel van nabij gezien (illustratie: overall view met genummerde onderdelen corresponderend met de tekst)

De parel van nabij gezien

1. De visserijcluster blijft waar hij nu zit, op het Noordelijk havenhoofd. Het karakteristieke gebouw van de visafslag blijft behouden. Hierin komt een vismarkt met vishoreca en ander ‘fish-leisure’. Vóórlangs het gebouw komt een nieuwe kade – een houten steiger – waar trawlers kunnen laden en lossen. De grote dijk - een stukje nooit afgebroken puinduin van de Atlantic Wall komt nu mooi van pas - wordt verbonden met nieuwe visserijgebouwen; de achterweg verdwijnt. Onderin de koelcellen en visverwerking, erbovenop een sportstrand met uitzicht op zee, een stedelijk terras; én een aanlooproute naar de brug over de havenmond.
2. De haalbaarheid van een nieuwe buitenhaven voor grote cruiseschepen moet nog onderzocht worden, maar het college steunt in principe het idee van het uitbuigen van het havenhoofd. Dit wordt tevens de thuishaven voor schepen van Rijkswaterstaat en kan een uitbreiding zijn van de jachthaven.
3. Het is de bedoeling de kustlijn maximaal te benutten voor het toerisme. Rechts en links van de havenmond, denkt men aan drie hoge, grootschalige torens met uitzicht op zee. Op het Noordelijk havenhoofd een hotel met ‘visch-centrum’, een plek waar je het hele jaar door de vis op allerlei manieren kunt ‘beleven’, met informatie over het gevecht met de zee; een idee van de sector zelf.
4. Op het Zuidelijk havenhoofd een vijfsterrenhotel, een wellness-centre; binnen zwemmen met panoramisch uitzicht, is het idee. Verder ruimte voor culturele attracties, congresachtige functies en wonen. De torens moeten het gebied markeren. De hoogste wordt 150m. Er wordt gedacht aan slanke torens, zodat je de zee blijft zien, iets terug van de kust.
5. Een stedelijk plein aan zee, een plek met wereldallure, ruimte biedend aan allerlei ‘kleinschalige’ activiteiten. Een openbare ruimte met hoge kwaliteit, zo mogelijk gecombineerd met een museum. Een plaats waar alles samen komt.
6. Intiem wonen met een weids uitzicht; dat is de bedoeling op het Norfolkterrein. Een stedelijk woongebied in laagbouw (in 3 à 4 lagen); met ook wonen in één van de torens. 30 % sociaal en de rest koopwoningen, totaal 680 à 920 stuks. Dit alles bovenop een kunstmatig duin; een hellend dek, richting haven. Een ‘dorpje’ met een eigen identiteit; en smalle straatjes met steeds zicht op zee. Zonder auto’s. Want onder het dek is ruimte voor parkeren en openbaar vervoer. De derde (Norfolk) haven wordt deels gedempt; een parkeerbak voor 1500 -1800 auto’s komt ervoor in de plaats.
7. De Kom is de entreehal, de manoeuvreerruimte, van het havengebied. Omgeven door kades kun je van daar de activiteit op het water van alle kanten beleven: het Maritiem theater.
8. Middels een hoge brug voor voetgangers en fietsers over de havenmond wordt de boulevard doorgetrokken. Zo kun je van Meyendel langs de kust naar Kijkduin. Ook een rondje haven wordt zo mogelijk. Aan de zuidelijke kant klim je – via het schuine dek zo’n tien meter omhoog. Aan de noordelijke kant kom je via de dijk op niveau. Vandaar via de torens nog hoger naar de brug.
9. De groene zone langs het afvoerkanaal krijgt een hoogwaardige inrichting en wordt een representatieve avenue, die de stad verbindt met de zee. Een tram rijdt onder het dek door tot aan de kust: de nieuwe keerlus van lijn 11. De auto gaat over de Houtrustweg richting Verhulstplein. Daar vindt aansluiting plaats op de stedelijke ring. En zo verder, via de toekomstige Hubertustunnel.

Rondom de havens, de goede kanten

De visie heeft inderdaad voor alle vier de kernaspecten (wonen, visserij, toerisme, gevecht met de zee) iets te bieden.
Prachtig! De viscluster nestelt zich beter dan ooit op het Noordelijk havenhoofd.
Grandioos! De visafslag verdient én krijgt zo een tweede leven.
Fantastisch! Dat Maritiem theater rondom die mooie ‘Zee-Kom’.
Uitstekend! Zo’n cruisehaven zorgt voor een nieuwe toeristenstroom uit onverwachte hoek.
Prima! Indien die groene avenue als entree tot het gebied wél het daar bestaande groen versterkt.
Waardevol! Het kleinschalige wonen past bij Scheveningen.
Slim! Die ‘Vis-lijn’ 11 er onderdoor tot aan het water.
Tot zover niets dan lof. Daarin kunnen we kort zijn. Echter, onze kanttekeningen behoeven meer uitleg.


Om ze op horizonhoogte slank te houden zijn ze daarboven verdubbeld: eigenlijk zijn het er zes!

Rondom de havens, de keerzijde

Havenloos Gezicht. Het totale plan wordt overschaduwd door de drie grote stemvorkachtige gebouwen. Die domineren te zeer het havengebied. Waarom drie, waarom daar en waarom zo hoog? Het argument van de wethouder dat hiermee de capaciteit gehaald moet worden om het geheel te kunnen bekostigen maakt ze tot excuushoogbouw: een zwaktebod.
Een tweede argument dat niet dezelfde fout gemaakt moet worden - zoals indertijd rondom het Kurhaus, waar álle gebouwen een zodanige vorm en hoogte hebben dat je van de zee niets meer merkt, zodra je twee stappen van de kust af bent - is niet waterdicht. Zeker, smal en slank is te verkiezen boven breed en uitzichtbelemmerend. Echter, het is nog maar de vraag of je langs deze lelijke hoogbouw naar zee wílt kijken. Om ze op horizonhoogte slank te houden zijn ze daarboven verdubbeld: eigenlijk zijn het er zes! Heeft ‘gewone’ hoogbouw al last van valwinden, zo vlak aan de kust zullen deze kolossen een prettig verblijfsklimaat in álle seizoenen doen vervliegen. Zin om in hun nabijheid naar zee te kijken heb je dan sowieso al niet meer.
Een derde argument, dat zij de havenmond markeren is slechts ten dele waar. De twee torens rechts en links van de doorgang naar zee lijken weinig met elkaar te maken te hebben. De derde staat er wat verloren naast. Daarmee markeren zij vooral zichzelf in plaats van de aandacht te vestigen op de waterdoorgang. Het terugbrengen van deze hoogbouw tot aanvaardbare proporties zal het totale plan ten goede komen: van drie terug naar twee veel lagere, slanke gebouwen rechts en links van de haveningang; met een zodanige vorm dat ze ook werkelijk betekenis krijgen voor de haven. Twee sympathiek ogende, niet al te zeer boven de laagbouw uittorenende, havenwachters hebben een grotere kans om iconen te worden dan drie doemende dissonante stemvorken.

Brug in Havenmond Een prima idee, een voet-fiets-brug, die de boulevard door laat lopen. De bruggenhoofden combineren met de havenwachters ligt zo ook voor de hand. De keuze voor een beweegbare brug in plaats van een vaste lijkt niet moeilijk: een beweegbare kan minder hoog zijn. Dan hoef je ook niet méér te klimmen dan tot het niveau van duin of dek. Een brug in boogvorm laat kleinere bootjes er zo onderdoor.
Vervoer aan banden In het plan zitten veel verkeersaantrekkende functies. Er wordt uitgegaan van de oude situatie, waarbij de Kranenburgweg al berekend was op het intensieve vrachtverkeer van de Norfolkline. Toename als gevolg van bestemmingsverkeer acht men niet waarschijnlijk, maar is mede afhankelijk van het programma van de niet-woonfuncties. Ons devies: vergroot en vergemakkelijk de mogelijkheden voor alternatief (openbaar) vervoer nog verder, eventueel middels transferia; zo kun je het parkeren voor bezoekers indammen.

Waterweg tussen stad en zee

Een ‘wereldstad aan zee’ dient te beschikken over een vaarroute tússen stadshart en zee, is ons idee. Zo’n ontwikkeling aan de kust is niet compleet als de stadse watergangen niet fysiek worden verbonden met het ruime sop. De sluis bij de haven kan worden aangepast zodat kleinere schepen ook werkelijk ‘door’ kunnen. Met behulp van onderwaterschermen van zuurstofbellen kan voorkomen worden dat zout zeewater binnendringt, zo is elders gebleken. Zo’n vaarroute kan ook bijdragen aan een plezierige en extra vorm van vervoer. Bevaarbaar water vergroot nog eens de allure van de geplande avenue: de groenblauwe ‘Houtrust-allee’. Obstakels, zoals gedempte delen, zijn er om ‘opgeruimd’ te worden in de loop van dit meerjarenplan.

Tot slot

De visie heeft beslist potentie. Te hoge ambities kunnen echter stranden in een zee van verzet. Een bij het Scheveningse karakter passende beeldtaal siert Den Haag veel meer dan de nu getekende anonieme bouwblokken in uitheemse toeristenstijl. Een bij ons klimaat en cultuur passende vormgeving bevestigen én vergroten het unieke in de Haagse identiteit. Dat geeft pas echte glans aan de ‘Wéreldstad aan Zee’.
De Vereniging zal haar definitieve standpunt nog bepalen en dit aan het college kenbaar maken.

door Gwen Maclaine Pont
Lid werkgroep Stadsbeeld & Stadsgroen



terug TERUG terug