Ons Den Haag
|
SEPTEMBER/
Dansers NDT voor de Amerikaanse Ambassade in 1959
september/oktober 2008
Gebouw Amerikaanse Ambassade: slopen of behouden?
De Amerikaanse Ambassade gaat over enkele jaren verhuizen. Zodra dit bekend werd, barstte de discussie los over wat er met het gebouw aan het Voorhout (opgeleverd in 1959) zou moeten gaan gebeuren. Slopen omdat het detoneert? Of juist behouden, maar dan met een andere bestemming en de nodige aanpassingen?
De meningen zijn verdeeld, ook bij de Vrienden. Hieronder treft u twee artikelen aan van Vrienden, beiden lid van de werkgroep Stadsbeeld en Stadsgroen, maar beiden een andere mening toegedaan.
door Eveline Blitz (tekst en foto’s)
Het gebouw van de Amerikaanse ambassade.
Over smaak valt niet te twisten – of wel?
Veel Hagenaars verfoeien het gebouw waar op dit moment de Amerikaanse Ambassade in is gevestigd. Ze vinden dat het vloekt bij het zo geliefde Lange Voorhout. Op zichzelf gezien is het geen lelijk gebouw, maar waar het om gaat is dat dít gebouw op déze locatie volkomen uit de toon valt.
Wandelend over het Lange Voorhout ervaar ik het gebouw van de Amerikaanse Ambassade alsof ik rustig zit te luisteren naar een Nocturne van Chopin, en er plotseling een fanfare-orkest binnenkomt. Een gebouw kan nooit los van zijn omgeving worden beoordeeld. Een nieuw gebouw behoort altijd een relatie te hebben met de gebouwen en de openbare ruimte eromheen. Zoals in Haags Peil al is gesteld: een goed ontwerp creëert samenhang tussen architectuur en de stedenbouwkundige context. Dat betekent niet dat op het Lange Voorhout alleen retro-architectuur zou passen. De andere panden zijn onderling ook in verschillende tijden, soms met eeuwen tussentijd gebouwd. Wat voor het bewaren van de eenheid wel nodig is, dat zijn: overeenstemming in schaal en ritme, alsmede harmonie in materiaalkeus. Het ontwerp dient de bestaande omgeving als uitgangspunt te nemen. Dat kan zelfs hypermodern. Kijk hoe de glazen zaal bij de oude synagoge aan de Prinsessegracht een prachtige combinatie heeft opgeleverd, of hoe de uitbreiding van het aloude Teylersmuseum in Haarlem is gerealiseerd. Architecten als Henket en Krier zijn hier meesters in. Maar de Amerikaanse Ambassade is op dit gebied helaas mislukt. Het gebouw maakt de indruk van een betonkolos (in feite graniet en kalksteen) die de rest van het unieke Lange Voorhout negeert.
Ook het ritme, met die lange rij ramen, wijkt af van het korte ritme van de andere panden. Om nog maar te zwijgen van de gekunstelde trapeziumvormen. Velen zouden er geen traan om laten wanneer dit gebouw zou worden afgebroken, althans de vleugel langs het Lange Voorhout. (Aan de zijde van het Korte Voorhout is er eigenlijk niets op dit gebouw aan te merken.)
Het is natuurlijk niet alleen Breuer, maar vooral de gemeente Den Haag aan te rekenen dat dit gebouw op deze plaats is gebouwd, want de gemeente heeft het goedgekeurd. Dit roept de vraag op of een nieuw gebouw op deze plek niet wederom een miskleun zal worden. Dit gevaar is alleen maar af te wenden als de gemeente al bij voorbaat vastlegt dat vereist is dat goed wordt aangesloten op de historische omgeving, en dat de te kiezen architect bewezen moet hebben zo’n speciale ontwerpopgave goed aan te kunnen.

Wandelend over het Lange Voorhout ... |

... ervaart men het gevelbeeld van de Amerikaanse Ambassade als een inbreuk op het harmonische geheel van het Lange Voorhout |
Er wordt wel gesuggereerd dat de aversie tegen dit gebouw alleen voortkomt uit anti-Amerikaanse gevoelens, of door de afzichtelijke beveiligingsmaatregelen. Dit is onjuist. De aversie tegen het gebouw is er altijd al geweest – ook in de tijd dat heel Nederland nog met warme gevoelens over Amerika rondliep.
De tegenstanders van afbraak (een Breuer mag je niet afbreken) kunnen vooral gevonden worden in de kring van architecten. Zij hebben m.i. niet het laatste woord als het gaat om een oordeel over een gebouw. De openbare ruimte is van ons allemaal. Zoals we in Haags Peil al schreven voor de stad gaat het om het ontwerp, niet om de ontwerper. Zelfs een beroemdheid kan wel eens miskleunen.
Zou het gebouw wanneer er eenmaal een publieksfunctie in is gevestigd, een andere uitstraling krijgen? Dit kan worden betwijfeld: architect Breuer heeft destijds een gebouw ontworpen dat welbewust een zeer overheersende uitstraling had, uit de architectuur moest de kracht en het belang van de VS blijken. Een vergelijking met de Hofweg gaat mank. Grand-café Dudok heeft wel levendigheid toegevoegd aan de Hofweg, maar het gebouw heeft dezelfde sombere uitstraling gehouden, net als de gebouwen eromheen. Het gebouw waar Dudok in gevestigd is, paste altijd al prima in de gevelwand langs de Hofweg.
Er wordt wel gesuggereerd dat de aversie tegen dit gebouw alleen voortkomt uit anti-Amerikaanse gevoelens, of door de afzichtelijke beveiligingsmaatregelen. Dit is onjuist. De aversie tegen het gebouw is er altijd al geweest – ook in de tijd dat heel Nederland nog met warme gevoelens over Amerika rondliep.
De tegenstanders van afbraak (een Breuer mag je niet afbreken) kunnen vooral gevonden worden in de kring van architecten. Zij hebben m.i. niet het laatste woord als het gaat om een oordeel over een gebouw. De openbare ruimte is van ons allemaal. Zoals we in Haags Peil al schreven voor de stad gaat het om het ontwerp, niet om de ontwerper. Zelfs een beroemdheid kan wel eens miskleunen.
Zou het gebouw wanneer er eenmaal een publieksfunctie in is gevestigd, een andere uitstraling krijgen? Dit kan worden betwijfeld: architect Breuer heeft destijds een gebouw ontworpen dat welbewust een zeer overheersende uitstraling had, uit de architectuur moest de kracht en het belang van de VS blijken. Een vergelijking met de Hofweg gaat mank. Grand-café Dudok heeft wel levendigheid toegevoegd aan de Hofweg, maar het gebouw heeft dezelfde sombere uitstraling gehouden, net als de gebouwen eromheen. Het gebouw waar Dudok in gevestigd is, paste altijd al prima in de gevelwand langs de Hofweg.
Er zijn ook mensen die tegen afbraak zijn omdat ze bang zijn dat het gemeentebestuur er anders een nog veel slechter gebouw laat neerzetten, misschien wel hoogbouw! Misschien hebben deze mensen wel de sleutel tot een voor iedereen bevredigende oplossing in handen. De binnenkant van het gebouw is nog goed, is zelfs vrij eenvoudig in echte Breueriaanse staat terug te brengen.
Als we dan eens het gebouw laten staan, de binnenkant renoveren, en er aan de kant van het Lange Voorhout alleen een andere, beter bij het
Voorhout passende gevel inplaatsen? Net zoals het Transitorium destijds is getransformeerd tot het allerwegen gewaardeerde Ministerie van VWS. Die nieuwe gevel aan de zijde van het Lange Voorhout zou visueel in twee of drie secties verdeeld kunnen worden, met elk een mooi gedetailleerd gevelbeeld. En die levendige functie op de begane grond, daar zijn voor- en tegenstanders van afbraak het snel over eens – die moet er sowieso komen.
Let’s twist again, the time is here!
door Gwen Maclaine Pont
De Amerikaanse Ambassade staat op een markante Haagse hoek. Was hier geen bom – per abuis - gevallen in WO II, dan was het hotelgebouw Paulez nu nog de hoeksteen van dit oude stadsdeel. Het feit, dat na de oorlog is besloten het oorspronkelijke niet terug te bouwen en deze plek te bestemmen tot ambassade van onze bevrijder, is van historische betekenis.

Korte Voorhout anno 1880 met hotel Paulez. |
Foto Haags Gemeentearchief
Het getuigt van respect voor de traditionele omgeving, dat de Amerikaanse opdrachtgever geen standaard ambassadegebouw neerzette, maar een vooraanstaande architect van Europese (Hongaarse) afkomst, Marcel Breuer, een ontwerp liet maken. Eerdere plannen waren afgewezen. Men vond ze niet passend genoeg. Het ontwerp van Breuer zorgde voor de nodige opschudding en werd vervolgens goedgekeurd. Het ambassadegebouw sluit in grote lijnen aan bij zijn omgeving, maar met een nieuwe draai. Er is gekozen voor het constructietype van het herenhuis, waarin bijna alle panden aan het Voorhout zijn uitgevoerd. Het volume is opgesplitst en oogt even groot als het verdwenen hotel en pand ernaast. De gevels aan het Voorhout staan in de rooilijnen en zijn net zo hoog als die van de Koninklijke Schouwburg. Er is gebouwd in een – voor de vijftiger jaren van de vorige eeuw - eigentijdse bouwstijl, maar met gevoel voor de kleine schaal van de historische omgeving.
Breuer gebruikte de hoeklocatie om twee functies te onderscheiden. De kanselarij met hoofdingang aan het Lange Voorhout; boven de entree een balkon met werkkamer van de ambassadeur. Aan het Korte Voorhout de voorlichtingsdienst met eigen entree; hier ook de bibliotheek en op het binnenterrein een auditorium.
Hoewel toen de transparante glazen vliesgevel het summum van modern vertegenwoordigde, is gekozen voor gesloten gevels voorzien van gaten. Bijzonder zijn de, juist niet boven elkaar geplaatste, ramen in trapeziumvorm. Dit geometrische motief komt steeds terug, zowel binnen als buiten, zowel in constructieve als decoratieve vorm. Door de versprongen raamgaten zijn de dragende gevels heel stijf en sterk, zoals een honingraat; een slimme oplossing voor het oeroude probleem hoe een muur, die de vloeren en het dak draagt, te voorzien van daglichtopeningen.

Korte Voorhout anno 1980 met Amerikaanse en Franse Ambassade |
Foto Haags Gemeentearchief
De discussie over het ontwerp spitste zich toe op ‘nieuw versus oud’. De architect: there is no need to compromise; a modern design, if good, will be appropriate. De gebouwen aan het Voorhout dateren uit vijf verschillende eeuwen. Samenhang wordt verkregen door de waardigheid en integriteit van elk afzonderlijk pand in combinatie met de eenheid van de openbare ruimte. Ze dragen hun eigen karakteristieke steentje bij aan de stedelijke wand die het Voorhout begrenst. De Amerikaanse Ambassade sluit daarbij goed aan.

Dansers NDT voor de Amerikaanse Ambassade in 1959, choreograaf Hans van Manen. |
Foto © Ed van der Elsken / Nederlands Fotomuseum
Veel beter dan zijn buurpanden aan het Korte Voorhout, de karakterloze Franse Ambassade en het anonieme kantoorgebouw op de hoek met de Prinsessegracht. Er gaat niets verloren als deze verdwijnen ten gunste van nieuwbouw voor de Hoge Raad. Ik acht vooral - de Berlage van onze tijd - Hans Ruijssenaars (architect van onder andere het stadhuis van Apeldoorn) in staat tot het ontwerpen van een nieuwe Hoge Raad in eigentijdse architectuur, die de bebouwingskenmerken van buren én binnenstad respecteert.
Want dat is ook de kracht van het gebouw van Breuer. Het pand toont betrokkenheid op zijn traditionele omgeving en heeft ‘the spirit’ van de wederopbouwperiode. Choreograaf Hans van Manen zag voldoende dynamiek in de pas opgeleverde ambassade om zijn dansers ermee te vereenzelvigen, getuige een foto uit 1959 van het net opgerichte Nederlands Dans Theater. De foto straalt de vitaliteit uit van het naoorlogse optimisme; een beweging die de wens had het sombere verleden af te schudden en een nieuwe richting in te slaan, gesterkt door een enorm geloof in vooruitgang naar Amerikaans voorbeeld.
Dat velen nu anders denken komt gelijktijdig met het verdwijnen van de functie van ambassade op deze prominente plek. Dát feit verhoogt de historische betekenis. Het pand staat symbool voor een voorbije periode, waarin belangwekkende transatlantische besluiten zijn genomen, ook op deze locatie. Daarom dient het voor het nageslacht behouden te blijven. Een ‘total make-over’, zoals sommigen wensen, zou ondoordachte geschiedvervalsing zijn.
Onderzoek naar een alternatieve bestemming getuigt van goed rentmeesterschap; een prima Gouden Regel om verantwoord met menig pand in de stad om te gaan. ‘Het Huis van de Democratie’ kan de nieuwe functie zijn, die gebouw en plek terug geeft aan de Haagse bevolking en tegelijkertijd respectvol omgaat met de historie ervan. Het transparant overkappen van de binnenplaats zal het complex voorzien van de grote ruimte, die nu ontbreekt. Aanpassing, waar nodig, helpt de nieuwe openbare functie uit te stralen. Denk aan de metamorfose die het voormalige bankgebouw aan de Hofweg (nu Dudok) onderging door het verheffen van de raamtralies tot luifelband. Het veranderde de introverte, strenge Bank in een innemend Grand Café.
Laten we Breuer’s creatie een nieuw perspectief gunnen. Vanuit de CoffeeCorner van het toekomstige ‘Huis’ zie ik de Koninklijke Schouwburg via het ene trapeziumraam en de Hofvijver via het andere. Deze invalshoek staat voor een volgende omwenteling in de geschiedenis verbonden met deze plek en dit gebouw. De tijd is rijp de naoorlogse periode te markeren met een monument. The time is here.