Ons Den Haag
|
SEPTEMBER/OKTOBER
Ambities voor Kijkduin
Kijkduin: zijn al die ambities verenigbaar?
Kijkduin wordt ontwikkeld tot een aantrekkelijke familiebadplaats die internationale allure koppelt aan een specifiek Kijkduins karakter, ingebed in het duinlandschap, uitnodigend voor een ieder die op zoek is naar rust, cultuur en reflectie. Tegelijkertijd moet Kijkduin worden ontwikkeld tot een uiterst hoogwaardig woongebied en tot een aantrekkelijke recreatieomgeving met een sterke natuurlijke kwaliteit.
door Hans Creman Werkgroep Stadsbeeld & Stadsgroen
Inderdaad, de gemeentelijke ambities zijn hooggestemd en in ronkend proza gegoten. De gemeenteraad stelde in juli de uitgangspunten vast voor de verdere ontwikkeling van Kijkduin, dat naast de badplaats (het Deltaplein met winkels, hotel, boulevard) ook het daarachter gelegen grote aaneengesloten groengebied van duinen, sportvelden, puinduinen en natuurgebieden omvat, alsmede de strook langs de Kijkduinsestraat-Ockenburghstraat tot aan de Monsterseweg.
Wat er precies gaat gebeuren is nog niet duidelijk. De badplaats is onlangs verkocht aan investeerders die niet willen zeggen wat ze van plan zijn. Ze mogen naast het Atlantic-hotel een woon-/hoteltoren van 50 m bouwen, en ze mogen het lage winkel-/horecacomplex vervangen door nieuwbouw met de hoogte van Atlantic. Om de natuur- en landschapskwaliteiten duurzaam tot ontwikkeling te brengen, wordt een landschappelijk raamwerk (de drager van de ruimtelijke identiteit) opgebouwd uit duinen, een natte duinvallei en landgoedachtige beplanting. Wat dat is en wat de voordelen zijn moet nog blijken. In ieder geval toont de natuurbeschermingsorganisatie AVN zich heel kritisch over het nut en de betaalbaarheid, en noemt dit natuuridee een illusie. Ook over de recreatieve voorzieningen is onzekerheid troef. Wellness klinkt sympathiek, maar manifesteert zich veelal in forse gesloten, verkeersaantrekkende gebouwen, die wellicht in het duingebied terecht komen. Niet echt een aanwinst voor de belevingswaarde dus.
Het enige wat volkomen duidelijk is (en niet voor discussie vatbaar) is het aantal woningen, want daar was het allemaal om begonnen. Er moeten 900 à 1000 woningen komen, o.a. een dure woonwijk in het groengebied aan de voet van de puinduinen en 5 woontorens van max. 50 m. Daarvoor moet wel een en ander wijken: honkbalvereniging Storks, 2 voetbalvelden, tennispark Waldeck, groen, een parkeerterrein, het Piet Vink-monument, een tuincentrum en een kweker. De verkeers- en parkeerdruk zal ongetwijfeld flink toenemen.
Eerlijk gezegd vragen wij ons af wat de gemeente bezielt: deze ambities en uitgangspunten staan met elkaar op gespannen voet. Hoogbouw is in dit gebied niet te verenigen met behoud van kleinschaligheid; een woonwijk dwars door het groengebied niet met verbetering van natuur en landschap; enorme intensivering van bebouwing, bezoekers en verkeer niet met rust en reflectie. Bij de uitwerking zal dat boven water komen, maar dan zal tevens blijken dat voor de gemeente slechts het aantal woningen een hard gegeven is en dat daar een mistig maar keihard financieel verhaal aan vastzit. De omgekeerde werkwijze had voor de hand gelegen: onderzoek de beoogde kwaliteit van natuur, sport, badplaats, cultuur, belevingswaarde e.d., en bekijk vervolgens voor hoeveel en wat voor soort woningen dan nog ruimte is. Wij hopen dat de nu volgende periode van samenspraak niet op een teleurstelling zal uitlopen.
door Hans Creman Werkgroep Stadsbeeld & Stadsgroen