Ons Den Haag | JANUARI/FEBRUARI  
lijntje
niets

Siersmid Han Hendriks in zijn element

januari/februari 2009

De rust van de grote stad

Nog geen honderd meter van de plek waar dagelijks duizenden auto’s zich uit het nauwe deel van de Javastraat persen, heerst een onverwachte stilte. Een stilte die alleen kan bestaan dankzij de hoge huizenwanden van Balistraat, Javastraat en Prinsessegracht. Deze niet alleen hoge maar ook diepe huizen houden als een burchtmuur al het donderend geraas van de grote stad perfect tegen.

door Niek ’t Hart

Een groot deel van dit gebied heeft wisselgeld moeten inleveren en is de laatste jaren ingenomen als goed betaalde parkeerplek voor de omliggende kantoren. Maar een klein deel achter een houten hek - zoals wij dat kennen als afrastering van een boerenerf - geeft zich niet gewonnen.

En dat is sinds jaar en dag de stek van siersmederij Han Hendriks. Grote brede planken ruw aaneen getimmerd en bijeen gehouden met een diagonale balk vormen het hek naar een bijzonder gebied. Een zware ketting met slot hangt nu niets te doen als ik het hek probeer te openen.

Stemmen in de verte geven aan dat ik niet alleen ben. Ook al sluit ik het hek achter mij, toch zet ik mijn fiets voor alle zekerheid op slot; het blijft ten slotte Den Haag waar ik mij bevind. Het groen waar ik nu doorheen loop wisselt af met enkele hoge bomen. Ik passeer links enkele houten opstallen met vage transportmiddelen erin en verouderde bouwmaterialen. Zullen die nog wel droog staan, vraag ik mij af?

En tussen die hoge bomen en het struikgewas door zie ik een soort boerderij opdoemen bijna geheel overwoekerd door klimop, wilde wingerd en ander vrolijk groeiende bosschages.


Ongerepte natuur voor de smidse


Op dat moment komt een tengere oude man met alpinopet op het hoofd mij tegemoet. Hij heeft een blauwgrijs werkjasje aan en een sjaal om. In zijn hand houdt hij een kolenkit waarmee hij juist wat wil gaan uitvoeren: ‘Kolen scheppen’, zoals hij zonder blikken of blozen vertelt.

Hij houdt zijn hand aan zijn oor als ik vertel wie ik ben en wat ik kom doen. Het is de smid, Han Hendriks, siersmid om precies te zijn. Zijn gehoor is niet meer wat het geweest is, maar hij gebruikt daarvoor geen hulpmiddelen zo te zien. Hij laat zich niet ophouden en slaat rechts af. Ik volg hem langs de muur van de boerderij.


Een keur aan niet alledaags materiaal


Aan het einde daarvan is een kolenopslagplaats waar hij spontaan inloopt. Aan de manier van scheppen kan ik zien dat hij dit gewend is. Niet alleen de kleine kooltjes zoekt hij op; hij mengt ze met grotere vanuit een ander bergje.

Dat geluid en die bewegingen van het scheppen, zetten mijn gedachten tientallen jaren terug. Dat moet toch minstens vijftig jaar geleden zijn dat ik diezelfde oefeningen verrichte in opdracht van mijn strenge vader. Als tienjarig ventje – mijn vader hield van een Spartaanse opvoeding – hing ik over de houten wand in het pikdonkere kolenhok en schepte maar wat ‘in the blind’.

Keer op keer en steeds weer kijkend of de kit al vol was of een plank weghalend als het kolenniveau daarom vroeg. In die vijftig jaren heeft Han Hendriks zijn techniek duidelijk kunnen verbeteren.


De gehoorbescherming was in 75 jaar niet afdoende


Maar we hebben het hier niet over vijftig jaar; het blijken al 75 jaar (!) geleden te zijn dat Hendriks als leerling smid op dertienjarige leeftijd ‘het vak in ging’. We hebben het dan over 1933 en ‘de ruimte waarin wij nu staan was een clubhuis van de NSB’, vertelt Hendriks tussen neus en lippen. ‘Er hingen allemaal foute prenten aan de muur die meteen werden weggehaald’, vertelt hij lachend.

Ondertussen laat de smid zijn handjes wapperen en zet hij het smeden van een haardstel in. Het vuur loeit en de kooltjes hebben het naar hun zin. Hier komt weer een haardstel tot leven.


Overblijfsel van een veiligheidscampagne van weleer


Wandelend door de schamel verlichte smidse lijkt het alsof alles uit die periode nog gewoon aanwezig is. Reclames rond de oorlogsjaren doen nu nog hun best om te scoren. Alleen de merken waarvoor, zijn veelal verdwenen.

Voor mij vreemde gereedschappen, onaf gesmede artikelen, lange ijzeren staven en rekken; veel en lange rekken langs de muren bewaren al die oudheden. Dat dit niet lang zo meer zou blijven kunnen wij zelf wel verzinnen met al die jachtige stedenbouw om ons heen. Maar niet alleen daarom.

Want ook siersmid Han Hendriks heeft niet het eeuwige leven zo blijkt. Enkele weken na mijn bezoek, op zaterdag 1 november 2008, is hij op 88-jarige leeftijd overleden nadat hij ’s ochtends nog zoals altijd naar de smederij was gefietst.


In de verte is de smid aan het werk


Eigenlijk werd ik gevraagd eens een bezoekje te brengen aan deze historische plek om daar eens wat foto’s van te maken voor het nageslacht. Nu is er niet alleen een registratie van deze bijzondere plek die al zo lang zijn karakteristieke eigenschappen heeft behouden en onveranderd is gebleven. Maar ook voor de familie Hendriks is er nu een waardevol document.

door Niek ’t Hart



terug TERUG terug