Ons Den Haag | JANUARI/FEBRUARI  
lijntje
niets

januari/februari 2009

De Internationale Zone

Niet alleen het gebied rond het Joegoslavië Tribunaal, maar het hele gebied van Kijkduin tot Wassenaar – dat is de Internationale Zone volgens de gemeente. En er moeten nog flink wat kantoren en woningen bijgebouwd worden om het de internationale instellingen naar de zin te maken. Hoe vaak gaat de gemeente de onverkwikkelijke geschiedenis met Europol nog herhalen?

door Eveline Blitz, lid werkgroep Stadsbeeld en Stadsgroen

Twee jaar geleden stelde de gemeente de Structuurvisie 2020 vast, een plan voor de toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen. Als uitwerking daarvan kwam recent de Nota van Uitgangspunten uit over de Internationale Zone. Het hele gebied dat als “het zand” bekend staat, is nu als Internationale Zone gedefinieerd. Waarom? Dat wordt duidelijk als we in de nota lezen dat, mocht zich een vestigingskandidaat aandienen, deze Nota als planologisch kader geldt. Is dit een poging de hele inspraak en rechtsbescherming die de Wet op de Ruimtelijke Ordening biedt, terzijde te schuiven voor internationale instellingen?
Het bouwprogramma bestaat uit de volgende onderdelen: 305.000 m² voor internationale instellingen, 2000 woningen, 20.000 m² internationaal onderwijs, en 25.000 m² voorzieningen. Primair denkt men aan de Alexander- en Frederikkazerne, en het gebied rond het Joegoslavië Tribunaal. Voor zover na te gaan heeft de gemeente verder het oog laten vallen op de huidige locaties van de Buitenschool (Doorniksestraat), de Stadskwekerij, Europol, het groen naast het Promenadehotel, de tuin van het Vredespaleis, het politiebureau aan de Patijnlaan, de kerk op de hoek van Stadhoudersplantsoen en de Stadhouderslaan, het Mondriaancollege (Segbroeklaan) en het Rode Kruisziekenhuis. Al bekende plannen als het Verhulstplein (twee wolkenkrabbers van 100 meter hoog) en Scheveningen Haven komen daar nog bij. Dit is dus echt veel en veel te veel!

We lezen in de nota gelukkig ook enige positieve punten.

Tot zover het zoet – nu het zuur. Is dit bouwprogramma echt nodig voor die gewenste status van “Internationale stad van recht en vrede”? Of wordt deze slogan alleen maar gebuikt als excuus om weer veel en hoog te bouwen? Er zijn toch al zoveel plannen waarin grote hoeveelheden kantoren worden voorzien? Denk aan de hoogbouw die op en rond het Koningin Julianaplein in de steigers staat, en het enorme bouwvolume dat in de Binckhorst gepland is. De goede bereikbaarheid was toch essentieel voor internationale instellingen? Welnu, met het Centraal Station, respectievelijk het Trekvliettracé naast de deur zijn dát de perfect bereikbare plekken. En waarom is het eigenlijk nodig dat dergelijke instellingen zich binnen onze gemeentegrenzen vestigen? Het gemeentebestuur vergeet dat voor een internationale instelling de agglomeratie als groot-Den Haag wordt gezien. Net als bij Londen of Parijs. Waarom zou een internationale instelling zich niet in Rijswijk kunnen vestigen? De arbeidsmarkt en de woningmarkt zijn toch volledig regionaal? Ook als een instelling zich in Den Haag vestigt zullen de arbeidsplaatsen voor meer dan de helft bezet worden door inwoners van andere gemeenten. En andersom. Zou het gemeentebestuur er niet beter aan doen de energie te richten op de concurrentie met Rome en Genève, in plaats van de concurrentie met Voorburg en Rijswijk?

Is het echt waar is dat we nog een heleboel inspanningen moeten doen om het de expats naar de zin te maken? Natuurlijk, een levendige stad moet zich steeds ontwikkelen, vernieuwen om aantrekkelijk te blijven. Maar, zoals we in Haags Peil al schreven, wel met behoud van de eigen identiteit. Juist vanwege die identiteit wordt Den Haag niet alleen door de Hagenaars, maar ook door de expats zo gewaardeerd. Impliciet poneert de gemeente de stelling “omdat New York een internationale stad is, moet ook in Den Haag flink veel hoogbouw neergezet worden”. Wij nemen hier afstand van. Den Haag moet zich niet spiegelen aan steden die een andere ontstaansgeschiedenis hebben, die een andere sfeer hebben. In de nota wordt geconstateerd dat wijken als Statenkwartier en Belgisch Park bij expats zeer geliefd zijn. Maar vervolgens wordt doodleuk gesteld dat expats vooral in appartementen willen wonen – en we weten uit eerdere plannen dat wanneer de wethouder appartementen zegt, hij woontorens bedoelt.
De gemeente doet aan “selectief shoppen”. In Parijs en New York is vrijwel geen parkeerruimte, iedereen gaat met het openbaar vervoer naar zijn werk. Maar op dit gebied worden deze steden nu weer niét door de gemeente als voorbeeld gesteld.
Volgens de Nota moet er “internationale allure” gecreëerd worden. Na veel wollige taal worden als enige concrete maatregelen genoemd: een vlaggenparade en een lichtplan. In de Haagse context roept dit bij ons alleen associaties op met de Scheveningse patatcultuur. Mogen we daar in wijken als het Benoordenhout en de Archipelbuurt voor gespaard blijven?

Heel vroom stelt de nota dat “het belangrijk is draagvlak bij de bewoners te creëren”, maar tegelijkertijd maakt de gemeente duidelijk dat het met de inspraak bij dit plan weer armzalig gesteld is. Hoeveel “Europols” zijn er nog nodig voordat het gemeentebestuur inziet dat het doordrukken van een slecht plan, met een volstrekt negeren van de inspraak, absoluut geen draagvlak creëert?

door Eveline Blitz, lid werkgroep Stadsbeeld en Stadsgroen





terug TERUG terug