Ons Den Haag | SEPTEMBER/  
lijntje
niets

september/oktober 2009

Gaat het zinderen op het Spuiplein?


Het moet gaan zinderen op het Spuiplein, vertelden de wethouders Bolle en Norder, toen ze het nieuwe plan van Rem Koolhaas presenteerden. De architect heeft de stedenbouwkundige uitgangspunten gepresenteerd voor de nieuwbouw van het danstheater, het concertgebouw en het conservatorium. Moet dat dan allemaal vernieuwd worden? Ja, waarschijnlijk wel.

door Eveline Blitz en René Vlaanderen

De theaters zijn destijds voor een minimumbedrag neergezet en zijn nu aan het einde van hun levensduur. Ze hebben net een opknapbeurt gehad, kunnen nu nog wel een paar jaar mee, maar dan moet er iets nieuws komen. Overigens heeft Koolhaas destijds voor ons de mooiste en de best functionerende balletzaal van Europa gemaakt – laten we hopen dat de nieuwe een perfecte replica wordt van de huidige. We kunnen ons ook voorstellen dat de gemeente het conservatorium naar het centrum wil halen, omdat studenten zorgen voor extra levendigheid en de functies over en weer voor elkaar van nut kunnen zijn.

Het plan waar Koolhaas mee kwam, maakte ons echter minder enthousiast dan de beide wethouders. Wat houdt het in? Een toren van 100 meter hoog waar danstheater, concertzaal en conservatorium boven op elkaar gestapeld zijn. Door die hoogte blijft de grondoppervlakte van de huidige Philipszaal open, zodat het Spuiplein veel groter wordt. Verder wordt er een doorgang gecreëerd tussen de groene ruimte rond de Nieuwe Kerk en het Rabbijn Maarsenplein, zodat er een “aaneengeschakelde openbare ruimte ontstaat, met een groener karakter, die het kloppende culturele hart van Den Haag gaat vormen”.


Het gebied dat in beschouwing is genomen. Illustratie: Rem Koolhaas


Helaas, ons overtuigt het niet. Het grootste probleem van het huidige Spuiplein is dat het er onaangenaam tochtig is en dat het wordt omzoomd door bouwwerken zonder levendigheid op de begane grond: de achterkant van Hulshoff, een grauwe betontrap, de achterkant van een restaurant, gesloten wanden van theaters. De windhinder zal alleen maar erger worden als het plein groter wordt en nog veel erger als er een 100 meter hoge toren aan komt te staan. Van de levendigheid die studenten brengen, blijft niets over als ze eerst 30 verdiepingen moeten zakken om op straat te komen.

Welke logistieke oplossingen zijn er te bedenken om de twee- á drieduizend bezoekers van de theaters naar binnen/boven en weer naar buiten te krijgen? Het alternatief dat Koolhaas geleverd heeft, met een halvering van de hoogte en gebruik van het gehele huidige grondoppervlak lost deze problemen ook niet op.

Zoals we in Haags Peil al schreven, de nieuwbouw van de theaters aan het Spuiplein is juist een unieke kans om eindelijk een echt goed plein te maken. Maar dan moet het plein in de eerste plaats tochtvrij zijn, misschien deels overdekt, liever met wat minder ruimte dan met loze ruimte.

De bebouwing eromheen moet functioneren als het decor dat een plein tot een plein maakt en met functies op de begane grond die overdag en ’s avonds levendigheid garanderen.

Pas als dat allemaal goed voor elkaar is, kan een architect gaan kijken hoe in de ‘overgebleven’ bouwbare massa’s een en ander kan worden ingepast.

Wordt dat niet een veel te moeilijke opgave?
Integendeel. Hoe moeilijker de opgave voor een architect, hoe sprankelender het ontwerp wordt – gaat u maar eens kijken naar de nieuwe Toneelschuur in de Haarlemse Begijnestraat. Als het niet lukt om van het Spuiplein een echt aangenaam plein te maken, dan kunnen we het net zo goed (dicht) bebouwen, bijvoorbeeld met een spinnenweb van smalle straatjes.


Het voorkeursmodel van de gemeente. Illustratie: Rem Koolhaas


Het is in dit licht ook de vraag of het wel zo’n gelukkige keuze is alledrie de functies in één gebouw, met één gemeenschappelijke ingang onder te brengen. Een eigen ingang geeft vaak veel meer ‘smoel’.

Bovendien: als alle activiteiten binnen het gebouw plaatsvinden, komt er niet veel terecht van die beoogde levendigheid op het plein.

Het is ook de vraag of er niet méér kavels in het centrum bij de nieuwe huisvesting betrokken moeten worden (zoals de Veerkade-garage, de strook tussen Kalvermarkt en Lange Poten) Een roulatie van functies zou het probleem van tijdelijke huisvesting ook kunnen oplossen. Bijvoorbeeld door eerst de twee theaters op een beschikbare kavel te bouwen, daarna een van de andere beoogde functies op de achter te laten kavel aan het Spuiplein, enzovoort.

Misschien zou de gemeenteraad toch nog eens opnieuw over deze ontwikkeling en over de opdracht moeten nadenken. Als we nu de kans om een echt goed functionerend plein in hartje centrum te maken voorbij laten gaan, dan hebben we daar nog tientallen jaren spijt van.

door Eveline Blitz en René Vlaanderen



terug TERUG terug