Ons Den Haag | NOVEMBER/DECEMBER  
lijntje
niets

november/december 2009

Jugendstil herleeft op hoog niveau


Deze uitspraak geldt voor vele ‘patiënten op leeftijd’ in Den Haag. Maar het gaat hier niet om mensen maar om beeldbepalende gevels die de strijd tegen weer en wind dreigen op te geven. Het zou tragisch zijn als deze – vaak unieke – Iconen uit onze dierbare stad zouden verdwijnen.

door Niek ’t Hart

’Als er niet snel iets gebeurt, dan is herstel helaas niet meer mogelijk’.

Dat zullen de nieuwe bewoners hebben gedacht toen zij de door weersinvloeden geteisterde Jugendstilgevel aan de Laan van Meerdervoort 215 voor het eerst zagen en dit pand toch kochten

Als je al dertig jaar tegenover een unieke, zelfs beroemde rij gevels aan de Laan van Meerdervoort woont, heb je een van de fraaiste uitzichten die je in een stad kunt wensen. Dat dit niet overdreven is, werd wekelijks op zondagochtend bevestigd als geveljagers in een VVV-bus voor onze deur stopten om de monumentale Jugendstilgevel aan de overkant te bekijken en te fotograferen. Maar de laatste maanden blijven de fraaie vormen door oranje steigerdoek verborgen.

Of dit niet een leuk onderwerp voor Ons Den Haag zou zijn, opperde buurman John …

De mogelijkheden van restauratie van deze monumentale gevel kwamen al een paar keer eerder ter sprake tijdens mijn bezoekjes aan het atelier van steenbeeldhouwer Paul van Laere (ook al) aan de Laan van Meerdervoort. Paul ging daar zelfs dieper op in door mij als leek uit te leggen hoe de zandstenen gevel te restaureren zou zijn met mortels van specialistische leveranciers uit Duitsland. Dus als ik die steiger zou beklimmen, zou hij toch wel heel graag met mij mee klimmen…

En daar staan wij dan: veertien meter hoog bij een krachtige zuidwestenwind, uitgestapt op de bovenste etage van het woonhuis (‘steigerniveau 6’) om met de bewoner te praten over stenen en hun al maanden durende herstel. U vraagt zich wellicht af: Wie gaat er nu met een dergelijk forse windkracht een steiger op? Antwoord: Redacteuren van de Vrienden van Den Haag gaat niets te ver om met een uniek onderwerp in Ons Den Haag te komen. Duizelingwekkende hoogten trotseren bijvoorbeeld, terwijl je een lichte vorm van hoogtevrees hebt. Het gaat er niet om wíe dat doet, maar wanneer en toevallig waait, nee stormt het.

Paul van Laere is iets later (hij komt hijgend aanfietsen) en onze ‘afspraak’ is net terug van paardrijden. Hem maakt het niet uit later te beginnen; ik blijk de enige die aan het stressen is…

Direct bij het betreden van de woonkamer op de begane grond valt mij de fraaie inrichting op met stijlvolle meubelen waar ik nauwelijks in durf plaats te nemen. Deze stijlkamer zag er even anders uit toen hier nog de Galerie LVM 215 in zat: ook stijlvol maar vooral kunstzinnig leeg.

Details van de ramen vallen direct op. Ook de plafonds; fraai maar niet authentiek, zo blijkt. Wat ben ik blij dat stijlkenner en gastdocent Van Laere erbij is. Wat hij allemaal aan waardevolle details vertelt … En ze blijken nog te kloppen ook. Want als de bewoner, die liever niet bij naam wordt genoemd, met thee en koekjes binnenkomt, vult hij aan dat het glas in lood bijvoorbeeld ook heel bekend is en in diverse catalogi genoemd wordt. Hij blijkt zich goed te hebben ingeleefd in de geschiedenis van het pand onder meer door contacten met vorige bewoners en een nakomeling van architect Olthuis.

Hij vertelt: “De architectuur is in handen van de in restauraties gespecialiseerde architect Hein

Wijnman (dezelfde die de Stadsmanege onder handen neemt). Wij hebben gezocht naar iemand die het ook écht dóet. Voor de mortel konden wij kiezen tussen Jahn of Remmers; het is Remmers geworden die de chemische samenstelling van de mortel heeft ontwikkeld. Boudewijn Dede van Monumentenzorg is er ook bij betrokken.”


Als het project klaar is en de oorspronkelijke scherpe contouren weer zichtbaar zijn, zal het een ware onthulling worden. Niet voor niets duurt de restauratie van dit belangrijke project langer dan verwacht. In een tempo van één à twee blokken per dag vorderen de gevelrestaurateurs van Spoon.

Belangrijk voor de financiering en de vergunningen is, dat je voordat je ook maar één tik met een beitel geeft, de betrokken diensten en instellingen (Belastingdienst, ministerie van VROM, Monumentenzorg etc.) van het project weten en het hebben bekeken. En jij de mogelijkheden met hen hebt bestudeerd. Daar gaan soms maanden overheen. Naar aanleiding van deze restauratie wil de eigenaar best wel meewerken aan de samenstelling van een commissie: “Want ik hoop dat dit project een goed voorbeeld is voor soortgelijke panden: goed voorbeeld doet goed volgen.”

‘Zijn we er klaar voor?’ Met deze enthousiaste uitroep nemen wij afscheid van de thee en stijgen wij gezamenlijk (gelukkig binnenshuis) naar de bovenste etage om daar uit te stappen op ‘steigerniveau 6’. Terwijl onze gastheer (met de handen losjes in de zakken) op zijn pantoffels over de planken loopt, blijkt Paul van Laere sommige stenen te moeten bevoelen. Ik houd mij met één hand stevig vast om met de andere te kunnen filmen en noteren.

Het feit dat ik dit schrijf, betekent dat ik deze ‘excursie op onverwachte hoogte’ toch overleefd heb.

door Niek ’t Hart



terug TERUG terug