Ons Den Haag | JANUARI/FEBRUARI  
lijntje
niets

januari/februari 2010

Kurhaus


Een andere kijk op Scheveningen.

Eind oktober hebben de Vrienden in een brief aan de gemeente hun mening gegeven over het Concept Masterplan Scheveningen Kust en het bijbehorende Milieu Effect Rapport (MER). Eerder lieten wij in dit blad al weten bedenkingen te hebben tegen de toekomstplannen (zie nummer 5: Schetsen op Scheveningen). Hier volgen de bezwaren; de brief zelf is te lezen op de website.

door Gwen Maclaine Pont & Valentijn van Koppenhagen Foto’s Gwen Maclaine Pont


Skylinevervuiling met hoogbouw rondom het Kurhaus is ongewenst!


Bad

Onze vereniging is in 1973 ontstaan als reactie op het toen heersende idee om het Kurhaus te slopen. Mede dankzij de oprichters van onze vereniging is voorkomen dat dit onzalige plan werkelijkheid werd. Het Masterplan geeft aan dat het Kurhaus beeldbepalend wordt geacht, een icoon voor de kust. Het Kurhausplein staat omschreven als een knus plein, dat een opknapbeurt nodig heeft. Maar verderop in het Masterplan wordt ditzelfde gebied aangemerkt als hoogbouwcluster. Dat valt niet te rijmen. Het gaat niet aan het Kurhaus in te klemmen tussen torens van 100 meter hoog!

Zonder omhaal wordt de nota ‘Agenda voor de Haagse verdichting’ van toepassing verklaard op Scheveningen. Deze Verdichtingsnota is geen gespreksonderwerp geweest op een van de 12 samenspraakbijeenkomsten. Het plan om verdichting en hoogbouw toe te staan op deze schaal – en daarmee impliciet sloop van bestaande bebouwing te overwegen – strookt ook niet met het rapport van het BOB-platform, de speciaal ingestelde gelegenheidscommissie van Bewoners, Ondernemers en Bezoekers voor een advies aan de gemeente ‘van binnen uit’.

Het Masterplan toont zich enthousiast over de visie van het BOB, dat zich tot doel stelde voort te bouwen op de bestaande kwaliteiten van Scheveningen Bad met zo min mogelijk sloop. Meerdere aanbevelingen zijn overgenomen, maar deze voorstellen komen in een heel ander perspectief te staan met de dreiging van omringende hoogbouw en verdichting.

Hoogbouw is een te hoge tol die betaald zou moeten worden om Scheveningen levendiger te maken en de openbare ruimte op te knappen. Het hult de schitterend voorgespiegelde toekomstbeelden voor Scheveningen Bad in een twijfelachtige schaduw.

Haven

Dit geldt ook voor het Havengebied. Op dezelfde Verdichtingskaart wordt een ruime zone rond de Havens aangemerkt voor mogelijke verdichting tot 50 meter hoog met incidentele hoogbouw, waarvan de maximale hoogte niet wordt aangegeven.

De in het Raadsbesluit uit 2008 voorgenomen matiging van het aantal én de hoogte van de torens bij de havenhoofden wordt zo in één dreun teniet gedaan. De kaart geeft een vrije doorvaart naar nog meer verdichting en toch weer hogere bebouwing. Door Havenplan en Verdichtingskaart zonder enige toelichting te verknopen is alle betrokkenen zand in de ogen gestrooid.


Meer hoogbouw rondom Havens dan eerder is afgesproken: niet doen!


Dorp


Ook boven het Dorp hangt de doem van 50 meter hoge bebouwing


Het Masterplan zegt de door veel autochtone Scheveningers geliefde karakteristieken van hun dorp en buurt (structuur, vorm, hoogte en materialen) te zullen respecteren, ook bij nieuwbouw.

Maar zelfs boven het kleinschalige Dorp en de Kompasbuurt hangt de doem van 50 meter hoge bebouwing, mocht (her- of ver-)bouw in traditionele trant niet te betalen zijn of om welke andere reden dan ook. Dit is een onwaardige wijze van omgaan met de uitkomsten van de samenspraak.

Andere koers

De hoofdlijnen van de visie uit het Masterplan zijn nog niet op hun detaileffecten onderzocht. Indien nodig, zo is te lezen, kunnen plannen bij uitwerking worden aangepast aan de tijdgeest van dat moment. Wij vinden dat de tijdgeest van dit moment al voldoende aanleiding geeft om het roer drastisch om te gooien in de richting van kwaliteitsverhoging van de openbare ruimte en bijbouwen met respect voor het bestaande. Koerswijziging van de visie op Scheveningen lijkt ons verstandig om nog meer redenen.

In 2008 verscheen het rapport van de Deltacommissie (commissie Veerman), dat aanbeveelt om de gehele Nederlandse kust te versterken en in 100 jaar tijd te verbreden met 1000 meter. De gevolgen van deze aanbeveling voor de Wereldstad aan Zee zijn (nog) niet verwerkt in dit Masterplan. Mogelijkheden voor meer (nieuwe) natuur en meer ruimte voor horizonvriendelijke (breed) bouw zijn niet onderzocht.

Verder blijkt uit recent onderzoek dat een grote groep bovenmodale stedelingen liever de stad uit wil, terwijl een kleinere groep van buiten de stad (slechts een derde) met hen wil ruilen. “Meer groen in plaats van verdichting zou de welgestelden over kunnen halen om stedeling te blijven,” zo stelt het onderzoek. Wij denken dat de in het Masterplan voorgestelde grootstedelijke ontwikkeling in Scheveningen niet ontkomt aan diezelfde (landelijke) trend. Wil men groei stimuleren dan is verdichting en hoogbouw niet (meer) de oplossing.

Om Scheveningen een all-year-round levendigheid te geven is naast differentiatie van vermaak vooral ook verscheidenheid aan woonvormen nodig. De nu voorgestelde mix van vertier en wonen zo bot boven op elkaar is slechts interessant voor een relatief kleine groep en voor een beperkte tijdsspanne. Met een flinke toevoeging van ‘duingebonden’ woningen op Scheveningen zal een grotere groep hoge inkomens zich er definitief willen vestigen.


Bij kustverbreding volgens Veerman ligt de Pier over 25 jaar op het droge


Zo wordt het gemakkelijker meer voorzieningen naar de kust te halen en kan de badplaats op een natuurlijker wijze doorgroeien naar een completer centrum aan zee. Bij toekomstige landaanwinst zou bijvoorbeeld de bouw van de achthoekige ‘internationale stad’ (of een deel ervan) in nieuwe duinen alsnog overwogen kunnen worden. Planontwikkeling op basis van dit ontwerp van De Bazel – verwerkt in een uitbreidingsplan voor Den Haag door Berlage in 1908 – in aangepaste vorm zal de Haagse identiteit versterken en tevens in een deel van de gewenste groei kunnen voorzien. In het licht van de kustverbreding dient ook de toekomst van de Scheveningse Haven te worden herzien.

Hoe blijft de Haven bereikbaar zonder te verzanden? Het Masterplan reageert niet of nauwelijks op het rapport Veerman. De lange termijn visie schiet daarmee flink tekort. Verder is het dempen van de voormalige Norfolk (3e) Haven onverstandig, nu er is besloten van een buitenhaven af te zien. Het plan voor een ondergrondse parkeergarage in dit deel, met een nieuw dorp erop, is toe aan herijking.

Pier

Een ‘nieuwe einder voor de kust’ heeft ook gevolgen voor de Pier. Over 25 jaar, uitgaande van een dan bereikte kustverbreding met 250 meter, staat de huidige Pier nog met één been in zee. Hier zien wij vooral kansen voor een landschappelijke inpassing, die de verblijfskwaliteit van het unieke bouwwerk zal verbeteren. Een wandelpier boven eerst drassig duinlandschap en verderop strand en zee vergroot de diversiteit aan natuurbeleving.

Verlenging van de Pier met een extra arm zit al in deze visie. De lengte ervan zal zodanig moeten zijn dat ook in 2035 de uitwaaipier zich nog boven zee bevindt. De ‘Pier als Pionier’ van de nieuwe kustlijn lijkt ons op lange termijn duurzamer dan de nu voorgestelde ‘Pier van Vertier’.
Maar wellicht sluit het een het ander niet uit.

Westduinweg

In het Masterplan blijft de Westduinweg onderbelicht. Met zijn hoogteverschillen en bochten heeft deze straat de potentie van een laan met allure. Indien eenzelfde maatwerk zou worden toegepast als indertijd bij de metamorfose van de Vaillantlaan, kan deze belangrijke verbindingsweg een karaktervolle rol gaan spelen direct achter de 2e Haven, een boulevard in tweede lijn.

Vervangende bebouwing van het Lindoduin kan worden gekneed en verbreed zodanig dat deze de oorspronkelijke structuur van deze oude duinweg weer volgt.


De sierlijk slingerende Westduinweg heeft de potentie van een boulevard achter de kustlijn



Nieuwbouw in plaats van de flats Lindoduin dient te ‘sporen’ met de Westduinweg


Verkeer

Zowel in het Masterplan als in het Plan-Mer wordt de verkeersproblematiek erg licht opgevat. Zonder een meer visionair verkeersplan kan er geen sprake van zijn dat wij ons zouden kunnen vinden in welk uitbreidingsplan dan ook. Het Plan-Mer geeft aan dat de robuustheid van het Masterplan nu al tegen zijn grens aan loopt daar waar het een (toen nog) eventuele uitbreiding met een buitenhaven betreft. De nog niet meegenomen effecten van de kustverbreding versterken het beeld van een ondermaats circulatiesysteem.

Conclusie

De Vrienden van Den Haag hebben ernstig bezwaar tegen dit Masterplan en het Plan-Mer voor Scheveningen Kust. Aan de visie dient grotere diepgang te worden gegeven door het rapport Veerman daarbij te betrekken, de nieuwste feiten betreffende bouwen en wonen te verwerken, de uitkomsten van de samenspraak eerlijker te interpreteren en de historische karakteristieken van Stad, Bad, Dorp en Haven als geheel meer te respecteren. Wij denken dat alleen een in deze richting verder doordachte visie op Scheveningen kan leiden tot een zeewaardig front en waardig zeefront met internationale allure voor Den Haag.

door Gwen Maclaine Pont & Valentijn van Koppenhagen Foto’s Gwen Maclaine Pont



terug TERUG terug