Ons Den Haag
|
JULI/AUGUSTUS
De eerste behuizing van de Hoge Raad aan het Plein had de bijnaam ‘Het hondenhok’ (foto circa 1910 – Haags Gemeentearchief)
juli/augustus 2010
Hoge Raad: hoeksteen van stad en staat
Dit voorjaar heeft het college van Burgemeester en Wethouders de Samenwerkingsovereenkomst (SOK) tussen de Staat der Nederlanden en de gemeente Den Haag inzake het Korte Voorhout en omgeving vastgesteld: het officiële startsein voor de bouw van een nieuwe behuizing voor de Hoge Raad.
door Gwen Maclaine Pont lid werkgroep Stadsbeeld en Stadsgroen
Sinds 1988 zetelt de Hoge Raad in het huis Huguetan aan het Lange Voorhout, gebouwd in 1734 door de beroemde architect Daniël Marot in opdracht van Adriënne Huguetan. Voor de noodzakelijke kantoorruimte is toen nieuwbouw toegevoegd aan de achterkant, in en over de Kazernestraat heen. Zo ontstond de merkwaardige situatie dat de eigentijdse hoofdingang, geflankeerd door zes beelden van Nederlandse rechtsgeleerden, aan een klein pleintje in de Kazernestraat kwam te liggen, verstopt achter de grandeur van het barokke stadspaleis aan de meest monumentale laan van het oude centrum. Sindsdien gaat de eigen identiteit van Nederlands hoogste rechtsorgaan schuil achter imposante stadshistorie.
Hoge Raad toen
De behuizing van de Hoge Raad heeft een aparte geschiedenis. Na de oprichting in 1838 was de toezichthouder op de rechtseenheid en rechtsontwikkeling van het Nederlands recht eerst gevestigd in een bedompt en achteraf-staand gebouw in een hoek van het Binnenhof. In 1864 verhuisden de president, de vicepresidenten en alle raadsheren samen met de griffier en ondersteunend personeel naar een gebouw aan het Plein. Door de positie, schaal en vorm van de gevel kreeg dit al vrij snel de bijnaam ‘Het hondenhok’. Bij een renovatie midden jaren dertig kreeg dit pand een hogere voorgevel, een andere indeling en een nieuwe inrichting. Nederlandse beeldhouwers maakten beelden van zes bekende juristen. Vanaf 1938 hebben ze op het bordes gestaan van de vergrote Hoge Raad. In 1988 moesten gebouw en beelden wijken voor nieuwbouw van de Tweede Kamer.
Hoge raad nu
De behuizing aan het Lange Voorhout en de Kazernestraat is al vele jaren te krap. In 2002 werd een deel van de organisatie ondergebracht in een ander pand. Deze inefficiënte bedrijfsvoering bracht de Rijksgebouwendienst ertoe te zoeken naar verbetering van de huisvesting. Even speelde men met de gedachte een doorbraak te forceren vanuit de Kazernestraat richting het Louis Couperusplein, waarvoor het Edith Stein College had moeten wijken (zie Ons Den Haag nummer 6 van 2008). De behoefte aan representatieve uitstraling maakte dat ook andere locaties werden onderzocht op geschiktheid. Toen de Franse ambassade instemde met de renovatie van en verhuizing naar het oude Kodakgebouw aan de Anna Paulownastraat vlakbij het Vredespaleis, kon uiteindelijk voor nieuwbouw gekozen worden op de samen te voegen kavels van Korte Voorhout 20 (het gebouw van de voormalige verzekeringsmaatschappij Equity & Law, later AXA) en Smidsplein 1, waar de Franse ambassadeur nu zetelt. Menigeen associeert deze plek nog steeds met de gijzeling
De vergrote Hoge Raad aan het Plein met de zes beelden van juristen (foto: 1982 J. van Es, Gemeentearchief Den Haag)
die er plaats vond kort na ingebruikname: geen gelukkige herinnering. Dit pand en het verzekeringsgebouw stammen uit de jaren zeventig en hebben een modernistische signatuur van matige kwaliteit. Ze zullen plaats moeten maken voor een toegankelijk complex met allure, waarin de Hoge Raad onder andere zijn taak als cassatierechtbank zal uitvoeren. Een prachtkans voor het hoogste rechtscollege om uit de schaduw van de geschiedenis te treden en zich eigentijds te manifesteren op een in het oog springende, strategische hoeklocatie aan de rand van de historische stadskern. Tevens een prachtkans voor Den Haag om hier de stedelijke ruimte sterk te verbeteren en er wederom een waardige entree tot het oude centrum van te maken.
Sinds 1988 gaat de Hoge Raad schuil achter imposante stadshistorie (foto: Gwen Maclaine Pont)
Korte Voorhout
Gezien vanaf het Malieveld en de Koningskade is het Korte Voorhout van oudsher het voorportaal van de binnenstad. Het is tevens de groene verbinding tussen het Haagse Bos en de Lange Vijverberg. Ter hoogte van en naast het stadspaleis, dat later de Koninklijke Schouwburg zou worden, was eeuwenlang een versmalling die ruimtelijk werkte als een soort binnenstedelijke tochtdeur. Tot vlak voor de Tweede Wereldoorlog was ook de doorgang naar het Smidswater veel kleiner dan nu; het Smidspleintje lag in de bocht van de stadsgracht die onzichtbaar achterlangs liep via het Smidswater en de Gietkom naar de Prinsessegracht. Alle panden, waaronder het theater, het gerechtsgebouw, de provinciale griffie, een hotel en – ook toen al – het Franse consulaat, hadden hun hoofdingang aan het Korte Voorhout. Het voorname ensemble van verschillende gebouwen werd door
De hoofdingang van de Hoge Raad aan de Kazernestraat (foto: Gwen Maclaine Pont)
het bombardement in de Tweede Wereldoorlog totaal verwoest. In het wederopbouwplan van architect Dudok werd uitgegaan van herstel én verbetering van de vooroorlogse situatie, een mix die een grote, maar niet altijd gunstige invloed heeft gehad op de invulling van de braakliggende terreinen. De stedenbouwkundige ruimte werd rechtgetrokken door de rooilijnen te wijzigen: verbreding van het straatprofiel werd nodig geacht voor tram en autoverkeer. Het planten van vier rijen bomen ter versterking van de band met de Koekamp kon niet voorkomen dat de oorspronkelijke hal tot de binnenstad is verworden tot een te wijde en tochtige gang naar het centrum. Bestond het vooroorlogse ‘voorhof’ al deels uit panden met publieke functies, na de oorlog werd alle bouwgrond bestemd voor openbare en bijzondere gebouwen. Zo verrezen in de loop der jaren vier panden in een modernistische architectuurstijl, waarvan onertussen een herijking van hun
Gebrek aan ruimte, samenhang en uitstraling noopt de Hoge Raad tot verhuizen (foto: Gwen Maclaine Pont)
waarde en betekenis heeft plaatsgevonden. Na veel discussie is het gebouw van de Amerikaanse Ambassade van Marcel Breuer uit 1959 (zie Ons Den Haag nummer 5 van 2008) terecht tot monument verklaard; het moet een nieuwe bestemming krijgen zodra de ambassade het pand heeft verlaten. Een openbare functie zal dit unieke pand toegankelijker maken en meer waardering geven. Circa vijftien jaar later kon het Ministerie van Financiën verrijzen, omdat de rijksoverheid erin was geslaagd het gehele bouwterrein aan de
Korte Voorhout met zicht op de te slopen panden (foto: Gwen Maclaine Pont)
zuidzijde van het Korte Voorhout te verwerven. Onlangs is dit gebouw gerenoveerd, waarbij de oorspronkelijke brutalistische architectuurstijl is gehandhaafd. De weinig elegante kantine-uitbouw naast de Schouwburgstraat is verdwenen. Hoewel op zich geen verlies, droeg het volume nog enigszins bij aan de oorspronkelijke versmalling, het stedelijk tochtportaal. Nu is er een wezenloze leegte. De meest succesvolle verbetering van het ministerie zijn de grote gaten die het bouwblok hebben geopend naar de omliggende straten. Dat de hoofdingang zich heeft teruggetrokken op het nieuwe openbare binnenplein is een minder sterk maar aanvaardbaar gevolg hiervan.
Hoge Raad straks
Nieuwbouw op de twee vrijkomende kavels aan de noordzijde van het Korte Voorhout zal niet alleen de voorname, goed functionerende behuizing moeten vormen van ons hoogste rechtscollege, maar ook de betekenis van deze rechtbank binnen ‘de Staat der Nederlanden’ dienen te vertolken.
Daarnaast moet het de breuk herstellen tussen heden en verleden, zal daarbij een verbinding moeten aangaan met zijn modernistische buren en tegelijkertijd verwijzen naar de historische context van de locatie op de schaal van de Haagse binnenstad. Een apart bouwwerk in de plaats van de gesloopte kantine-uitbouw – bijvoorbeeld een ‘folly’ – vormt het ruimtelijk sluitstuk van de door de gemeente gewenste metamorfose.
De voor dit doel opgestelde regels en randvoorwaarden in het Stedenbouwkundig Kader laten nog wel wat te bevragen, te twijfelen en te wensen over waar het de voorgeschreven verschijningsvorm betreft. De driedimensionale omtrek van het bouwvolume is bepaald door de omgeving en ingekaderd met harde maten, maar geeft dat garantie op ruimtelijke kwaliteit van de concrete contouren? De benodigde 15.000 meter vloeroppervlak is te realiseren in het langgerekte, liggende blok, maar is er voldoende overmaat voor riante toegankelijkheid en levendige uitstraling, voor vitale werkvertrekken en voorname zalen?
De typologie van een gebouw wordt bepaald door de status en maatschappelijke functie van de gebruiker, maar wordt daarmee in detail een verfijnde monumentale architectuurstijl omschreven die op alle schaalniveaus van menselijke waarneming leidt tot een vriendelijke, verrassende, verleidelijke en verheffende aanblik? Binnen het blok zijn er mogelijkheden voor toevoegingen en uitsparingen, maar de kans om met een arcade de voelbare afstand tussen Malieveld en Tournooiveld te verkorten wordt niet gegrepen. Een wandeling van de geparkeerde auto ondernaast de Koningskade tot Koninklijke Schouwburg kan dan aangenaam en comfortabel worden.
Een uitkragende overbouwing van het Smidsplein behoort tot de wensen, maar stelt zo’n zwevend element – na alle ophef over de fout van Dudok – niet teleur? De must van een alzijdige uitstraling van het nieuwe gerechtshof op de van alle kanten zichtbare kavel wordt kenbaar gemaakt, maar de grotere betekenis van de overhoekse binnenstadsgrens zelf, die vraagt om twee voorgevels – dus ook aan de Prinsessegracht – wordt niet genoemd. De zes uitgebeelde juristen, onverbrekelijk verbonden met onze huidige rechtsgang, zullen zeker een plaats moeten krijgen in/op/aan het gebouw maar liefst in strategische positie ten opzichte van de hoofdingang. Ontsluiting van (meerdere) ondergrondse parkeergarages dient vanaf het Smidsplein – inpandig – te worden opgelost, maar dit lijkt in de verte niet op de hier gewenste levendigheid. Een parkeerentree aan de buitenrand van de binnenstad ligt meer voor de hand.
Wellicht behoort zelfs een hoge, slanke, theatraal vormgegeven afdaling naar nieuwe autokelders ter plaatse van de verdwenen uitbouw tot de mogelijkheden. De wens het bladerdak van de vier rijen bomen te handhaven is niet genoeg. De platanen pal naast de toekomstige bouwput hebben nu al last van scheefgroei. Een reden te meer voor het maken van een samenhangend beplantingsplan voor het hele gebied van Tournooiveld tot Koekamp.
Korte Voorhout hoek Prinsessegracht is van historische betekenis (foto: Gwen Maclaine Pont)
Hoeksteen
De SOK (samenwerkingsovereenkomst tussen rijk en gemeente) lijkt een goede pasvorm te hebben, maar de rek ervan zal pas in de loop van het ontwikkelings- en bouwproces blijken. In de geschillenregeling is te lezen dat partijen bij de rechter mogen aankloppen als ze op andere wijze niet tot overeenstemming komen. Zal het hoogste woord dan worden uitgesproken door een (bestuurs)rechter van de Raad van State of door iemand van de Hoge Raad zelf? De Rijksgebouwendienst heeft tot taak herhuisvesting voor de Hoge Raad der Nederlanden te realiseren. Middels een PPS-constructie (een publiek-private-samenwerking) zal het plan worden aanbesteed. Dit betekent dat de Rijksgebouwendienst zich bindt aan een combinatie van een projectontwikkelaar en architect met wellicht een aannemer daarbij.
De gemeente erkent dat de uitkomst van zo’n aanbestedingsprocedure niet vooraf te bepalen is. De vraag rijst of de ambitie om middels dit nieuwe bouwwerk een historisch stadsdeel te revitaliseren hier niet zwaarder moet wegen dan andere belangen. Is een proeve van bekwaamheid van een bevlogen architect geen betere garantie voor kwaliteit dan de bankgarantie van een projectontwikkelaar? Laten we vooralsnog erop vertrouwen dat rijk en gemeente zich bewust zijn van deze once-in-a-lifetime-opportunity om er het beste van te maken. Uiteindelijk is de Hoge Raad een belangrijke hoeksteen van zowel de stad als de staat.
Met de nieuwe Hoge Raad wil de Gemeente het gehele Korte Voorhout revitaliseren (kaart: begrenzing SOK, Stedenbouwkundig Kader, DSO, gemeente Den Haag)
door Gwen Maclaine Pont lid werkgroep Stadsbeeld en Stadsgroen