Ons Den Haag | JANUARI/FEBRUARI  
lijntje
niets

januari/februari 2012

Pleinen in Den Haag


Als opvolger van de succesvolle serie ‘Bestemming gewijzigd’ heeft de redactie gekozen om 2012 en misschien ook nog een deel van 2013 te wijden aan pleinen in Den Haag.
Inleiding: wat is een plein eigenlijk?


door Gerard Verhoeven, foto’s van Rob van Kleef

Den Haag: stad van aluinen winden en pleinen.
Winden als pleinen zo wijd.
Pleinen rustig als de grote handpalm
Van de grote openheid.


Begin van: Paul Rodenko (1975) ‘Prelude’.
Uit: Orensnijder tulpensnijder.


Rijswijkseplein, een complex verkeersknooppunt

De navel van een stad is een plein, de centrale plek, de plek ook waar alles samenkomt, waar ‘het’ gebeurt. Elke stad – behalve Leiden – heeft zo’n plek. Grotere steden hebben natuurlijk meer pleinen, maar meestal is toch een bepaald plein hét plein, zoals de Dam, Trafalgar Square, Place de la Concorde. Maar ook tal van andere pleinen, het Leidscheplein, Oxford Circus, Place Charles de Gaulle zijn interessant. Den Haag is opvallend rijk aan pleinen, mooie en lelijke, maar welk plein nu hét plein is, is minder duidelijk.

Wat is een plein? Het gemakkelijkste antwoord zou zijn: alles wat plein heet. Maar zo simpel is het niet, zoals hierboven al blijkt uit Dam en Circus. Sterker, de meeste oude pleinen heten helemaal niet Plein, maar bijvoorbeeld Plaats, Markt, Brink, Hof of Veld. Dus een plein kan een heel andere naam hebben. We werken even het rijtje af.
De gewone term voor een plein was ‘plaats’, een open ruimte tussen gebouwen of in een gebouw. Dat woord ‘plaats’ correspondeert dan ook met woorden voor plein in veel ons omringende talen: Platz, Place, Plaza, Piazza. In Den Haag kennen we de Plaats, zonder toevoeging.
Vaak heet het oudste plein van de stad kortweg ‘Markt’, verwijzend naar de belangrijkste functie ervan. In grotere steden kunnen er meer Markten zijn, gespecificeerd naar het soort waar dat er verhandeld werd. In Den Haag denken we dan aan bijvoorbeeld de Riviervismarkt en de Dagelijkse Groenmarkt.
Een Brink is een dorpsplein, meestal met gras en bomen. De meeste Brinken komen voor in het oosten van Nederland. In Loosduinen bestaat wel een vrij nieuwe straat die De Brink heet. Een hof is een ruimte bij een kerk of kasteel. Veel steden kennen een of meer Kerkhoven. In Den Haag kennen we uiteraard hoven bij een kasteel: het Binnen- en Buitenhof.
Een veld is een echte open ruimte, vaak aan de rand van de stad gelegen, zoals het Malieveld, maar door uitbouw van de stad kan zo’n veld zich ontwikkelen tot een plein: het Toernooiveld (twijfelgeval overigens).


Nassauplein, een brede laan


Plaats, plein met een open zijde

En dan tenslotte het woord ‘plein’ zelf (afgeleid van het Franse ‘plaine’). Een plein is eigenlijk een grote, open vlakte, een veld dus. Denk ook aan het Engelse ‘plain’ en aan het Vlaamse ‘vliegplein’ voor ‘vliegveld’. In Den Haag mogen wij trots zijn op het feit dat we een plein hebben dat simpelweg Plein heet. En dan bestaan er ook nog pleinen die gewoon straat heten, zoals die ‘in’ de Van Hoytemastraat of de Nieuwe Schoolstraat.

Dus een plein is alles wat Plaats, Markt, Brink, Hof, Veld of Plein heet (de straten laten we maar even buiten beschouwing)? Helaas! Niemand zal het Malieveld een plein willen noemen, evenmin als het Prins Clausplein. En zijn het Rijswijkseplein of het Copernicusplein tegenwoordig nog wel pleinen? Eerder denken we toch aan een verkeersknooppunt. En is het Nassauplein er wel een? Als je de naam niet zou kennen zou je dat ‘plein’ toch waarschijnlijk een laan noemen. Is het Lange Voorhout eigenlijk een plein of een laan?

We ontkomen dus niet aan een definitie. Van Dale spreekt over een ‘Open, onbebouwde ruimte, bij of tussen bouwwerken’. Tja, het Malieveld is ook een open ruimte bij bouwwerken, op het Buitenhof staat een gebouwtje, en is niet elke straat een open ruimte tussen bouwwerken? Ook een kruispunt is een open ruimte. De definitie van Van Dale is dus veel te ruim maar ook te eng, want op een plein mag best een gebouw staan. Denk maar aan mooie voorbeelden als de stadhuizen op de Markten van Gouda en Maastricht.

Een plein is dus een open ruimte maar de vorm mag niet te langwerpig zijn, want dan is het een straat of een laan. Er moet minstens aan een paar kanten sprake zijn van bebouwing, maar op het plein zelf mag ook best een gebouw(tje) staan. Een plein kan wel een grasveld of een plantsoen bevatten, maar moet toch minstens gedeeltelijk bestraat of anderszins verhard zijn. Die bestrating moet aangeven dat er sprake is van meer dan een knooppunt van wegen. Zo vallen het Nassauplein (langwerpig), het Lange Voorhout (idem), het Malieveld (gras) en het Copernicusplein (bestrating zonder pleinkarakter) buiten de boot, terwijl we het Buitenhof binnen houden.

De volgende afleveringen zal ik verder ingaan op de vorm van pleinen, de functies, de inrichting en op de vraag hoe een plein aanvoelt en wanneer er sprake is van een geslaagd plein. Telkens zal ik bij deze aspecten het historische perspectief meenemen. Misschien zal er een speciale aflevering komen over pleinen vroeger en nu.


Deel Van Hoytemastraat, besloten plein met plantsoen

door Gerard Verhoeven, foto’s van Rob van Kleef

Vrienden die beschikken over bijzondere foto’s van Haagse pleinen (uit heden of verleden) kunnen deze opsturen naar de redactie. Let wel: de pleinen hoeven dus geen plein te heten! Plaatsing op de website is dan een mogelijkheid en in heel bijzondere gevallen ook plaatsing in Ons Den Haag zelf.


terug TERUG terug