Boekbespreking Marie, gravin van Bylandt

‘Op een mooie wenteltrap in het huis, (…) trof hij soms een van de butlers met een zilveren schaaltje. Op een kleedje lag daarin kattenvoer voor Graaf Sambo, de poes. Sambo was als dierenlid ingeschreven bij de vereniging Nationale Dierenzorg en had een eigen kamer in huis Oostduin met een eigen intern telefoonnummer’. Alies Pegtel beschrijft het leven van de aristocratische Marie van Bylandt op zo’n overtuigende wijze, dat het verhaal over Sambo op bladzijde 187 je niet eens meer verbaast.

Het geslacht Van Bylandt dient al onder de stadhouders van Oranjes. Carel, haar vader, is grootgrondbezitter, lid van de Tweede Kamer en vaste gast bij de Oranjemonarchen. Haar moeder is hofdame bij Amalia, prinses van Saksen-Weimar en een oom is particulier secretaris van Koningin Wilhelmina. Het gezin bewoont in de winter het geboortehuis van Marie aan het Lange Voorhout 44 en trekt ’s zomers naar hun buitenplaats Oostduin. En ze ondernemen veelvuldig Europese reizen. Kortom: Haagse aristocratie ten top.

Als in 1891 Marie Alexandrine Otheline Caroline, (M.AO.C.) 17 jaar is, overlijdt haar moeder en tien jaar later haar vader. Vanaf dat moment heeft zij het beheer over de grote nalatenschap en behalve verstand van zaken en landgoederenbeheer erft zij ook zijn filantropische levenshouding. De M.A.O.C. van Bylandt Stichting ondersteunt anno 2026 jaarlijks nog tientallen initiatieven op cultureel, maatschappelijk en sociaal gebied. Ook steunt de stichting organisaties die zich inzetten voor natuurbehoud en dierenwelzijn.

Samen met vriendin en jonkvrouw Elisabeth des Tombes zet Marie zich actief in voor de dierenbescherming. Achttien jaar, tot 1936, wonen Elisabeth en Marie samen op Oostduin. Na het overlijden van Elisabeth wordt haar lichaam bijgezet in het familiegraf van de Bylandts. Bij het overlijden van Marie zal Elisabeth overigens weer uit dat graf verwijderd worden.

Als in 1902 haar vader is overleden, keert Marie het sociale leven van de Haagse high society bijna volledig de rug toe en trekt zich terug op haar landgoed. Maar de uitdijende stad heeft het oog laten vallen op haar landgoed om de bouw voor woningen mogelijk te maken. Stukje bij stukje moet ze tot haar frustratie gebied inleveren. Het wordt, zo schrijft Pegtel, voor haar een tijd waarin ze door de gemeente met ‘listige bepalingen was uitgeplundert’. Park Oostduin krimpt en Benoordenhout groeit. Als in 1929 Duiker en Wiebenga de Nirwanaflat opleveren - in die tijd het hoogste woongebouw van Nederland – bouwt Marie nieuwe zijvleugels aan huis Oostduin als symbool van trots en weerbaarheid. Ze bewoont Oostduin tot 1943 als de Duitsers haar en haar personeel bevelen te vertrekken.

Na de oorlog woont ze in Laren. Het ooit dierbare huis Oostduin is in haar ogen bezoedeld door Duitse officierslaarzen en heeft alle magie verloren. In 1946 geeft ze opdracht huis Oostduin tot op de grond toe af te breken. De laatste drie maanden van haar leven brengt ze door in rusthuis Oostduin aan de Goetlijfstraat. Ze overlijdt daar op 8 augustus 1968 ‘met uitzicht op haar geliefde bomen en vijvers’.

Dit prettig geschreven, informatieve en fraai geïllustreerde boek over de vervlogen wereld van de aristocratie eind 19e, begin 20e eeuw, met in de hoofdrol Marie van Bylandt, verdient een grote (in elk geval Haagse) lezerskring.

De vervlogen wereld van Marie, gravin van Bylandt 1874-1968, Alies Pegtel, 2025, Waanders uitg. 232 pag; €27,50; ISBN 978 946 262 6225. Piet Vernimmen

Boekbespreking Marie, gravin van Bylandt