Ter gelegenheid van het 135-jarig bestaan laat de Geschiedkundige Vereniging Die Haghe eind september 2025 haar lustrumboek ‘Niet voor de eeuwigheid gebouwd’ verschijnen. In het boek beschrijven 25 auteurs de geschiedenis van 45 gebouwen die in de periode tussen 1956 en 2025 door menselijk ingrijpen zijn gesloopt. Het iconische Gebouw van Kunsten en Wetenschappen, in 1964 door brand verwoest, valt met dit criterium dus ‘buiten de prijzen’.
De auteurs beschrijven elk pand volgens een vast stramien: bouwjaar, architect, gebruikers, wat speelde er zich af en wat was de achtergrond van de uiteindelijke sloop. En dan natuurlijk ook: wat kwam ervoor in de plaats. En dat al voorzien van de nodige afbeeldingen. Bladerend door het boek valt op dat de auteurs hun mening achterwege laten, hoewel die soms tussen de regels door wel te achterhalen is.
In zijn inleiding ‘Stad van sloop en spijt’ beschrijft Herman Rosenberg dit naoorlogse Haagse sloopproces en hij spreekt van ’een weinig rooskleurig beeld’. Het oude Seinpost bijvoorbeeld zou nu het mooiste grand-café aan de kust zijn en in plaats van het geliefde Scala theater ziet Den Haag nu een Bijenkorf-parkeerplaats.
Zoals Rosenberg aangeeft gaat veel verloren door maatschappelijke, economische of religieuze ontwikkelingen. De ontkerkelijking zorgt voor het verdwijnen kerkgebouwen uit het straatbeeld, de oude Scheveningse badcultuur blijkt niet meer levensvatbaar, industrie en nijverheid verhuizen naar terreinen buiten het centrum en militaire gebouwen verhuizen of verdwijnen. Pas eind jaren zeventig zorgt het toenmalige Gemeentelijk Bureau Monumentenzorg voor enige mate van controle. Ook vanuit de bevolking ontstaat weerstand. En, zoals bekend: Vrienden van Den Haag is ontstaan vanuit verzet tegen de sloop van het Kurhaus.
De auteurs meten zich geen oordeel aan, maar het aardige is dat je dat als lezer wél meteen doet. Niet altijd, maar vaak is er iets prachtigs voor in de plaats gekomen. Wat te denken van de schitterende Sportcampus in het Zuiderpark en -de meningen zullen verdeeld zijn- dat feestelijke gebouw van Outram aan de Dagelijkse Groenmarkt. Of de luxe woonwijk van Bofill op de plaats van het oude stadhuis.
Maar minstens zo vaak bekruipt je als lezer een gevoel van nostalgie. Je begrijpt de noodzaak van sloop, maar o wat jammer dat juist déze nieuwbouw ervoor in de plaats kwam: de villa’s aan het Rooseveltplantsoen, de Regentessekerk aan het Regentesseplein of Hotel terminus tegenover station Hollands Spoor, om maar wat te noemen.
‘Niet voor de eeuwigheid gebouwd’ geeft een mooi beeld van een stad in verandering. Maar ook een stad waar je zuinig op moet zijn. Een fraaie uitgave om je mening over sloop en nieuwbouw in de stad te vormen - en die eventueel te herzien.
Niet voor de eeuwigheid gebouwd- Gesloopte iconen in Den Haag – Kees Stal e.a. 216 pag. Uitg Geschiedkundige Vereniging Die Haghe - Vrienden van het Haags Historisch Museum; €24,95; ISBN 978-94-6010-115-1 (een wandel-/fietskaart is bijgesloten).