Den Haag in beelden

Standbeelden zijn een vanzelfsprekend onderdeel van het stadsbeeld. Toch zal niet iedereen kunnen zeggen wie die veldheer op zijn paard tegenover paleis Noordeinde is. En waarom is diezelfde man op het Plein afgebeeld als een bedachtzaam staatsman met een hondje aan zijn voeten? Waarom hebben we een monument voor Hendrik Coenraad Dresselhuys en niet voor Thorbecke?

Het merendeel van de honderden beelden en gedenktekens in Den Haag heeft tot doel het stadsbeeld te verfraaien. Het is een prima idee van de geschiedkundige vereniging Die Haghe om t.g.v. het 125-jarig bestaan een boek te maken over de veel minder talrijke beelden die zijn gewijd aan personen en gebeurtenissen. Roemruchte voorouders versterkten in het jonge koninkrijk het vaderlandse gevoel van eenheid, identiteit en trots. En wellicht nog steeds. Onderverdeeld in thema’s als regering, vrede en recht, cultuur, iconen, Indië en herdenking passeren 60 overwegend figuratieve beelden de revue. Steeds twee bladzijden per beeld: links een goede foto, rechts een zeer adequate tekst over de historische gebeurtenissen. De meeste beelden zijn in de 20e eeuw geplaatst, maar ook de 19e en de 21e eeuw komen met een half dozijn beelden aan de orde.

Een apart hoofdstuk gaat over de tumultueuze discussie waarmee vele beelden ooit waren omgeven. Zo is rond 1975 serieus voorgesteld koningin Wilhelmina te eren met een ‘keienlint’, alvorens haar te verbeelden als een symbool van onverzettelijkheid (een kopie van een beeld van Charlotte van Pallandt bij paleis Noordeinde). Ook de allereerste standbeelden in Den Haag gingen met rumoer gepaard. Was Willem van Oranje primair een heldhaftig veldheer of een wijze staatsman? Koning Willem II had, mede door zijn eigen Waterloo-verleden, een duidelijke voorkeur voor de eerste benadering. Anderen meenden echter dat de Vader des Vaderlands “niet met den degen, maar met het zwaard des geestes tegen den verdrukker had gestreden”. Uiteindelijk zijn in 1845 en 1848 beide beelden geplaatst, resp. op het Noordeinde en het Plein. De herinnering aan Louis Couperus wordt levend gehouden door een borstbeeld in de Surinamestraat (1963), en misschien nog meer door het gewaardeerde beeld van Eline Vere (1956). Destijds evenwel ontstond enige deining over de door een queue de Paris nogal forse derrière van deze representante van de Haagse beau monde. En was de Groot Hertoginnelaan eigenlijk wel een passende locatie gezien de stadsdelen waar Couperus’ verhalen zich afspeelden?

Het stevig uitgevoerde boek biedt zowel de leek als de kenner veel lees- en kijkplezier.

Den Haag in beelden, Michiel van der Mast e.a., uitg. Die Haghe/De Nieuwe Haagsche 2015, 161 blz., ISBN/EAN 978-90-806837-7-8, € 17,95
 

Den Haag in beelden